Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 37.

‘Prestatiedruk en doorgeschoten individualisme’
In Nederland zijn meer dan honderd bonden en koepel-, netwerk- en brancheorganisaties in het veld van cultuurbeoefening actief, waarvan verreweg de meeste gericht zijn op amateurkunst of kunsteducatie in de vrije tijd. Slechts enkele zetten zich in voor cultuureducatie in het onderwijs.
Samen vertegenwoordigen zij duizenden amateurkunstenaars, amateurkunstverenigingen, kunstdocenten, artistiek begeleiders en andere partijen. Zij hebben amateurkunstverenigingen als leden, of individuele cultuurbeoefenaars. Bekende voorbeelden zijn Koornetwerk Nederland en de Vereniging Onderwijs Kunst en Cultuur (VONKC).
Voor de recent verschenen Monitor bonden en koepels voor cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd heeft LKCA hen bevraagd. Naar voren komt dat zij een belangrijke rol voor hun leden vervullen, en dat ook al decennialang. Zij delen kennis, faciliteren verbinding, adviseren en doen aan belangenbehartiging. Ze organiseren workshops, wedstrijden, festivals. Het betrekken van de leden bij hun activiteiten lukt meestal goed.
Te weinig menskracht
Maar juist bij de leden ligt ook een probleem. Bij de helft van de bonden en koepels daalt het ledental. Zo’n driekwart geeft ook knelpunten aan op het terrein van de leden en vrijwilligers. Ongeveer een even groot aandeel meldt dat er te weinig menskracht is om activiteiten naar tevredenheid uit te voeren. En gevraagd naar wat nodig is om hun ondersteuning te verbeteren is menskracht het meest gegeven antwoord.
Eén van de koepels verwoordt het als volgt: ‘Leden worden ouder, stoppen met de hobby, en jonge leden zijn niet geïnteresseerd in ‘lidmaatschappen’ van wat dan ook. Ze zijn ‘lid’ van hun smartphone.’ Of in de woorden van een andere koepel: ‘Nieuwe (jongere) bestuurders vinden is lastig. Iedereen is druk, ziet tegen tijdsinvestering op.’
Dat mensen minder geneigd zijn lid te worden van een vereniging, blijkt ook uit onderzoek van CBS. In de periode 2012-2014 was 6,9 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder lid van een culturele vereniging, in 2023-2024 nog maar 5,5 procent. Ook bij niet-culturele verenigingen is deze daling gaande. Een bredere maatschappelijke tendens dus, waarover de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving afgelopen jaar alarm sloeg.
In haar advies Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving wijst de Raad op de kwalijke gevolgen van prestatiedruk, versnelling en doorgeschoten individualisme voor het welzijn van jong en oud. De Raad pleit voor een brede sociaal-culturele verandering die verbinding als uitgangspunt neemt, naast verscheidenheid en vertraging.
Verbinding vraagt meer dan ondersteuning
Amateurkunstverenigingen zijn natuurlijk bij uitstek een plek waar verbinding tot stand komt. Daarom is het ook positief dat een aantal koepels en bonden voor amateurkunstverenigingen sinds kort weer financiering krijgt van de Rijksoverheid, momenteel via de subsidieregeling Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst 2026-2028 van het Fonds voor Cultuurparticipatie. Dit is een rechtstreeks gevolg van de centralere plek van amateurkunst in het Rijksbeleid. Ten opzichte van andere ondersteuningsinstellingen is de belangrijke meerwaarde van koepels en bonden dat zij bottom-up voortkomen uit het veld zelf en dichtbij hun leden staan.
Maar de knelpunten waar koepels en bonden als ondersteunende partij tegenaan lopen laten zien dat je er als overheid niet bent met het bouwen en versterken van een infrastructuur van ondersteuning. Er moet wel iets zijn om te ondersteunen, om het enigszins gechargeerd te stellen. Dat vraagt een bredere sociaal-culturele verandering, met overheidsbeleid dat verbinding faciliteert en ruimte maakt voor de tijd en voorzieningen die daarvoor nodig zijn, onder andere via kunst en cultuur. Om overheidsbeleid dat óók de amateurkunstverenigingen, artistiek begeleiders, kunstdocenten, centra voor de kunsten et cetera ondersteunt.
Vooralsnog benadrukt het nieuwe kabinet in het coalitieakkoord het ‘koesteren [van] onze cultuur, van orkesten en musea van wereldklasse tot een bruisende volkscultuur’. Mijn hoop is gevestigd op de concrete uitwerking van die plannen.


Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)