Monitor lokale en provinciale ondersteuners voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026
Het onderzoek wil zicht geven op:
- Hoe het aanbod van ondersteunende instellingen voor cultuurbeoefening op lokaal en provinciaal niveau eruitziet, en op welke doelgroepen en doelstellingen ze zich richten.
- Welke opdracht, rol en visie ondersteunende instellingen voor cultuurbeoefening hebben en hoe ze hier inhoudelijk vorm aan geven.
- De knelpunten en dilemma’s die ondersteunende instellingen ervaren, wat ze nodig hebben om deze aan te pakken en welke ondersteuning ze zelf ontvangen.
Een verkorte samenvatting van de Monitor lokale en provinciale ondersteuners voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026 staat hieronder. Hier kun je ook het onderzoeksrapport downloaden. Meer informatie over ons onderzoeksprogramma vind je op deze pagina.
Samenvatting Monitor lokale en provinciale ondersteuners voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026
Vooral ontmoeting, kennisdeling en professionalisering
Op zowel lokaal als provinciaal niveau zijn ‘het faciliteren van ontmoeting en verbinding’, ‘kennisdeling’ en ‘professionaliseren’ de belangrijkste vormen van ondersteuning. Alle ondersteuners bieden ondersteuning aan in de vorm van het faciliteren van ontmoeting, verbinding of samenwerking. Op lokaal niveau zet een groot aantal organisaties ook in op kennisdeling (95%) en professionaliseren (95%). Op provinciaal niveau doen alle ondersteuners dit. Ook nemen alle provinciale ondersteuners de rol van adviseur op zich.
Ondersteuners als doelgroep van ondersteuners
Provinciale ondersteuners richten zich vaak op andere ondersteuners. Gemeentelijke steunfuncties, cultuurcoaches en beleidsmakers horen tot een paar van hun belangrijkste doelgroepen. Amateurkunstverenigingen (92%), amateurkunstenaars, leerlingen, scholieren of vrijwilligers (83%) en centra voor de kunsten (67%) zijn tegelijkertijd ook belangrijke doelgroepen. Lokale ondersteuners richten zich vooral op scholen (95%), amateurkunstenaars, leerlingen, scholieren of vrijwilligers (89%) en kunstdocenten of artistiek begeleiders (78%). Zij richten zich daarmee vooral op de eerste lijn en de beoefenaars zelf. Lokale ondersteuners richten zich veel minder op andere ondersteuners, met uitzondering van cultuurcoaches waar ongeveer de helft zich (ook) op richt.
Lokale infrastructuur van ondersteuners prominenter aanwezig op scholen
Vrijwel alle lokale ondersteuners richten zich op scholen; 95 procent noemt het onderwijs als primaire doelgroep en bijna iedereen werkt met het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Iets minder dan de helft richt zich op het mbo. Op provinciaal niveau zien we een ander accent. Ook daar is men actief in het onderwijs, maar in nog grotere mate is er aandacht voor de amateurkunstsector en buitenschoolse kunsteducatie. Met name amateurkunstverenigingen worden, naast cultuurcoaches en overheden, door provinciale instellingen bediend (92%). Aanbieders van buitenschoolse kunsteducatie worden door verschillende lagen bediend. Lokale ondersteuners richten zich vooral op de individuele kunstprofessional: docenten, begeleiders en makers (78%). Die weten zij, volgens henzelf, ook goed te bereiken. De instellingen waar deze professionals werken, zoals muziek en dansscholen, zijn daarentegen veel minder vaak expliciete doelgroep ( 38%). Provinciale ondersteuners richten zich juist wel op die instellingen (67%), maar iets minder op de individuele professional zelf (50%).
Lokale ondersteuners richten zich meer op cultuureducatie, provinciale instellingen meer op het ecosysteem
Lokale ondersteuners hebben het vaakst doelen op het terrein van cultuureducatie. 92% heeft als doel ‘cultuureducatie een vast onderdeel maken van het curriculum op scholen’ en 89% heeft als doel ‘artistieke kwaliteit van het aanbod van cultuureducatie versterken’. Het merendeel lukt het volgens henzelf ook (zeer) goed om deze doelen te bereiken. Provinciale ondersteuners hebben het vaakst ‘het versterken van het ecosysteem voor cultuurbeoefening’ als doel (100%). Ook richten veel provinciale organisaties zich op de doelen ‘ondernemerschap of organisatiekracht van culturele instellingen versterken’, ‘cultureel aanbod divers en toegankelijk maken’, ‘verbinding van cultuur met andere domeinen’ en ‘cultuurbeoefening een onderdeel maken van overheidsbeleid (allen 83%)’. Ook een aanzienlijk deel van provinciale organisaties vindt zichzelf (zeer) goed in staat deze doelen te behalen. Hierbij ligt de groep die hier neutraal over is iets hoger dan bij de lokale ondersteuners.
Financieel gezond, maar wel tekorten
Een overgrote meerderheid van de lokale en provinciale ondersteuners noemt hun financiële positie zelf ‘gezond’. maar tegelijk zegt 56 procent van de lokale en 40 procent van de provinciale ondersteuners dat hun budget onvoldoende is voor wat ze eigenlijk willen (en moeten) doen. Het systeem is daarmee volgens de ondersteuners zelf stabiel ‘ondergefinancierd’. De meeste ondersteuners ervaren hun financiën dan ook als meest pregnante knelpunt. Ze hebben voornamelijk financiële middelen nodig om knelpunten aan te pakken en hun dienstverlening te verbeteren. Van de lokale ondersteuners geeft 79 procent en van de provinciale ondersteuners 91 procent aan extra geld nodig te hebben. Ook menskracht en kennis en vaardigheden worden regelmatig genoemd.
Popkoepels als talentontwikkelaars
Voor popkoepels is talentontwikkeling de kern van hun bestaan. Voor lokale en provinciale ondersteuners lijkt dit iets minder vaak een hoofdactiviteit. Ze hebben wel vormen van ondersteuning voor talentontwikkeling, maar noemen het beperkt als doelstelling. Er is veel meer aandacht voor ‘participeren’ en ‘leren’ dan dat men zich specifiek bezighoudt met de ontwikkeling van (top)talenten. Popkoepels, die juist verantwoordelijk zijn voor de toekomst van professionals in de muzieksector en de ontwikkeling van nieuwe makers, bands en artiesten, hebben minder vaak structurele financiering. Gevolg is dat ze ook minder ondersteuningsaanbod en een kleiner personeelsbestand hebben.
Onderzoeksverantwoording
Deze publicatie bevat resultaten van een online vragenlijst die in de periode augustus – oktober 2025 is uitgezet onder lokale en provinciale ondersteunende instellingen die zich bezighouden met cultuurbeoefening op school en/of in de vrije tijd. Sinds 2025 heeft LKCA een onderzoeksprogramma met daarin verschillende monitoronderzoeken. Eerder zijn er vragenlijsten ontwikkeld voor onder meer de VerenigingsMonitor en de Monitor Amateurkunst. De vragenlijst van de VerenigingsMonitor is gebruikt als uitgangspunt voor de vragenlijst van dit onderzoek
In totaal is er 72 keer aan de vragenlijst begonnen, waarvan 55 respondenten de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Tijdens de analyse is echter geconcludeerd dat een klein aantal instellingen te afwijkend was van de onderzoekspopulatie (zie p.7 van de rapportage). Wanneer minder dan 50% van de vragenlijst is ingevuld, is deze niet meegenomen in de analyse. Na deze uitsluitingen blijft er een respons over van in totaal 56 instellingen (58% van onderzoekspopulatie).
In totaal hebben 37 lokale ondersteuners (56%), 12 provinciale ondersteuners (75%) en 7 popkoepels (54%) de vragenlijst ingevuld.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)