Nee, het gaat niet slecht met het cultuuronderwijs. Er gebeurt veel en de opbrengsten zijn groot

Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Annelies Bartelink las met verbazing het artikel van Piet Hagenaars over de onmacht van het cultuuronderwijs. Zijn beeld van de huidige praktijk klopt niet, vindt zij. En waar is de penvoerder CmK in zijn verhaal? Lees hoe zij het betoog van Hagenaars fileert én lees de reactie van Piet Hagenaars onderaan dit artikel.

Door Annelies Bartelink

Met verbazing las ik de aanbevelingen van Piet Hagenaars op Cultureel Kapitaal. Als intermediair, penvoerder Cultuureducatie met Kwaliteit en onderzoeker herken ik het beeld dat hij schetst niet (meer). Is hij wel in de huidige praktijk van het primair onderwijs gaan kijken?

Zo vindt Hagenaars dat de beleidsregie voor cultuuronderwijs in één hand moet komen. Dat zowel de onderwijsdirectie als cultuurdirectie over de kerndoelen voor cultuuronderwijs gaan, leidt volgens hem tot een beleidsspagaat: het onderwijsbeleid richt zich op 21e-eeuwse vaardigheden en het cultuurbeleid op kunstvakdoelen en cultuurdeelname. Mijns inziens zijn dat echter geen tegenpolen. Hagenaars lijkt nog een smalle definitie van cultuureducatie te hanteren. De actuelere notie van cultureel vermogen (alles is cultuur!) zie ik hier niet terug.

Ouders en leerlingen tijdens een presentatie van een ‘operadag’, een project van Nationale Opera & Ballet, 2017, foto Anna van Kooij

Volgens Ashby’s Law of Requisite Variety moet je bovendien alle kanten van een probleem belichten om de beste oplossing te kunnen vinden. Daarom zeg ik: laat onderwijs de onderwijsbelangen belichten en cultuur de cultuurbelangen. Je hebt brede en diepgaande kennis van allebei nodig om het beleid samen, integraal, te kunnen invullen. Dat doe je niet door één van beiden als het ware een veto te geven.

Grote opbrengsten

Maar er is meer. Hagenaars geeft aan dat impulsprogramma’s ‘weinig leeropbrengsten’ hebben. Dit doet geen recht aan alle betrokkenen die zich keihard inzetten en die ik met eigen ogen heb zien groeien én zichzelf heb zien overtreffen. Regelingen zoals CmK dragen bij aan een voedingsbodem. Bijvoorbeeld doordat zij een visie op cultuureducatie helpen ontwikkelen en de samenwerking tussen school en culturele omgeving verbeteren. Leerkrachten zijn beter in staat gefundeerde keuzes te maken, als onderdeel van hun onderwijsprogramma. Steeds meer leerkrachten kunnen procesgerichte creatieve opdrachten geven. Grote opbrengsten, waar Hagenaars aan voorbij lijkt te gaan. Hij impliceert dat het doel zou zijn om van leerkrachten ook kunstdocenten te maken. Terwijl de huidige regelingen nou juist laten zien dat het besef er is dat dit niet realistisch is.

Hagenaars stelt als voorbeeld van een ‘weinig opbeurende’ opbrengst dat samenwerking met culturele instellingen voor meer dan de helft van de scholen betekent dat zij kant-en-klare cultuurproducten afnemen. 

Dit klopt niet. Met dank aan de impulsregelingen ligt het zwaartepunt tegenwoordig bij maatwerk: dialooggestuurd werken. En dit aanbod wordt vaak aangevuld met kant-en-klare producten. Die kant-en-klare producten worden echter ontwikkeld door dezelfde kunstdocenten die ook in co-creatie met de scholen werken. Waardoor ze veel beter aansluiten op wat er in de scholen speelt dan vóór de impulsregelingen. Ook zie ik dat scholen steeds bewuster keuzes maken uit dit aanvullende aanbod. Aan zowel onderwijs- als aanbiederskant is er veel veranderd!

De rol van de penvoerder

Wat wil Hagenaars nog meer? Hagenaars pleit ervoor dat subsidiegelden direct naar de scholen gaat, zodat zij zelf kunnen bepalen hoe en met wie ze samenwerken. Dat klinkt aantrekkelijk, maar de werkdruk op scholen is al groot. Als iedere school een eigen budget krijgt, kan die werkdruk nog groter worden.

