Kunstvakonderwijs: dringend diversere rolmodellen nodig
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 38, juni 2026.
Aanleiding voor de campagne waren signalen uit het veld dat opleidingen worstelen om een diverse instroom te krijgen. ‘Van een weerspiegeling van de diversiteit in de samenleving en van die van de leerlingen aan wie studenten later les gaan geven, is geen sprake’, vertelt Marcelle Hendrickx, directeur van Méér Muziek in de Klas. ‘Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks studenten met andere culturele achtergronden. Hetzelfde geldt voor mensen met een beperking of neurodiversiteit.’
‘Van een
weerspiegeling van de diversiteit in de samenleving is geen sprake‘

Paul Pos, hoofddocent Kunsteducatie aan de Willem de Kooning Academy in Rotterdam, herkent dit. ‘Onder onze studenten zijn weinig jongeren met een migratieachtergrond.’ Een student van hem die fungeert als een van de gezichten van de campagne, heeft dat wél.
‘Nurdan is een op en top Rotterdamse met Turkse roots die haar Turkse cultuur ook uitdraagt’, vertelt Pos. ‘Dat maakt haar wel een uitzondering in het kunstvakonderwijs. Dat hopen we met deze campagne te veranderen.’
Rolmodellen
Geef jouw passie door als kunstvakdocent, staat te lezen op de campagnesite. Dat is een bewuste formulering, vertelt Hendrickx. Want bij jongeren die cultureel actief zijn, is docentschap als vervolgstap niet altijd in beeld. Ze kennen die mogelijkheid niet óf ze hebben er verkeerde beelden bij. ‘Bijvoorbeeld dat je met zo’n opleiding geen baan kunt krijgen.’
Het tegendeel is waar. Er is juist een groot tekort aan kunstvakdocenten. ‘Jaarlijks hebben we vijftig tot zestig afgestudeerden en binnen een jaar hebben de meesten een betaalde baan in het vakgebied’, vertelt Pos. Niet alleen meer, maar vooral ook meer diverse docenten is de inzet van de campagne. ‘Onze cultuureducatie is nog steeds vrij traditioneel’, stelt Hendrickx. ‘De rijke cultuurtradities van mensen met een diverse achtergrond zien we daarin te weinig terug. Daarom is het zo belangrijk dat we kunstvakdocenten krijgen die die rijke bagage en een ander perspectief meebrengen en die inzetten in hun lessen. Leerlingen hebben rolmodellen nodig, spiegelbeelden van henzelf waarin ze zich kunnen herkennen.’
Ook Pos wijst op het belang van rolmodellen. Hij onderzoekt via storytelling hoe studenten op de academie terecht zijn gekomen. ‘In hun verhalen hoor ik nooit: we hadden zo’n leuke methode of het examen was zo leuk. Maar wel altijd: er was een kunstdocent en die zei tegen mij…’
Docenten zijn dus heel belangrijk bij de studiekeuze. Maar een valkuil is dat ze vooral leerlingen attenderen op de kunstvakdocentopleiding die qua achtergronden en culturele interesses op henzelf lijken. Zo krijg je meer van hetzelfde. De kunst is het om die vicieuze cirkel te doorbreken.
‘Binnen een jaar hebben de meesten een betaalde baan in het vakgebied’
Westerse canon
Diversiteit omvat meer dan louter kleur, benadrukt Pos. Het gaat ook om gender (’90 procent van onze studenten is vrouw’), sociaaleconomische achtergronden en lichamelijke kenmerken. ‘Het is bijna ondoenlijk voor iemand in een rolstoel om de studie fatsoenlijk te volgen, omdat het gebouw en de opleiding daar totaal geen rekening mee houden.’
Om een diverse instroom te bevorderen moeten opleidingen dus zelf ook veranderen. Zich meer openstellen voor andere kunstvormen dan de traditioneel westerse bijvoorbeeld. Pos geeft een voorbeeld: ‘Op een conservatorium moeten studenten noten kunnen lezen. Maar dat is niet in alle muziekculturen gebruikelijk. Dat maakt het lastig om mensen die je opleidt mee te geven dat je op andere manieren muziek kunt maken. Ze worden eerder gesterkt in ‘zo hoort het’.’
