‘Juist in CKV kun je je eigen signatuur kwijt’

Het nieuwe CKV in de praktijk
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Diverse vakonderdelen kregen al een opfrisbeurt en leerlingen op het Cals College in Nieuwegein beoordelen elkaar. Stefanie Meijer, docent drama en CKV, vertelt hoe ze het nieuwe CKV in de praktijk aangreep om het vak een positieve vibe te geven.

Cijfers geven deden Stefanie Meijer en haar collega’s altijd al. Dat cijfer werd voor het examendossier omgezet in een voldoende of goed, waarbij er voor leerlingen met een onvoldoende inhaalmomenten waren. Bij CKV nieuwe stijl blijft het cijfer staan en maakt het onderdeel uit van het combinatiecijfer op de examenlijst. ‘Wij hebben dat aangegrepen om ons vak een positieve vibe te geven. Bij ons kun je een mooi cijfer halen voor je deelcijfergemiddelde als je goed meedoet, alles op tijd inlevert en voldoende afrondt. Ga minstens voor een 8!’

Feedback en reflectie

In totaal krijgen leerlingen in de vierde klas voor vijf onderdelen een cijfer:

  • kunstautobiografie;
  • uitdaging (een zelfstandig evenement, een activiteit op school en de cultuurdag);
  • praktische opdracht;
  • kunstpresentatieles;
  • ontwerpopdracht ‘Mijn museum’.

Daarnaast schrijven leerlingen een balansverslag en is er, in elk geval na elk onderdeel, reflectie ingebouwd. Docenten geven daarop wel formatieve feedback, maar geen cijfers. In het tweede lesblok zit bijvoorbeeld de praktische opdracht. Hierbij kiezen leerlingen uit een workshop dans, drama, fotografie, beeldend, film of muziek. ‘In mijn toneelworkshop maken ze bijvoorbeeld scène in een zelf gekozen speelstijl.’

Voor het cijfer is het maakproces minstens zo belangrijk als het eindproduct. Sterker, stelt Meijer: ‘Dat eindproduct is voor ons niet het hoofddoel. Ons gaat het erom dat leerlingen inzicht krijgen in maakprocessen. Wij gaan niet bij kunstenaars op bezoek of bij podia achter de schermen kijken. Leerlingen laten we zelf even maker zijn en ontdekken hoe zo’n artistieke proces in elkaar steekt.’

‘Voor het cijfer is het maakproces minstens zo belangrijk als het eindproduct’

Waardering voor CKV

Meijer en haar collega’s zijn ook meer gaan nadenken over frisse werkvormen. Zo hoeven leerlingen geen traditioneel verslag meer te maken over hun bezoek aan culturele activiteiten. Ze kunnen ook een vlog, 3D-presentatie of gedicht inleveren. ‘We vergeten vaak dat leerlingen dat heel leuke vormen vinden. Als je vaste routines gaat omdenken, zie je dat dat echt bijdraagt aan de waardering voor je vak.’ 

Ook de klassikale kunstpresentaties, waarmee leerlingen hun onderzoek afsluiten, zijn aangepakt. ‘Dat werd toch vaak een praatje met een plaatje’, vertelt Meijer. ‘Op een gegeven moment had niemand er meer zin in. De leerlingen niet en ik ook niet.’ Het CKV-team spoorde leerlingen al aan om hun presentatie meer aan te kleden, met bijvoorbeeld een lied of act of het maken van een kunstjournaal.

Meer verdieping met ludodidactiek

Geïnspireerd door het vak ludodidactiek dat Meijer volgde bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), gooide ze het roer nog radicaler om. Bij ludodidactiek gaat het erover hoe je met spelprincipes lessen meer verdieping kunt geven. Leerlingen zoeken in groepjes informatie over een kunstenaar. Ze bedenken vervolgens een les met actieve opdracht waardoor hun klasgenoten deze kunstenaar leren kennen.

‘Ik had bijvoorbeeld een groepje met Coco Chanel als onderwerp. Ze vertelden in hun les kort wat de kenmerken van Chanel kleding zijn. Vervolgens gaven ze de klas als opdracht een eigen Coco Chanel-ontwerp te maken. De hele klas zat te knippen en te naaien, dat was superleuk.’

Om leerlingen te helpen bij het kiezen van een kunstenaar doen ze eerst een interessetest. ‘Die hebben we laten ontwerpen door HKU-studenten. Centrale vraag is: voor welke type kunstenaars val jij?’ Met vragen en stellingen als: welke kleur spreekt je het meest aan en kunst kan de wereld wel of niet verbeteren. Meijer ziet dat leerlingen zo bewuster nadenken over het onderwerp van hun onderzoek en gemotiveerder raken.

Onderzoek naar een kunstenaar

Vwo-leerlingen krijgen in de vijfde ook nog een half jaar CKV. Ze werken in groepjes van twee, drie een uur per werk zelfstandig aan een onderzoek naar een kunstenaar. Daarvoor krijgen ze een reader met een stappenplan waarin precies staat wat ze moeten doen, zoals een duidelijke hoofdvraag en deelvraag formuleren en bronnenonderzoek doen.