En bovendien is er dan het risico van inefficiëntie: iedereen gaat het wiel opnieuw uitvinden. Ook omdat de culturele sector versnipperd is.

Hagenaars heeft het opvallend genoeg niet over de rol van de intermediair/penvoerder. Met het ontslaan van kunstdocenten in loondienst en de komst van talrijke zzp’ers is er meer dan ooit behoefte aan één aanspreekpunt, bemiddelaar, aanjager en procesbegeleider. De penvoerder, zo bleek o.a. uit onderzoek van Sardes (2019), draagt bij aan het welslagen van cultuureducatie. Ook onderzoek naar integraal samenwerken toont aan dat zo’n partij essentieel is voor effectieve samenwerking.

Niet klaar met ontdekken

Ook vraagt Hagenaars zich af of we vanaf de bovenbouw primair onderwijs niet beter kunnen kiezen voor een verdieping in een of enkele kunstdisciplines.Waarmee hij suggereert dat een leerling na de onderbouw wel klaar is met ontdekken. En dat kunstdisciplines uitwisselbaar zijn. Dit voorstel vind ik net zo vreemd als het voorstel om bij rekenen vanaf de bovenbouw te specialiseren in breuken, meten òf verhaaltjessommen.

‘Vakleraren inzetten voor álle kunstvakken in het primair onderwijs is weinig realistisch’, vult Hagenaars aan. Toch is dat precies wat er nu al gebeurt. Alleen zijn deze vakleraren niet in dienst van de school. En ook niet van kunstencentra. Denk aan de vele kunstdocenten die ons land rijk is, met hun enorme schat aan kennis en ervaring.

Ik kan me vinden in Hagenaars pleidooi voor meer ruimte voor de kunstvakken binnen de pabo’s. Niet om daarna cultuureducatie-programma’s af te schaffen. Nee, een betere basiskennis zorgt ervoor dat we binnen cultuureducatie-programma’s ons qua scholing van leerkrachten direct kunnen richten op het verdiepen van basiskennis, het op de hoogte houden van actuele ontwikkelingen en hen wegwijs blijven maken in het immer veranderende (lokale) cultuureducatieve veld.

Want lessen moeten worden gegeven vanuit een actuele visie op cultuureducatie. Dat betekent: cultuurbeleid dat wordt gedragen door het hele team en een school die samenwerkt met talrijke kunstvakdocenten en culturele instellingen. Samen hebben zij leerlingen een enorme rijkheid te bieden. En kunnen zij het cultureel vermogen van leerlingen stimuleren. Dáár doen we het toch voor?

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.6 / 5. totaal 14

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (4)
marielle pals 01-02-2021

goed dat op het artikel van hagenaars wordt gereageerd, er werd tot mijn verbazing idd voorbijgegaan aan de grote winst van cmk 1 en 2. hagenaars poneerde gedateerde standpunten die m.i. allang ingehaald zijn door de actualiteit..

reageer
Karin Visscher (Stadkamer Zwolle) 27-01-2021

Je geeft een mooie en positieve reactie op het voorgaande artikel. Veel van wat je zegt herken ik vanuit de situatie in Zwolle. Mede dankzij beleidskeuzes van de gemeente en de landelijke overheid en extra financiën is er hier in de stad veel moois tot stand gekomen. Basiskennis en bewustwording; het klinkt zo simpel. Was het maar zo. Daar heb je elkaar voor nodig. Gelukkig zien we daar in het land veel mooie voorbeelden van. Uiteraard kunnen er altijd dingen beter. Laten we dus de ogen niet sluiten maar wijd open houden en leren van en met elkaar.

reageer
Annelies Bartelink 29-01-2021

Mooi wat je zegt, Karin. We zijn van ver gekomen en er gebeurt inmiddels heel veel moois en waardevols. Zeker met dank aan beleid en regelingen. Wel is er uit de vele samenwerkingen nog meer te halen. Dus absoluut eens: we zijn er nog niet. De rol van intermediair is bijvoorbeeld nog sterk in ontwikkeling. Daar ligt voor mij persoonlijk zoals je weet ook een missie: zoveel mogelijk kennis vergaren èn delen over effectiever samenwerken in netwerken in de cultuureducatie; en het vergroten van ons begrip over welke rol de intermediair hierin kan spelen. We zijn nooit uitgeleerd en bovendien verandert de wereld voortdurend. Daar sluit de cultuureducatie op aan en dient dus mee te veranderen. Daarom denk ik ook dat het niet realistisch is te verwachten dat je klaar bent en regelingen overbodig worden, als je kunst en cultuur op de pabo anders inricht. Wel kun je de middelen en tijd van cultuureducatie programma's efficiënter besteden, als de basiskennis van leerkrachten steviger is.

reageer
Piet Hagenaars 27-01-2021

Beste Annelies,

Van fileren is geen sprake, eerlijk gezegd was ik zelf ook verbaasd over de kloof tussen beleid en praktijk van cultuuronderwijs, die ik tijdens mijn onderzoek aantrof in het kabinetsbeleid van Den Uyl tot Rutte-III (van 1973 tot 2017). Mijn conclusies gaan feitelijk niet over de huidige cultuuronderwijspraktijk in de basisschool, hoewel een aantal ervan nog zeker van toepassing is.

Het is duidelijk dat ik, net als jij, voor samenhang en een geïntegreerde aanpak van het beleid voor cultuuronderwijs kies. Maar wat mij betreft met de beleidsregie vanuit één hand. Mijn voorkeur gaat dan uit naar de onderwijsdirectie, zodat cultuuronderwijs geen buitenbeentje wordt (blijft?) in het funderend onderwijs.
En, zeker, onderwijs- en cultuurdoelstellingen kunnen elkaar versterken, maar dan is het wel nodig dat ze werkelijk realiseerbaar zijn én dat ze met kunst en cultuur te maken hebben. Blijkbaar wil jij geen kunstontvankelijke leerlingen die 'kunst maken, kunst meemaken en betekenis geven aan wat zij maken en meemaken', zoals het ontwikkelteam Kunst & Cultuur van curriculum.nu onlangs stelde. Die beschrijving past prima bij de definitie die ik van cultuuronderwijs in mijn artikel gaf: al het onderwijs over en aan de hand van kunst en cultureel erfgoed. Ik vraag me op grond van jouw verweer dan ook af wat jij met cultuuronderwijs wilt.

Grappig dat je denkt dat ik zeg dat de leerkracht een kunstdocent zou moeten zijn. Ik ben het met je eens dat een leerkracht dat nooit kan zijn, maar ook niet hoeft te zijn. Hij moet er wel les in kunnen geven. En dan moet hij er meer van weten en ook over meer vaardigheden beschikken dan nu meestal het geval is (Sardes 2019: 32-33). Per slot van rekening moet hij samen met zijn collega's kunnen bepalen hóe en met wát en wíe hij het cultuuronderwijs in de school vorm wil geven. En ook wat ze samen zelf kunnen en voor welke onderdelen ze kennis en kunde van buiten willen halen. Dat vraagt om een duurzame inbedding en dat behoort in eerste instantie tot de verantwoordelijkheid van de school! (Zie ook Hagenaars & Van Hoorn 2020).

Het is eigenlijk heel jammer dat er nog steeds extra impulsen nodig zijn om cultuuronderwijs beter mogelijk te maken, zoals met het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Die zijn er niet voor de andere vakken in de basisschool. En dat zou voor cultuuronderwijs ook niet nodig hoeven zijn.

Ik neem je uitnodiging met plezier aan om met jou in jouw werkpraktijk als intermediair mee te lopen. Uit je reactie blijkt dat je een gedreven professional bent die enthousiast voor cultuuronderwijs in het basisonderwijs aan het werk is. Maar realiseer je je ook dat zeker de helft van de basisscholen jammer genoeg niet aan Cultuureducatie met Kwaliteit meedoet. En waarvan het ook onduidelijk is of ze het voor cultuuronderwijs bedoeld bedrag in de Prestatiebox daarvoor wel gebruiken?
Nog niet zo lang geleden bezocht ik in het kader van CmK verschillende regio's in Nederland en ik ben dan ook nieuwsgierig naar elke nieuwe ervaring. We kunnen dan tegelijk wat meer gedetailleerd op jouw uitvoerige reactie ingaan. Het is immers alsof elke zin van mij een tegenzin bij jou oproept, hoewel je samenvattende conclusie sterk met mijn uitspraken overeenkomen.
Het is dan jammer, maar goed te begrijpen, dat je niet mijn hele proefschrift gelezen hebt. Je zult zien dat het genuanceerder is en meer context biedt dan in dit korte artikel in Cultureel Kapitaal mogelijk was.

Hagenaars, P. & Hoorn, M. van. (2020). Na de pabo kundig in de kunstvakken. Hoe zes pabo's hun studenten opleiden voor een kunstvak. Kunstzone, 19(04), 36-39.

reageer
Annelies Bartelink 29-01-2021

Beste Piet, dat is precies waarom ik het nodig vond een reactie te geven. Je geeft adviezen over het hier en nu, terwijl je conclusies niet gaan over de huidige onderwijspraktijk. Het voelt voor mij of je voorstelt te opereren, terwijl de ‘patiënt’ inmiddels al een aantal andere behandelingen heeft ondergaan, waarvan er een aantal werkelijk effect hebben. Je proefschrift staat op mijn leeslijst overigens (momenteel ben ik die van Fianne Konings aan het lezen).

Doelen verbinden gebeurt NU. Cultureel vermogen gaat verder dan kunst en erfgoed (zie de theorie; alles is cultuur!). Het cultureel vermogen van leerlingen maximaliseren is mijn streven. “Blijkbaar wil je geen…”: pas op, interpretatie. Ik zeg: het is en/ en plus meer, waar jij het een spagaat noemt.

Ashby’s Law of Requisite Variety stelt dat alle kanten van een probleem moeten worden belicht, om een zo passend en compleet mogelijke oplossing te vinden. Daarom: laat onderwijs en cultuur de eigen bril hanteren. Om vervolgens integraal, tot een volledige beleidsinvulling te komen. I.p.v. onderwijs een soort veto te geven. Je hebt alleen al expertise nodig die verder gaat dan het domein onderwijs.

Over onduidelijkheid over de inzet van Prestatiebox gelden: toch stel je voor de subsidie bij scholen te leggen. Waarom denk je dat dit ineens wel zou werken? Nuancering ook: CmK is een krachtig middel, maar niet het enige. Geen deelname zegt niet per se dat een school geen waarde hecht aan cultuureducatie of niets doet.

Overeenkomst tussen onze conclusies zie ik in je artikel nog niet. Interessant om door te praten. Naast mijn werk in de praktijk, doe ik onderzoek naar integraal samenwerken in de cultuureducatie en de rol van intermediair (als verbinder, aanjager en procesbegeleider). Deze inzichten deel ik graag. Ik nodig je uit binnenkort. Hartelijke groet, Annelies

reageer
Dian Langenhuijzen 21-01-2021

Annelies, ik herken me helemaal in jouw opinie. Goed verwoord!

reageer
Annelies Bartelink 22-01-2021

Dank je, Dian. Fijn om te horen jij het ook zo ervaart!

reageer
Allerd van den Bremen 04-02-2021

Interessant gesprek tussen Piet en Annelies. De vragen die volgens mij het meest van belang zijn: hoe komen we vanuit de huidige situatie met CMK naar een situatie waar cultuuronderwijs geborgd is in het onderwijs zelf? Hoe gebruiken we de expertise, maar hoe zorgen we ook voor borging? Dat streven we allemaal na toch? De werkwijzen van CMK lopen enorm uiteen, dat kan per penvoerder verschillen. Wat werkt er nou echt binnen al die werkwijzen? En hoe kunnen we die expertise inzetten voor álle scholen, want Piet zegt het ook al: we bereiken lang niet alle scholen met CMK. IS CMK ook niet juist een aanjager van een veel grotere ongelijkheid tussen scholen? Tot slot: hoe kritisch ben jij op de uitvoer van CMK? Het klinkt alsof het een bijna perfecte situatie is daar in Deventer. Terwijl ook in Deventer hoogstwaarschijnlijk heel veel scholen niet op cultuuronderwijs zitten te wachten en het lerarentekort en rekenen/ taal veel belangrijker vinden. Hoe kan het nog beter en wat zou volgens jou de stap moeten zijn die we na CMK tot daadwerkelijke borging moeten zetten Annelies?

reageer
Annelies Bartelink 05-02-2021

Beste Allerd, je stelt een aantal hele belangrijke vragen. Borging is iets waar we in Deventer al voor aanvang van al onze programma’s zoals CMK aan werken en niet pas na afloop. Ik baseer mijn ervaringen overigens niet alleen op Deventer. Momenteel voer ik bijvoorbeeld een impactmeting CMK 2 uit in Apeldoorn en ik heb vanuit een andere functie veel gewerkt met intermediairs uit andere gemeenten in Overijssel en Gelderland. Een belangrijk aspect is dat cultuureducatie in co-creatie tussen culturele partners en het onderwijs tot stand dient te komen. Het vertrekpunt is altijd de behoefte met bijbehorende doelen van de scholen. Soms is het nodig te ondersteunen bij het boven water krijgen van die behoefte; of de vraag achter de vraag. Maar de school moet zich eigenaar voelen van het vraagstuk. Anders is borging een onmogelijke opgave. Als penvoerder treden we hierbij op als aanjager, verbinder en procesbegeleider. Het is een tijdsintensief proces. Maar de moeite van het investeren waard.

CMK is een krachtig instrument, maar niet het enige. Denk ook aan de erfgoed/mediakunst regeling, Combinatiefunctie Cultuur, provinciale regelingen. Wij benaderen dit als een geheel; alleen de financiering verloopt anders. In Deventer hebben we momenteel vier scholen die niet deelnemen aan een meerjarenprogramma. Echter maken deze scholen wel gebruik van ons cultureel programma (zoals een cultuurmenu, maar meer op maat). We profileren onszelf als mede mogelijk maker. Zij hebben een behoefte. Wij kunnen ondersteunen deze behoefte waar te maken. Dat motiveert scholen tot samenwerking. Is het bijna perfect? Zeker niet! Ik denk dat met name op het gebied van integraal samenwerken veel meer te halen valt. Samenwerkingen tussen culturele partners – die tegelijkertijd concurrent van elkaar zijn – zijn complex. Ik doe onderzoek naar hoe je, onder meer vanuit de rol van penvoerder/ intermediair, dit soort samenwerkingen effectiever kan maken. Dat vergt allereerst enorm kritisch kijken naar mijn eigen rol. Dit gun ik iedere intermediair en het delen van deze kennis heb ik dan ook tot mijn missie gemaakt.

Wat je zegt klopt: iedere penvoerder pakt CMK anders aan. Ook daar valt winst te behalen: het delen van werkwijzen – inclusief valkuilen en wat er mis ging! - op een manier dat het toepasbaar is in andere regio’s ervaar ik als zeldzaam. Dat zou ik als een mooie opdracht zien aan ons allen: werk je methode zo uit, dat een andere penvoerder het morgen direct kan toepassen. Met onze co-creatie methode hebben we dit inmiddels gedaan. Ik stuur je deze graag toe. Voor CMK 3 hebben we een modulair systeem ontwikkeld, dat we deelbaar zouden kunnen maken. Wie volgt?

reageer
Allerd van den Bremen 08-02-2021

Dank je voor je antwoord. Het klinkt erg goed hoe jullie bezig zijn. Zelf werk ik bij FleCk in Flevoland. Daar hebben we besloten CMK III redelijk radicaal om te gooien, omdat we te weinig scholen wisten te bereiken. Voor onze nieuwe aanpak hebben we heel goed gekeken naar andere invullingen in het de rest van het land. Daarbij zullen we ook veel meer gebruik maken van de aspecten die jij noemt als co-creatie en op maat werken. Ook hebben we dit ontwikkeld samen met alle partners in de provincie, zowel lokale intermediairs als cultuurproducenten, waardoor concurrentie veel minder een item is. Ik denk dat we daardoor een enorme stap kunnen zetten. Maar mijn vragen gaan eigenlijk niet over de invulling van CMK. Daar gaat Piet Hagenaar's visie eigenlijk ook niet over. Het gaat om een niveau hoger. Hoe zorgen we dat we die expertise gebruiken en werken aan cultuureducatie voor alle kinderen in het PO vanuit landelijk beleid? Op een bepaald moment moet een stimuleringsmaatregel als CMK toch worden omgevormd tot structureel beleid of moeten we hier zo mee doorgaan? En op welke manier gaan we dat doen? En hoe zorgen we dat het ook echt een onderdeel van het onderwijs wordt? Alle maatregelen die je noemt komen voort uit geld bestemd voor cultuur, niet voor onderwijs. Terwijl we het toch in eerste instantie over onderwijs hebben? De conclusie die mij het meest is bijgebleven uit het proefschrift van Hagenaars is dat er in geen enkel veld binnen het onderwijs als kunst & cultuur zo veel is geïnvesteerd via regelingen en stimuleringen. En dat er tegelijkertijd bijna geen onderzoek is te vinden waar uit blijkt dat dit ook daadwerkelijk tot een verbetering van het cultuuronderwijs heeft geleid. Ook CMK blijkt over de hele linie niet goed genoeg te werken. Dan kan jij zeggen: 'maar wij doen het geweldig'. Dat ontken ik niet, maar je zou dan dus kunnen stellen dat veel andere partijen het niet goed genoeg doen. De conclusie die ik trek is dat CMK heeft gezorgd voor een nog grotere kloof tussen scholen én regio's. Curriculum.nu kan een kans bieden volgens mij. Juist omdat het vanuit het onderwijs zelf komt. Wat denk jij wat we op landelijk niveau moeten doen om cultuuronderwijs de plek te geven die het verdient?