Voor zijn eigen discipline, beeldend, wijst Pos op de kracht van de traditie. ‘Als we onze eerstejaarsstudenten vragen om vijf kunstenaars of vormgevers te noemen, volgen de klassieke namen als Dali en Van Gogh. Als je dan zegt ‘noem er ook eens een paar die nog niet dood zijn’, valt het vaak stil’, vertelt Pos. Op de academie proberen ze die blik te verbreden door studenten in aanraking te brengen met hedendaagse en diverse kunst. ‘We doen ons best hen te laten zien dat er meer is dan de westerse canon.’ Maar eenmaal aan het werk in het onderwijs, vallen mensen toch weer terug op de canon.
‘Het is lastig om die onderwijspraktijk te veranderen, want er zijn diepe groeven en overtuigingen over wat kunst is. Bovendien zijn de eindexamens voor het voortgezet onderwijs ook heel behoudend, met slechts beperkte aandacht voor diversiteit. Een klein voorbeeld: de betekenis van kleuren kan per cultuur verschillen. Daar moet je rekening mee houden.’
Selectie
Een andere opgave voor opleidingen is om het eigen docentencorps diverser te maken. ‘We weten dat je geen bekenden moet uitnodigen bij vacatures en toch gebeurt het’, zegt Pos. ‘Er is bij alle opleidingen een netwerk van ons-kent-ons.’ Een bredere blik is ook nodig bij de selectie van nieuwe studenten.
De Rotterdamse opleiding is daarmee bezig, vertelt Pos. ‘Onderdeel van onze selectieprocedure zijn interviews met kandidaten. We werken eraan om die gesprekken minder ongestructureerd te maken, want dan, zo blijkt uit onderzoek, sluipen vooroordelen er gemakkelijker in. En dan groeit de kans dat iemand die op jou lijkt toegelaten wordt. Het gesprek gaat dan eerder over bevestiging dan objectief vaststellen of iemand geschikt is voor het beroep.’
Vanuit het principe van meerstemmigheid zijn er voortaan vier mensen betrokken bij het selectiegesprek, waaronder ouderejaars. ‘Waar we vroeger bij twijfel mensen afwezen, laten we ze nu toe en monitoren we hoe ze zich ontwikkelen. We proberen in het gesprek dus de groeipotentie vast te stellen. Want zo’n gesprek is een momentopname. Je weet niet of iemand al op zijn maximale kunnen zit of nog verder kan opbloeien.’
Wel is dit selectiebeleid bij beeldend makkelijker dan bij bijvoorbeeld dans of theater waar de aanmeldingen het aantal beschikbare plaatsen verre overstijgt. Maar dat neemt niet weg dat je je bewust moet blijven van je eigen vooringenomenheid. ‘De kunstvakdocentopleidingen zijn zich allemaal bewust van de noodzaak van meer diversiteit’, stelt Pos. ‘Maar de vertaling naar handelen valt nog niet mee. Daarom is het goed dat deze campagne ons stimuleert om daar samen verder over na te denken.’
Lees verder:
- Zet kunst in het hart van het onderwijs, stelt Heleen van den Broek (atelierpedagoog en groepsbegeleider) op Cultureel Kapitaal. Wat haar betreft worden de pabo’s fundamenteel herzien.
- Cultuuronderwijs als oplossing van het lerarentekort. Hoe pakt dat uit? In gesprek met Suzanne Hijstek (projectleider Slim Organiseren bij Kenniscentrum Cultuuronderwijs Rotterdam) en Paul Burghouwt (directeur basisschool Park16hoven).
- Orlando Ceder (conservatorium Amsterdam) wil het conservatorium meer divers maken. ‘Amsterdam heeft een rijke culturele geschiedenis, die je nog steeds terugziet in de samenstelling van de bevolking. Toch zie ik dat in de gangen van het conservatorium niet terug’.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)