Monitor koepels en bonden voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026
Het onderzoek wil zicht geven op de volgende zaken:
- Hoe het aanbod van ondersteunende koepels voor cultuurbeoefening eruitziet, en op welke doelgroepen en doelstellingen ze zich richten.
- Hoe het gaat met de organisatie(kracht): welke leden- en personeelsbestand deze koepels hebben, hoe dit ontwikkelt en hoe het gaat met hun financiën.
- De knelpunten en dilemma’s bij de ondersteuning voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd, wat ze nodig hebben om deze aan te pakken en welke ondersteuning ze krijgen en vragen.
Een verkorte samenvatting van de Monitor koepels en bonden voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026 lees je hieronder. Je kunt hier ook de onderzoeksrapportage downloaden. Meer informatie over ons onderzoekprogramma vind je op deze pagina.
Samenvatting Monitor koepels en bonden voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd 2026
Grote diversiteit aan leden
Koepels bieden ondersteuning aan amateurkunstenaars, kunstdocenten, artistiek begeleiders, amateurkunstgroepen, centra voor de kunsten, muziekscholen, en nog veel meer organisaties, groepen en personen. Een belangrijk kenmerk is dat ze leden hebben en voortkomen uit het veld. Kijkend naar de meest onderscheidende soorten leden zijn ze te verdelen in: 1) koepels voor amateurkunstverenigingen en 2) koepels voor individuen die actief zijn met cultuurbeoefening.
Organisaties uit de eerste groep richten zich op verenigingen binnen een specifieke cultuurdiscipline. Van deze koepels heeft 97 procent formele verenigingen als leden en 29 procent informele groepen. De koepels uit de tweede hoofdgroep richten zich bijna allemaal op mensen die actief zijn binnen een bepaalde cultuurdiscipline of met een bepaald muziekinstrument. Hierbinnen zijn nog twee subgroepen te onderscheiden: 2a) koepels voor beoefenaars en 2b) koepels voor kunstdocenten of artistiek begeleiders.
Vooral kennisdeling en ontmoeting
Koepels en bonden voor cultuurbeoefening ondersteunen hun leden op verschillende manieren, waarvan ze het delen van kennis en het faciliteren van ontmoeting, verbinding en samenwerking het meest inzetten. Koepels en bonden voor verenigingen bieden daarnaast vaak advisering en belangenbehartiging. Het merendeel van de koepels en bonden vindt dat het goed tot zeer goed lukt om deze vormen van ondersteuning te bieden. Gemiddeld zetten ze hiervoor acht soorten activiteiten, diensten of producten in. Bij de koepels voor verenigingen zijn daarnaast belangenbehartiging en het organiseren van wedstrijden, concoursen of festivals belangrijke activiteiten binnen hun ondersteuning.
Goed bereik onder de leden
Het lukt de meeste koepels goed om de leden met hun activiteiten, diensten en producten te bereiken. Bij koepels met artistiek begeleiders of kunstdocenten in het mbo als leden lukt dit iets minder goed. De koepels voor verenigingen bereiken overigens overwegend formele verenigingen.
Knelpunt: te weinig menskracht, ledendaling en bereik
Bij de meerderheid van de koepels is het aantal vrijwilligers en medewerkers in de periode 2024-2025 gelijk gebleven of gestegen. Toch vindt 68 procent van de koepels voor verenigingen en 74 procent van de koepels voor individuen dat er te weinig menskracht is om hun diensten en activiteiten naar tevredenheid uit te voeren. Het vinden van vrijwilligers en bestuursleden noemen koepels dan ook als belangrijkste knelpunt. Daarnaast noemt bijna driekwart van de koepels leden als knelpunt. Bij ruim de helft (55%) van de koepels voor verenigingen en 44% van de koepels voor individuen daalde het aantal leden in de periode 2024-2025. Dit komt door vergrijzing en slechts een geringe aanwas van jonge(re) leden. Sommige koepels wijzen ook op een gebrek aan betrokkenheid van de leden. Daar staat tegenover dat veel koepels niet of beperkt bezig zijn met ledenwerving (66% verenigingen en 48% individuen).
Gezien het vorige knelpunt is het niet vreemd dat het derde grote knelpunt bereik, zichtbaarheid en communicatie is. Het gaat hierbij om concrete uitdagingen, zoals websitebeheer, het gebruik van sociale media of het maken en versturen van nieuwsbrieven. De koepels wijzen hier op het gebrek aan menskracht, maar ook aan deskundigheid. Ruim de helft van de koepels voor verenigingen (53%) zegt extra kennis en vaardigheden nodig te hebben.
Behoefte aan extra geld
De financiële positie van bijna alle koepels is redelijk tot gezond, maar er heerst toch overwegend onvrede. Zo geeft 47 procent van de koepels voor verenigingen en 35 procent van de koepels voor individuen aan te weinig inkomsten te hebben om alle gewenste werkzaamheden en activiteiten uit te voeren. Extra geld is dan ook de derde behoefte, na meer menskracht en kennis en vaardigheden. De belangrijkste inkomstenbronnen zijn contributiebijdragen van leden en inkomsten uit eigen evenementen en conferenties. Een minderheid van de koepels voor verenigingen haalt daarnaast ook nog inkomsten uit fondsen en overheidssubsidies. Negen op de tien koepels voor verenigingen maken gebruik van ondersteuning van andere partijen. Welke partij dat is, hangt mede af van de regionale schaal waarop de koepel actief is. Landelijke koepels maken relatief iets minder gebruik van ondersteuning en koepels voor individuen, die bijna allemaal landelijk actief zijn, maken het minst gebruik van ondersteuning.
Onderzoeksverantwoording
Deze publicatie bevat resultaten van een online vragenlijst die in de periode augustus-oktober 2025 is uitgezet onder 123 koepels, bonden en brancheverenigingen met geregistreerde leden die zich bezighouden met cultuurbeoefening op school en/of in de vrije tijd. De vragenlijst van de VerenigingsMonitor is gebruikt als uitgangspunt voor dit onderzoek, met enkele aanpassingen op basis van nieuwe inzichten en in afstemming met een meedenkgroep. In totaal is er 77 keer aan de vragenlijst begonnen, waarvan 63 respondenten de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Bij een aantal vragenlijsten waren onvoldoende vragen ingevuld. Wanneer meer dan 50% van de vragenlijst is ingevuld, is deze meegenomen in de analyse. Na deze uitsluitingen blijft er een respons over van in totaal 64 instellingen. Dat is een respons van ruim 50 procent van de totale onderzoekspopulatie.
Aan het onderzoek hebben 38 koepels met verenigingen als leden meegedaan (51%), 18 koepels met beoefenaars (56%), 5 koepels met kunstdocenten of artistiek begeleiders (45%) en 3 overige koepels (60%).
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)