reageer
Annelies Bartelink 09-02-2021

We spreken elkaar donderdag, maar toch een korte reactie: Piet Hagenaars kiest er in dit artikel voor adviezen voor het primair onderwijs te geven, op basis van een onderzoek naar beleidshistorie en, als ik het zo beluister, hoofdzakelijk expertise in het voortgezet onderwijs. PO/VO zijn twee andere werelden en zijn uitspraken over het PO zijn m.i. te kort door de bocht. Als onderzoeker heb je de verantwoordelijkheid kenbaar te maken wanneer je uitspraken doet die nader onderzoek behoeven. Gepromoveerd zijn op deelaspecten maakt je niet automatisch expert op alles wat met cultuureducatie te maken heeft. Voor je het weet zijn zijn goedbedoelde, maar niet op de actualiteit gebaseerde, adviezen beleid. Waar iedereen in de praktijk vervolgens jaren last van heeft.

De vragen die jij stelt zijn interessanter: hoe nu verder? Allereerst geloof ik in integrale samenwerking tussen onderwijs en cultuur op alle beleidsniveaus. Ontschotten en gebruik maken van elkaars expertise en niet onderwijs een veto geven over cultuur(educatie). Ze hebben elkaar nodig en hebben ook andere belangen die beiden een volwaardige positie moeten behouden. Wat ons in de weg blijft zitten is het ontbreken van status. Om een uitspraak van gisteren, van een schooldirecteur tijdens een impactmeting CMK, te gebruiken: er is geen school die kan zeggen ‘taal en rekenen doen we dit jaar even niet zoveel aan’. Met cultuur kan dat wel. Structurele gelden zou fantastisch zijn, maar zonder status zie ik het niet snel veranderen hoe het nu is: zoals de wind waait, waait mijn jasje; regeling na regeling. Onze provincie probeert gemeenten te bewegen naar acht jarig cultuurbeleid en dat zorgt al voor weerstand. Wij hebben er daarom voor gekozen regelingen niet los te benaderen, maar één koers te varen en alles te verbinden. Daardoor krijgen juist alle scholen de kans deel te nemen aan een meerjarenprogramma. Onafhankelijk uit welke hoek de euro’s komen. Onze scholen willen ook, en dat hangt weer samen met dat wij ons dienstbaar opstellen voor hún belangen en dat we blijven werken aan bewustwording. De verschijning van steeds een nieuwe regeling, zorgt vervolgens voor een natuurlijke flow in de verdeling. Na ieder intensief traject volgt een periode van vasthouden en kan zo’n school even met wat minder middelen toe. Bij overvraag bij een nieuwe regeling, krijgen scholen die minder bedeeld zijn op dat moment weer voorrang. Dus wij hebben van de nood een deugd gemaakt: regelingen zoals CMK, met steeds een ‘nieuwe’ start, zorgen juist voor een eerlijke verdeling. Als de gelden structureel zouden zijn, zouden we overigens prima een systematiek kunnen bedenken om gelden eerlijk te blijven verdelen. Meer budget, echt genoeg voor iedere school: dát is het ideaal, maar een utopie vrees ik. En nee, ‘we doen het geweldig’ kan ik niet zeggen. Maar wel: zo goed mogelijk. Hoe zorgen we voor meer status voor cultuur? Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan. Onder de Deventer scholen wordt het belang inmiddels gevoeld. Ik heb daarnaast zelf niet veel meer invloed dan om te blijven leren, uit onderzoek en praktijk, mijn werk als intermediair zo effectief mogelijk te maken en mijn kennis te delen. Zo neem ik zo goed als ik kan mijn verantwoordelijkheid over waar ik invloed op kan uitoefenen in dit mooie werkveld. En gelukkig velen, velen met mij.

reageer
Gepubliceerd:
Deel dit artikel