Aanvankelijk moesten leerlingen als deel van hun onderzoek ook een interview met een deskundige of professional houden. ‘Maar dat leidde lang niet altijd tot verdieping en daarom hebben we dat aangepast. Doe een activiteit of bezoek een evenement dat past bij je onderwerp. Dat mag een interview zijn, maar ook een bezoek aan een museum of een workshop bij een kunstprofessional.

‘Doe een activiteit of bezoek een evenement dat past bij je onderwerp’

De inzichten die ze daarbij opdoen over hun onderwerp beschrijven ze in hun onderzoeksverslag.’ Halverwege de rit houden de leerlingen een pitch in de klas en krijgen ze tips en feedback van medeleerlingen.

Vakoverstijgend project ontwerpen

Meijer merkt dat leerlingen met plezier aan het onderzoek werken, maar dat goed bronnenonderzoek nog niet vanzelfsprekend is. Gebruik meer dan één type bron, houdt Meijer haar leerlingen voor, dus niet alleen internet, maar ook boeken, documentaires of dus een interview met een deskundige.

‘Ik ben al in gesprek met collega’s van andere vakken om dat op te pakken. Want ook bij Nederlands en maatschappijleer zijn ze in de vijfde klas bezig met bronnenonderzoek. Dan kun je elkaar mooi aanvullen en misschien een vakoverstijgend project ontwerpen.’

Ze houdt leerlingen ook voortdurend voor dat ze moeten proberen verder te kijken dan Wikipedia en echt nieuwe informatie proberen te vergaren. ‘Neem Michael Jackson, daar weet iedereen wel zo ongeveer alles van. Kies dan een originele insteek, bijvoorbeeld dat hij zich liet inspireren door acteur-danser Fred Astaire en vergelijk dan hun voetenwerk en dansstijl.’ 

Docent en leerlingen beoordelen

Voor het geven van cijfers hebben Meijer en haar collega’s beoordelingsformulieren gemaakt. Die worden niet alleen ingevuld door de docent, maar ook door de leerlingen. Het formulier voor de kunstpresentaties in de vierde klas bevat bijvoorbeeld onderdelen als presentatietechnieken, de informatieve waarde en de amusementswaarde van de les. Verder geven ze een groepscijfer en een cijfer voor de leerling die ze specifiek moesten beoordelen.

Leerlingen (en de docent) moeten hun oordeel ook beargumenteren. Daar leert Meijer zelf ook weer van. ‘Soms geeft een leerling een heel ander oordeel dan ik en dan lees ik de argumenten en denk ik: daar zit ook wel wat in. Want dat is natuurlijk wel zo met ons vak: de criteria zijn niet zo absoluut als bij andere vakken. Net als bij het beoordelen van opstellen zit er enige subjectiviteit in. Dat kun je deels oplossen door het geregeld samen met je collega’s af te stemmen.’

Niet bedoeld als scorelijst

Leerlingen uit 5 vwo krijgen een formulier met daarop de onderdelen waarop hun onderzoeksverslag wordt beoordeeld plus de punten die ze daarvoor kunnen behalen. Het gaat om onderdelen als de opbouw van het verslag, uitvoering en inhoud van het onderzoek, verwoorden van eigen mening, bronnenonderzoek en taalverzorging.

‘Eerst hadden we ook nog bij alle criteria per onderdeel een puntenverdeling, maar dat hebben we losgelaten, omdat leerlingen het te veel gingen interpreteren als een scorelijst. En daar is het niet voor bedoeld.’

Het liefst ziet Meijer dat cijfers niet gaan overheersen. ‘Het gaat er primair om dat het vak gaat leven voor leerlingen. Je hoopt dat ze lekker bezig zijn en de smaak van kunst en cultuur te pakken krijgen en ontdekken wat hun wel of niet aanspreekt.’ De komende tijd wil ze daarom ook de beoordeling speelser zien te krijgen. Ze haalt veel inspiratie uit de Master Kunsteducatie die ze momenteel volgt aan de HKU en het al genoemde vak ludodidactiek.

‘Het gaat er primair om dat het vak gaat leven voor leerlingen’

Spelvormen die aanspreken

‘Zo’n formulier invullen is weinig spannend. Ik had zelf al een spelvorm ontworpen als een soort checklist voor de inhoud van de presentaties. Dat werkte goed, maar dat was per specifieke kunstenaar en dat kostte te veel tijd. Mijn idee nu is om leerlingen zelf zo’n spelvorm te laten maken, eventueel met behulp van een steekwoordenset. Zo onderzoeken ze grondig, denken ze na over doelgroep en vorm en dragen ze vervolgens hun kennis over aan de klasgenoten door hun het spel te laten spelen.’

Haar advies aan collega’s is vooral: ‘Zoek naar vormen die jou aanspreken. Juist in CKV kun je je eigen signatuur kwijt, want je zit niet vast aan een methode of een centraal eindexamen. En dankzij de vernieuwingen kun je het vak weer aanscherpen en verfrissen.’

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 1

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel