BOKS Jongerencultuurhuis over Impulsgelden: laat jongeren zélf projecten initiëren

Halima el Ghamarti over de Impulsgelden Jongerencultuur
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Besteed de Impulsgelden voor jongerencultuur dichtbij de jongeren die je wilt bereiken en bied hun ruimte om op innovatieve manieren financiering aan te vragen, bepleit Halima el Ghamarti, directeur van BOKS Jongerencultuurhuis. 

Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 24, december 2022.

(Lees verder onder afbeelding)

Halima el Ghamarti (voorste rij, tweede van links) met de medewerkers van BOKS Jongerencultuurhuis

Wat veel instellingen niet lukt, lukt BOKS wel. Met het team van BOKS weet Halima el Ghamarti de veelbesproken ‘moeilijk bereikbare’ doelgroepen in de Utrechtse wijken Overvecht, Kanaleneiland en Leidsche Rijn te bereiken. In die buurten wonen veel sociaal-economisch kwetsbare Nederlanders, vaak met een migratieachtergrond.

Hoe ze hen bereiken? Door dichtbij de doelgroep te staan. Om de hoek als het ware, met een team van vijf vaste medewerkers en een flexibele schil van rond de twintig, die een mooie afspiegeling vormen van de wijk. Op die manier biedt BOKS jonge makers de kans om hun talenten te ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van muziek, dans, film, mode en podcasts.  

Appeltje-eitje, zou je denken. Toch dreigen jongerencultuurcentra in de haarvaten van de steden met een vergelijkbare ‘formule’ over het hoofd te worden gezien bij de verdeling van gelden. Tijdens een paneldiscussie op het congres van het VNPF (Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals) stak El Ghamarti daarom een vlammend betoog af. Een pleidooi om de 19,6 miljoen euro Impulsgelden die staatssecretaris Gunay Uslu heeft uitgetrokken ter stimulering van jongerencultuur, júist naar kleine centra te laten gaan en niet (alleen) naar de usual suspects.  

Welke instellingen bedoelde je precies met usual suspects? 

‘Instellingen die al jarenlang bestaan, die de grootste hap van de taart krijgen en vaak dezelfde doelgroepen bedienen. Terwijl ze ook mensen zouden moeten bereiken die er nooit eerder zijn geweest. Bij ons kómen ze al en volgens mij betekent impuls dat je iets wilt aanjagen wat er al is. Natuurlijk zeggen de grote instellingen: diversiteit, inclusie, dat willen wij ook. Maar vinden ze echt dat die outreach bij hen hoort, hebben ze er echt iets mee? Gaan ze het ook doen, of moeten ze uiteindelijk bij ons aankloppen, omdat zij wel een prachtig programma kunnen ontwerpen, maar de doelgroep niet hebben? Bij ons ligt de benodigde infrastructuur er al. We bereiken jongeren. De mensen bij BOKS zijn rolmodellen die heel bewust de interactie aangaan. Zij weten hoe je jongeren gelijkwaardig moet aanspreken.’

Hoe waren de reacties op je inbreng bij het panel op het VNPF-congres? 

‘Ja, het is nogal rondgegaan hè? Ik heb heel veel reacties gehad. Van de panelleden, van Gunay, andere mensen. Heel tof vonden ze het. Achteraf denk ik: maar wat heb ik daar nou eigenlijk gezegd? Ik heb gezegd dat je jongeren bereikt door ze zelf projecten te laten initiëren. Dat het geld naar bestaande infrastructuren die al in de wijken liggen zou moeten. Dat diversiteit en inclusie niet iets is om over te praten, maar om te doen. Is dat nou zo bijzonder?’ 

Hoe zou jij het belang van cultuurcentra voor jongeren omschrijven? 

‘Het is simpel: cultuur op loopafstand, gratis ook nog, dat is cultuur waar je vaker op herhaling zult gaan. Ik ben opgegroeid op Kanaleneiland en ging vroeger met vriendinnen naar een tienergroep, ook om de hoek, en activiteiten kostten vijftig cent. Dat kon ik als jongste van zeven kinderen nog wel aan mijn ouders vragen.  

BOKS is het enige jongerencultuurhuis in Utrecht. Nadrukkelijk geen buurt- of inloophuis; dat is het werk van anderen. Wij zijn een culturele organisatie. Voor ons is het essentieel dat de jongeren zélf projecten aandragen over thema’s die zíj belangrijk vinden. Wij faciliteren, zij voeren uit.  

Let wel: ik heb niets tegen grote instellingen. We claimen de jongeren niet. Als wij niet kunnen bieden wat zij nodig hebben, denken wij met ze mee en zorgen we dat ze hun weg vinden zodat zij hun proces kunnen afmaken. Wat ik bepleit is dat cultuur in de wijk net zo belangrijk is als bij die grote instellingen.’    

Wat zou er veranderd moeten worden om jongerencultuur een stimulans te geven? 

‘Ik heb in alle buurten gewerkt en gezien dat er heel veel gepassioneerde mensen zijn die met prachtige ideeën rondlopen. Maar als ze horen wat ze moeten doen om die te realiseren, schrikken ze zich rot. Dan ben je ze kwijt. Waarom maken we die processen niet anders? Het is niet ieders talent om een subsidieaanvraag te schrijven. Dat is op zichzelf al een uitsluitingsmechanisme. Op een andere manier kunnen zij wél hun verhaal vertellen. Bied hun die ruimte.

Maar ja, dan hoor ik de tegenwerpingen al: ‘Ja, maar het is wel heel veel geld, het is wel gemeenschapsgeld, en hoe evalueer je zoiets dan.’ Dat zijn geen argumenten, vind ik. Prikkel jezelf liever om na te denken over een alternatieve systematiek, wees innovatief. Want als je op de bestaande manier blijft denken en werken, zul je nooit buiten je bubbel treden. We zijn divers, laten we dan ook divers beoordelen. Ik heb zo vaak gezien dat mensen op voorhand al afhaken. En dan wordt gezegd: ‘We kunnen ze niet vinden.’ Maar ze zijn er. Zoek harder. Het is aan ons om ze te vinden, niet andersom.’

Lees meer artikelen uit de Cultuurkrant:

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 3

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel