Harmonie en basisschool lopen met hun blazersklas voor de muziek uit

Brabantse muziekgezelschappen zijn van oudsher hofleveranciers voor succesvolle blazers. Die kweekvijver dreigt echter droog te vallen. In het Brabantse dorp Hilvarenbeek lijkt de harmonie het tij te keren, dankzij nauwe samenwerking met het onderwijs, muziekdocenten en overheid.
Cultureel Kapitaal
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

De Koninklijke Harmonie Concordia in Hilvarenbeek heeft nog nooit zoveel nieuwe leden gehad als de laatste jaren. En het mooie is: de groei zit aan de onderkant, bij de jeugd. De harmonie telde begin dit jaar 130 actieve leden, van wie er 45 onder de achttien jaar zijn. De gemiddelde leeftijd bedraagt 49 jaar. 

Hoe weet Concordia te ontsnappen uit de neerwaartse spiraal van vergrijzing en ontgroening? Het antwoord is: de blazersklas. Elk kind op de drie basisscholen in Hilvarenbeek leert in de blazersklas een eenvoudig blaasinstrument spelen. Dat zijn elk jaar ongeveer 150 kinderen. Om dat mogelijk te maken werken overheid, muziekdocenten, basisonderwijs en de harmonie nauw samen. Waar elders het muziekonderwijs is geschrapt uit het lesprogramma, maken de drie scholen er tijdens reguliere lestijden ruimte voor vrij. De gemeentelijke overheid betaalt de docenten en de harmonie zorgt voor de instrumenten. 

Muzikale vorming

Hoe het werkt: groep vier en vijf krijgen onder schooltijd het vak muzikale verkenningen. De harmonie zorgt voor 275 xylofoons, docenten van het Muziek Dans Theater (MDT) verzorgen de lessen. Omdat er vraag was naar een vervolg, is de blazersklas in het leven geroepen. Gedurende tien weken leren kinderen van groep zes een eenvoudig blaasinstrument spelen. Ze mogen hun instrument mee naar huis nemen om thuis te oefenen. Na tien weken volgt een concertje op school en gaan de instrumenten naar de volgende blazersklas. Voor de blazersklas stelt Concordia 45 houten en koperen blaasinstrumenten beschikbaar. Na de blazersklas kunnen kinderen zich verder bekwamen bij hun muziekdocenten om na enige tijd op niveau B of C in te stromen bij het grote orkest van Concordia. 

In 2012 stapte de harmonie voor minimaal drie jaar in dit onderwijsproject. De aanschaf van de instrumenten was voor de harmonie een rib uit het lijf, maar de investering betaalt zich terug door de aanwas van jeugdleden. Natuurlijk stromen niet alle basisschoolleerlingen door naar de harmonie. Concordia is blij met vijf procent. Harmonievoorzitter Kees van Mol: ‘Dit jaar kunnen we rekenen op vijf of zes nieuwe leden. Wellicht worden het er negen of tien en dat is zelfs te veel. We zijn apetrots.’

Mini-samenleving

Het succes staat of valt met de financiering van de gemeente. Als die bijdrage wegvalt, is dat een volgende kaalslag in de culturele wereld. Jan van den Eijnden, senior cultuureducatie van het LKCA, is zich daarvan bewust. Van den Eijnden weet hoe de vlag erbij hangt, want hij is eveneens docent aan het Fontys Conservatorium in Tilburg, dirigent van verschillende ensembles en rayonagent van het Nederlands Hoornisten Genootschap. 

Hij breekt een lans voor de muziekverenigingen, orkesten en ensembles. Volgens hem functioneren ze als een minimaatschappij. ‘Kleuren en stemmen moeten op elkaar afstemmen. Als sommigen groepen – bijvoorbeeld de trombones – te weinig aan bod komen, roeren de spelers zich. De dirigent geeft iedereen de indruk ertoe te doen.’

Van den Eijnden constateert dat het onderwijs de aansluiting met muziek is kwijtgeraakt. ‘Het volstaat niet om een klas passief kennis te laten maken met muziek. Muziek is meer dan een digibord. Muziek vraagt om kwaliteit van kennismaking om vervolgens te verdiepen. Ik vergelijk het met lezen. Iedereen kan lezen, maar er is een groot verschil tussen een stukje proza en een goede roman.’

Humuslaag

Van den Eijnden beschouwt de amateurgezelschappen als de humuslaag waarin grote blazers ontkiemen. Voorbeelden: jazzmusici Eric Vloeimans en Eric Boeren, de hoornisten Jasper de Waal, Fons Verspaandonk, Pieter Hunfeld en Rob van de Laar. De laatste won begin 2017 de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs. Van de Laar heeft zijn wortels in de fanfare De Vooruitgang in Stiphout. Hij steekt de loftrompet over de fanfare, die hij uiteindelijk weer heeft verlaten. ‘Het verenigingsleven is van grote waarde. Het is deel van de Brabantse en Limburgse cultuur. Helaas wordt er met minachting over gesproken, terwijl er zoveel goede blazers uit voortkomen. Ik heb er veel van geleerd, maar ik had andere ambities.’ Hij vindt emplooi onder meer als solist in het Mozarteumorchester in het Oostenrijkse Salzburg. 

Hoornist Van de Laar kaart een ander gevoelig punt aan: jongeren houden niet van het genre. Voor het Nederlandse grote publiek is klassieke muziek een ondergeschoven kindje. Rob van de Laar ontving begin dit jaar de Nederlandse Muziekprijs onder andere voor zijn Brahmsproject, waarin hij zich richt op een breed publiek. Dat doet hij door beeld en live muziek met elkaar te verweven in een concertvoorstelling over het leven van Johannes Brahms. ‘De perceptie dat klassieke muziek elitair is, vind ik onbegrijpelijk. Klassieke muziek moet weer hip worden.’

Foto: Amir Husani (leerling groep 6) met zijn saxofoon. Foto: Gemma van der Heyden.

Dit artikel is een samenvatting van drie artikelen in het tijdschrift Brabant Cultureel (www.brabantcultureel.nl) U kunt het drieluik teruglezen:

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder