‘Ik wil wel eens met de onderwijswethouder praten’ – Liesbeth Coltof over jeugdtheater en cultuureducatie

Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Meer tijd voor structurele cultuureducatie in het onderwijs, meer samenspraak met de politiek, meer echte betrokkenheid. Dat is het ‘meer, meer, meer’ van Liesbeth Coltof, regisseur en artistiek leider van De Toneelmakerij en voortrekker van het jeugdtheater in Nederland.

Dit is een artikel uit de Cultuurkrant editie 3, maart 2017.

Ze heeft geaarzeld of ze het wel moest doen, Lear, haar nieuwste Shakespeare-productie voor De Toneelmakerij (première 4 maart). Al te gemakkelijk zou men King Lear, de koning wiens opvolging zacht gezegd nogal dramatisch uitpakt, met haarzelf kunnen associëren. Coltof kondigde ruim een jaar geleden aan dat zij het leiderschap van De Toneelmakerij per 1 januari 2019 zou overdragen aan Paul Knieriem. Coltof: ‘Er komt een moment dat je het moet overdragen. Ik heb iets moois opgebouwd, maar het is niet ván mij. Het is geleend.’

Foto: Bart Grietens

Tijd maken

Na al die jaren aan het roer, vanaf 1990 van Huis aan de Amstel en sinds 2009 van fusiegezelschap De Toneelmakerij (waarin Huis aan de Amstel samenging met jeugdtheatergroep Wederzijds), voelt zij bovendien de behoefte aan meer concentratie op het artistieke aspect, én op de mogelijkheid haar ruime ervaring ter beschikking te stellen aan anderen.

Onvrede over het huidige cultuurbeleid heeft dus geen doorslaggevende rol gespeeld bij haar besluit. Al baren sommige zaken haar wel degelijk zorgen. Over de krimpende ruimte, in tijd en geld, voor cultuureducatie in het onderwijs bijvoorbeeld. ‘Er wordt zoveel van leraren gevraagd. Een opleiding dramadocent duurt vier jaar, dus met een boekje en twee workshops ben je er niet. En het moet je ook maar net liggen. Onderwijzers hoeven geen dramadocenten te worden, maar er is wel meer begeleiding nodig. Regelmatige feedback van professionele mensen, ook van kunstenaars zelf. Hoe meer je van kinderen vraagt, des te hoger het niveau dat je krijgt.’

‘Er is de laatste jaar heel veel wegbezuinigd, maar o, o, wat vinden we kunsteducatie belangrijk. Soms maak ik me daar heel kwaad over. Maar dan denk ik weer: gewoon doorwerken. Ooit wordt het wel eens duidelijk.’

Macbeth, foto: Sanne Peper

Als scholen écht iets willen doen aan cultuureducatie, zouden ze docenten daar structureel een paar uur voor moeten vrijmaken. Of schoolbesturen bereid zullen zijn geld – tijd is nu eenmaal geld – te reserveren? Daarover leven in de sector zorgen, aldus Coltof. ‘Het budget voor kunst in het onderwijs is nu nog gelabeld, maar wat als dat straks niet meer zo is? Ik ben er niet gerust op.’

Praat met elkaar

Daar ligt een rol voor de politiek. Landelijke en lokale bestuurders zijn tegenwoordig wel doordrongen van de waarde van cultuur voor kinderen, maar dat belijden zij vaak vooral met de mond: ‘Hun portemonnee zit niet waar hun mond zit.’

Coltof ziet de afstand tussen de politiek en de kunstwereld als oorzaak. De keerzijde van het Thorbeckiaanse principe heeft als risico dat politici de kunsten niet meer als deel van hun verantwoordelijkheid beschouwen. ‘Dan wordt het te makkelijk om zaken maar af te schaffen. Ik vind natuurlijk niet dat de politiek moet zeggen wat wij moeten doen. Maar in wezen zijn we allemaal, kunstenaars en politici, bezig met nadenken over de maatschappij. Waarom profiteren we niet meer van elkaars expertise en ideeën? Beleidsmakers praten wel met bankiers en ondernemers. Ik zou ook wel eens met de wethouder onderwijs willen praten.’

