“Muziek is een soort vrijstaat”

Interview Rocco Ostermann
Johnny Cash trad op voor gedetineerden, maar De Niemanders maken muziek mét muzikale talenten in Nederlandse gevangenissen. Er zitten echt fantastische muzikanten bij, weet Rocco Ostermann. “Muziek is een helende kracht in het universum.”
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Nee, Johnny Cash was níet de inspiratie voor Rocco Ostermann en Wout Kemkens. Het idee voor De Niemanders is dichter bij huis ontstaan. In Arnhem om precies te zijn, de basis van De Niemanders – en van Donnerwetter en Shaking Godspeeld, de andere bands waarin Ostermann en Kemkens optreden. Om het tienjarig bestaan in een nieuwe vorm te vieren, wilde poppodium Luxor Live in 2018 alle Arnhemmers laten ‘participeren in muziek.’ Mooi idee, dacht Kemkens, maar dan óók voor de mensen in de penitentiaire instelling (p.i.) in Arnhem, bijgenaamd de Blue Band Bajes.

“Wij met zijn tweeën zijn gaan kijken of er talent rondliep”, vertelt Ostermann, zanger en gitarist van de Niemanders. Dat talent was er. “Er zitten echt fantastische muzikanten bij. We hebben met een man of zeven lekker muziek gemaakt, sommigen een beetje les gegeven. Samen hebben we een gelegenheidsband gevormd en drie concerten gegeven op verschillende afdelingen. Superleuk, het klonk goed.”

‘Embedded’ muziek maken

Zo kwam het balletje aan het rollen. Ostermann en Kemkens schreven andere p.i.’s aan om ook daar ‘embedded’ muziek te maken met de bajesklanten, de niemanders. Ostermann: “Buiten de gevangenis ben je allemaal iemand, maar binnen ben je niemand meer. Je gaat op de foto met een nummer voor je borst, eenmaal binnen heb je geen sleutel tot je eigen leven meer.”

Na de eerste kennismaking gaat het gesprek in een p.i. al gauw alleen nog over muziek. Daardoor ontstaat onderling vertrouwen en ontspant iedereen. “Dat geldt voor ons net zo goed. Ik was nog nooit in een gevangenis geweest, dus die allereerste dag kom je wel met allerlei gevoelens binnen. Maar je geeft elkaar een hand, het is duidelijk wat je komt doen, en dan valt alles van je af. Muziek is een soort vrijstaat. In een liedje kun je de boeien van je af gooien, je hart uit je lijf zingen. Dat vertelden ze ons ook: ‘Hèhè, eindelijk voelde ik me weer vrij.’”

Prijswinnende dichter

Zeker in een liedje dat over je eigen situatie gaat. Na de eerste optredens werden ook schrijvers bij het project betrokken. “Omdat er veel wordt gerapt in p.i.’s. Dat poëtische aspect vonden wij ook interessant.” In één gevangenis troffen ze zelfs een dichter aan die een poëziewedstrijd had gewonnen, nadat hij het werk van Willem Wilmink had ontdekt in de bajes. Zo ontstonden in wisselwerking met de gedetineerden compleet nieuwe songs, sommige bijna literair, sommige meer in Hazes-stijl. “Over hoe ze hun kind misten. Over het gezeur in je hoofd dat in je cel maar dóórgaat. Of over hoe ze in de shit zijn geraakt, bijvoorbeeld omdat je uit een gezin komt waar pa en ma altijd ruzie hebben, waardoor je liever op straat bent. Dan is het klotenmoeilijk om op het rechte pad te blijven.”

De begeleiders in de p.i.’s waren regelmatig verbaasd over de openhartigheid die de gedetineerden tegenover de muzikanten toonden en zagen soms positieve verandering in hun gedrag. “Muziek is een helende kracht in het universum”, concludeert Ostermann.

‘Soms is het klotemoeilijk om op het rechte pad te blijven’

Twee oude gitaren en een drumstel

Toch is op de muziekvoorzieningen in sommige p.i.’s flink beknibbeld, zagen de muzikanten. Per regime verschillen ook de vrijheden die gedetineerden hebben. “In de ene bajes hebben ze twee oude gitaren en een drumstel, in de andere een heel wat uitgebreidere keus aan instrumenten. Helaas konden we geen nummers in de p.i.’s opnemen. Want áls het in de media komt… Er was ophef geweest over rapper DjagaDjaga, die een rap naar buiten had gebracht. Minister in de problemen: ‘Oooo, wat is het toch erg met die gevangenissen.’ Dus ik snap wel dat ze voorzichtig zijn, maar toch…”

Het album dat op 1 mei uitkomt, is in de studio opgenomen. Zonder de gedetineerden, maar de dubbel-cd is wel helemaal doortrokken van hun ervaringen en hun muziek. In de gevangenis zijn Ostermann en Kemkens, van huis uit rockers, in aanraking gekomen met allerlei invloeden: afro, hiphop, kaseko. “Dat maakte het voor ons ook leerzaam en leuk. Op de plaat staan nummers die er zonder hun inbreng nooit op gekomen waren.”

Door deze ervaring zijn, nu nog vage, plannen in ontwikkeling om meer te doen met De Niemanders. Misschien in het theater. Een ander ‘participatieproject’ is ook mogelijk. “We zouden ook een andere groep mensen nader kunnen beschouwen, een beetje à la Louis Theroux. Er zijn genoeg vreemde kostgangers. Maar eerst stoppen we alles in dit album.”

Dit is een artikel uit de nieuwe Cultuurkrant NL (maart 2020). Neem hier een kosteloos abonnement.

Foto boven: ‘De Niemanders’, een bewerkte blend van de gezichten van Rocco Ostermann & Wout Kemkens

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)