Lokaal stelsel actieve cultuurparticipatie in transitie

Lokale voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, aanbieders n burgers: ook de afnemers van de voorzieningen zijn aan te spreken op hun medeverantwoordelijkheid voor instandhouding ervan.
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Dit stelt het LKCA in het mapping document ‘Lokaal stelsel actieve cultuurparticipatie in transitie’. Vooral jongere en lerende kunstbeoefenaars blijken deze voorzieningen nodig te hebben. De afkalving van kunstencentra is volgens het LKCA minder dramatisch dan veel berichten doen geloven. Bezuinigende gemeenten kunnen de activiteiten vaak ook in afgeslankte vorm blijven subsidiëren, in gaan kopen of reguleren.

Advies Raad voor Cultuur

Het mapping document is bedoeld als onderlegger bij het advies ‘Meedoen is de kunst’ van de Raad voor Cultuur. Omdat het stelsel van lokale voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie onder druk staat – door bezuinigingen, de veranderlijke politieke conjunctuur en veranderende voorkeuren van actieve cultuurparticipanten – vroeg minister Bussemaker in juli 2013 de Raad voor Cultuur om advies over wat cruciale voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie zijn.

Voorzieningen voor jongeren en begeleiding

De analyse van het LKCA laat zien dat lokale voorzieningen vooral onontbeerlijk zijn voor jongere kunstbeoefenaars. Jongeren onder de 20 vormen de grootste groep die les wil: 59%. Ook willen ze hun kunsten uiteindelijk vaak presenteren. Amateurkunstverenigingen vinden niet eenvoudig geschikte en vooral betaalbare podia voor optredens. Gemeenten zouden in ieder geval rekening moeten houden met deze groepen kinderen en jongeren.

Afkalving kunstencentra valt mee

Naar het oordeel van LKCA is de teruggang van voorzieningen minder dramatisch dan veel berichten in de media doen geloven. In 2009 telde Nederland nog 181 gesubsidieerde centra voor de kunsten, nu nog 152. Rekening houdend met fusies en gemeentelijke herindelingen, is de feitelijke teruggang in vier jaar echter achttien instellingen (10%). Gemeentelijke beleidsinterventies leiden tot centra voor de kunsten die in afgeslankte vorm verder gaan, met andere partijen gaan samenwerken of in een aangepaste vorm als netwerkorganisatie verder gaan. Docenten van opgeheven centra gaan soms als coöperatie of collectief verder.

Vier scenario’s voor gemeenten

Bij de veranderende omstandigheden zijn er voor gemeenten vier mogelijke scenario’s. De gemeentelijke overheid kan instellingen voor actieve kunstbeoefening blijven subsidiëren, activiteiten en diensten inkopen, de markt middels subsidies reguleren of alles aan de markt overlaten. Overigens kiezen gemeenten niet altijd voor één scenario, maar komen in sommige gemeenten ook meerdere scenario’s tegelijkertijd voor.

Gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, aanbieders en burgers

Het LKCA concludeert uit de geanalyseerde gegevens dat de kwaliteit van het lokale voorzieningenstelsel voor actieve cultuurparticipatie een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheid, aanbieders én burgers. Ook actieve burgers, al dan niet in georganiseerd verband, zijn als afnemers van deze voorzieningen immers aan te spreken op hun medeverantwoordelijkheid hiervoor.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0