De politiek zou wat dat betreft meer initiatief moeten nemen. Maar ook kunstenaars, erkent Coltof, nemen vaak maar eens in de vier jaar de moeite zich in de politiek te verdiepen. Bovendien ontbreekt een structurele ruimte voor dialoog. ‘Daar zou ik me wel voor willen inzetten, als ik straks geen direct belanghebbende meer ben.’

Ontspoord, foto: Sanne Peper

Serieus werk

Als ze daar tijd voor heeft tenminste. Coltof werkt nu al geregeld in Gaza en er staan projecten in Afrika op stapel. In Duitsland heeft zij banden met gezelschappen in Düsseldorf en Dortmund. Coltof is ook daar een autoriteit: ‘Een van de groten in het Nederlands-Duitse theaterlandschap’ aldus de jury van de prestigieuze Duitse theaterprijs Der Faust, die zij eind vorig jaar ontving. ‘Waar de groei en de differentiatie van het jeugdtheater in Nederland nu wordt geremd, komt die in Duitsland juist tot bloei. Voorstellingen en educatieprogramma’s waren daar altijd pedagogisch zéér verantwoord. Dat wordt nu afgeschud, makers durven woester, artistieker te werken. En de middelen zijn ruim.’

Kunst leeft in Duitsland veel meer, heeft Coltof gemerkt, in de maatschappij én bij de politiek. ‘Als er daar wordt bezuinigd, bemoeit de hele stad zich ermee. Men beschouwt kunst als serieus werk, niet als veredelde hobby.’ Die echte betrokkenheid van het grote publiek voelt zij minder in Nederland. De zaden die zij in ruim dertig jaren in het jeugdtheater en de cultuureducatie heeft geplant, zijn wel tot bloei gekomen, maar de wortels zijn nog kwetsbaar.

‘Er is de laatste jaar heel veel wegbezuinigd, maar o, o, wat vinden we kunsteducatie belangrijk. Soms maak ik me daar heel kwaad over. Maar dan denk ik weer: gewoon doorwerken. Ooit wordt het wel eens duidelijk.’

Deze zaken moeten direct anders

Sommige dingen hebben tijd nodig, maar als het aan Coltof ligt, worden de volgende zaken meteen aangepakt:

De onderbetaling van acteurs: ‘Uit een rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat het merendeel leeft van 880 euro per maand!’

Het normbedrag van vijf ton subsidie voor álle jeugdtheatergezelschappen: ‘Terwijl we juist aan differentiatie toe waren. Voor sommige gezelschappen is groot goed, voor andere klein juist fijn.’

De verstikkende regels waar docenten in het cultuuronderwijs mee worden geconfronteerd: ‘Verantwoording afleggen is goed, maar dit is doorgeschoten.’

De nadruk op de cognitieve ontwikkeling in het huidige onderwijs: ‘Laatst zijn wij gebeld om kindertjes op een i-padschool te leren sámen iets te doen. Dat is toch eigenlijk te treurig voor woorden.’

Het jeugdtheater op gelijke voet behandelen als het volwassenentheater: ‘Het werk voor schrijvers, acteurs en regisseurs is precies hetzelfde.’

Verder lezen

  • ‘Het begint met ‘ja’ zeggen. Oók tegen jezelf.’ Choreograaf, theatermaker en community artist Jordy Dik wil zonder woorden de wereld beter maken. Lees het artikel uit Cultuurkrant #36.
  • Leren door te doen en te ervaren, daar pleiten jeugdtheatergezelschappen voor. De gezelschappen gaan voor lichamelijk leren en oogsten daarmee veel succes. En dat is terecht, stelt universiteit docent theaterwetenschap Cock Dieleman. Lees verder op Cultureel Kapitaal.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel