
Een paar jaar geleden gaf ik workshops op scholen waarbij kinderen een tekening maakten van een plek waar ze graag zouden willen zijn. Met mijn zogenaamde ‘Tele-Tekening-Machine’ verschenen de kinderen ter plekke op beeld in hun eigen tekening. Na de les stuurde ik dan een compilatie van alle opgenomen filmpjes met vliegende, zwemmende, rennende en zwevende kinderen naar de leraar.
Over het algemeen waren de reacties positief. Maar er was er ook eentje bij die me daarna lang heeft beziggehouden. Een van de leraren had namelijk geschreven dat de kinderen het leuk vonden, maar dat ze niets hadden geleerd.
Deze opmerking valt in dezelfde categorie als de uitspraak van dat ene jongetje na een workshop over het maken van een korte film. Hij bedankte mij met een stralende blik: ‘Fijn, meester, dat we vanochtend niet hoefden te werken!’ Dat jongetje had met zijn groepje die ochtend een script geschreven, rollen verdeeld, props verzameld, geregisseerd, locaties gezocht, gefilmd, geacteerd en gemonteerd. Maar gewerkt? Nee, dat niet.
Wat hierin doorklinkt, is de heersende veronderstelling dat de school vooral een leeromgeving zou moeten zijn waar kennis opgedaan wordt en waar gewerkt dient te worden. Een omgeving, met andere woorden, waar effectieve leermethodes meetbare opbrengsten moeten opleveren.
In een leeromgeving wordt uitgelegd, geoefend, gereproduceerd en geëvalueerd. Daar heeft kunst slechts de functie van een interessant (historisch) cultureel verschijnsel, waar kinderen enige kennis van dienen te hebben. Kunst dient er ter ontspanning of energizer om daarna weer aan het werk te gaan om echt belangrijke zaken te gaan leren.
De school als pedagogische ruimte
Ik chargeer natuurlijk een beetje, maar kunst is veel meer dan een cultureel verschijnsel of een leuk tussendoortje. Kunst behelst zelfs meer dan de positieve effecten op het opgroeiende brein. Wat ik hier wil zeggen is dat het jasje van de school als leeromgeving wat te krap is voor wat de kunsten in het onderwijs te bieden hebben. De kwaliteiten van kunst komen pas echt tot zijn recht als we school ook kunnen zien als een pedagogische ruimte.
‘De kwaliteiten van kunst komen pas echt tot zijn recht als we school kunnen zien als pedagogische ruimte’
In een pedagogische ruimte wordt niet alleen geleerd of gewerkt, er gebeurt veel meer dan dat. Daar vindt niet alleen kennisoverdracht plaats, maar wordt het kind ook uitgenodigd om iets van zichzelf in het spel te brengen en zelfs op het spel te zetten zodat er iets nieuws kan ontstaan. Een pedagogische ruimte biedt het kind zowel de mogelijkheid om iets nieuws in zichzelf te ontdekken, als de ondersteuning en de veiligheid om die sprong, groot of klein, te kunnen maken.
In een pedagogische ruimte wordt geoefend om op een volwassen en verantwoordelijke manier mens te zijn. Een mens met een denken, een voelen en een wil. In een pedagogische ruimte bewegen we soms van A naar B. Maar we kunnen er ook meanderen of van eiland naar eiland springen en via F uitkomen bij C. In een pedagogische ruimte is lang niet alles ‘waar’, maar wel altijd ‘waarachtig’. Het is niet alleen de werkelijkheid die in het spel komt, maar ook de verbeelding. In een pedagogische ruimte krijgt het kind de kans om zijn volwassenheid te oefenen.
In een pedagogische ruimte wordt het kind aangemoedigd om zich tot weerstand te verhouden. Die weerstand kan zitten in een weerbarstig materiaal, het samenwerken in een groepje, het zingen van een lied met een bepaalde lengte en stemming, het beoefenen van een instrument of het leren kennen van het eigen lichaam in dans. Het kind wordt uitgedaagd om daarin afstemming te zoeken tussen wat het van binnen wenst en wat in de buitenwereld, voor de ander of het andere, wenselijk is. Het kind oefent zijn of haar vrijheid en zal daarbij niet zelden gehoorzaam moeten zijn aan wat het in de buitenwereld ontmoet.
De kunsten versus digibord en koptelefoon
En bij dat oefenend bewegen tussen binnen- en buitenwereld komt iets existentieels van de kunsten in beeld. De kunsten bieden bij uitstek activiteiten die zowel open als gesloten genoeg zijn. Kunst is gesloten omdat het een begin en een einde heeft, een prelude en een coda of een lijst waar het doek ophoudt. Kunst is open omdat het tot ons spreekt en wij er allemaal iets anders in kunnen horen of zien. Kunst is als een klankkast van een viool. Open en gesloten genoeg om te kunnen resoneren, om mee-te-klinken. Ze biedt ons de kans om mee-te-maken en mee-te-delen.
Dat klinkt allemaal erg gewichtig, maar wat kunnen we dan doen met de kinderen in zo’n pedagogische ruimte? De Griekse muzen bieden hier uitkomst. Zij wilden namelijk net als leraren hun publiek niet alleen informeren, maar ook zintuigelijk beroeren en bezielen. Dat deden ze door als gezelschap te vertellen, te spelen, te maken en te delen. Dat zijn stuk voor stuk activiteiten waarbij het publiek (het kind) wordt uitgenodigd om mee-te-maken en als persoon (subject) in het spel te stappen en misschien zelfs wel iets op het spel te zetten. Uitleggen wordt vertellen, oefenen wordt spelen, reproduceren wordt maken en evalueren wordt delen.
Leren en werken horen bij onderwijs. Maar als we het onderwijs verengen tot uitsluitend die taken dan zal de leraar als scheppende mens verdwijnen. De economisering van het onderwijs, de exponentiele mogelijkheden van digitale technologie en hypergeïndividualiseerde programma’s zullen het leren steeds meer uit handen van de leraar nemen. Hoe vaak zetten niet het digibord aan en doen we vervolgens een stapje opzij? Hoe vaak zitten de kinderen met hun koptelefoon over hun laptop gebogen?
‘Als we onderwijs verengen tot uitsluitend leren en werken, zal de leraar als scheppende mens verdwijnen’
Er staat hier dus veel meer op het spel dan wat meer kunstlessen in het onderwijs. Zonder scherp beeld van de school als pedagogische ruimte en de waarde van de kunsten, of beter gezegd, een kunstzinnige (muzische) manier van werken verliezen we iets wezenlijks voor zowel de leraar als het kind.
Want waar de kunsten en de pedagogiek elkaar raken wordt levenskunst geoefend. En dat is volgens mij precies waarom het onderwijs zo’n mooi vak is!
Boek Michiel Bos
Onlangs verscheen het boek ‘Muzisch Meesterschap, over de kunstzinnigheid van de leraar’ van Michiel Bos. Verkrijgbaar via www.michielbos.nl of in de bekende webwinkels.

Verder lezen
- In een eerder stuk op Cultureel Kapitaal pleitte Michiel Bos voor het verbreden van het profiel van de kunstvakdocent, zodat zij als vaste kracht aan de slag kunnen op de basisscholen.
- Heleen van den Broek zou graag zien dat álle leerkrachten structureel in aanraking komen met kunstonderwijs. Op Cultureel Kapitaal schreef zij dit jaar dat een vaste kunstdocent geen oplossing is, maar dat een fundamentele herziening van het curriculum en de pabo’s nodig is.
- LKCA publiceerde dit jaar de Kennissynthese Cultuurbeoefening: een verzameling van elf jaar Nederlands onderzoek over cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd. De synthese wordt ieder jaar aangevuld.

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)