Digitale muziekinstrumenten zijn óók interessant voor andere musici. En niet alleen voor mensen met een beperking

Waarom we het gebruik van innovatieve digitale muziekinstrumenten moeten populariseren
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Om instrumentaal muziekonderwijs toegankelijker te maken voor mensen met een beperking, worden al jaren innovatieve muziekinstrumenten ontwikkeld. Waarom worden deze in de praktijk dan zo weinig gebruikt? Melissa Bremmer doet een oproep.
Instructiefilm voor de Magic Flute. Bron: orkestindeklas.nl

De Stichting My Breath My Music maakt al jaren innovatieve, digitale muziekinstrumenten voor mensen met een beperking. Dat doet ze samen met de gebruikers en instrument-ontwikkelaars, en met succes. Zo kwam de Magic Flute tot stand: een digitaal blaasinstrument, dat je zonder handen bespeelt en waar je weinig longvolume voor nodig hebt. De Adaptive Travel Sax, een digitale saxofoon die slechts 400 gram weegt en de vingerzetting nabootst van een traditionele saxofoon. En de Switch Guitar: een gitaar waarmee je akkoorden kan wisselen door het gebruik van switches.

Deze bijzondere instrumenten zijn nog zo nieuw dat er nauwelijks muzieklessen voor bestaan. Als muziekdocent kan het dus lastig zijn om hierop les te geven, want: Welke techniek heb je eigenlijk nodig? Welke creatieve en expressieve mogelijkheden bieden ze? Welk repertoire is geschikt?

Met ons project Grenzeloze Grooves, waarin we samenwerkten met My Breath My Music, Méér Muziek in de Klas, Leerorkest Nederland, Codarts en CASE, wilden we dit soort hordes wegnemen. Er kwamen na een ontwerponderzoek negen beginnerslessen voor deze instrumenten, waar muziekdocenten meteen mee aan de slag kunnen. Ook maakten we instructiefilmpjes over het gebruik van de instrumenten.  

Instructiefilm voor de Adaptive Travelsax. Bron: orkestindeklast.nl

In de lessen staat de autonomie van de leerling centraal. Als leerling kun je eigen geluiden op de digitale instrumenten kiezen, zelfgekozen repertoire inbrengen en improvisaties leiden. De lessen opeenvolgend volgen óf er losse activiteiten uit kiezen. Kiezen uit muziekactiviteiten die gericht zijn op technische-, creatieve- en expressieve vaardigheden, presentatievaardigheden of het leren lezen van een vorm van muzieknotatie zoals traditionele- kleuren- of letternotatie. De lessen doorlopen zonder notatie kan ook.

Waarom dan toch zo weinig leerlingen?

De instrumenten en bijbehorende lessen werden uiteraard getest door muziekdocenten en hun leerlingen. Zij zijn enthousiast, maar toch zette het onderzoek ons aan het denken. Waarom kiezen tot nu toe relatief weinig leerlingen met een beperking voor deze instrumenten? Hoe komt dat?

We denken dat dit verschillende oorzaken heeft, waaronder onbekendheid met de instrumenten, maar zoomen graag wat verder in op twee andere mogelijke oorzaken.

Een oorzaak vonden we bij de onderzoekers Pinch en Bijsterveld (2004). Zij merken op dat muziekinstrumenten gebruikt worden binnen bepaalde muzikale praktijken, die gebonden zijn aan sociale en culturele regels. Denk aan hoe een violist op een stoel speelt in een symfonieorkest en hoe het publiek in de zaal muisstil naar de muziek luistert. En denk nu aan een violist die staand Bluegrass speelt in een overvol café, met uitbundige reacties van het publiek. Mensen luisteren niet alleen graag op een specifieke manier naar bepaalde muziek, maar identificeren zich ook met een muziekpraktijk en vormen samen een muzikale gemeenschap.

Bij de relatief nieuwe digitale instrumenten ontbreekt vaak zo’n muziekpraktijk. Wie is er fan van de Magic Flute, waar is het publiek dat naar een Magic Flute concert gaat, en hoe reageer je tijdens zo’n concert? Helaas kan het ontbreken van een muziekpraktijk de populariteit van nieuwe digitale instrumenten bemoeilijken, waardoor leerlingen met een beperking deze mogelijk minder graag bespelen.

Sullivan en collega’s (2021) benadrukken dat het niet eenvoudig is om een muziekpraktijk te ontwikkelen voor nieuwe digitale muziekinstrumenten als er slechts een paar gebruikers van zijn.

Buitenbeentjes, nog steeds

Ook zijn er nauwelijks muziekpraktijken waarin conventionele- en digitale instrumenten gelijkwaardig met elkaar spelen (Bremmer & Schuijer, 2024); digitale muziekinstrumenten zijn vaak nog steeds de ‘buitenbeentjes’ in bestaande muziekpraktijken. Leerlingen met een beperking willen dergelijke instrumenten daarom mogelijk niet bespelen, omdat ze er mee opvallen.

Door hun gedrag, lichaam of motoriek, vallen leerlingen met een beperking al vaker op – wat tot discriminatie en stereotypering kan leiden (Movisie, 2021, 2022). Met een onbekend ‘bijzonder’ instrument kunnen ze ongewild nog eens extra in het oog springen.

In dat kader bepleit een muzikant met een beperking uit het Reshape Music-rapport een verandering van onze kijk op digitale muziekinstrumenten. Zij denkt dat dit soort instrumenten creatieve mogelijkheden bieden voor alle muzikanten, niet alleen voor muzikanten met een beperking (NFYM, 2020, p. 29): “We need to get rid of this idea that ‘this is what’s available for Disabled people’. Personally, I think that if these instruments were seen to be playable by everyone (which they are), it would make music a lot more fun.” 

We moeten deze instrumenten normaliseren

Digitale muziekinstrumenten en bijpassende muzieklessen zijn belangrijk om instrumentaal muziekonderwijs toegankelijk te maken. Momenteel ontwikkelen we ook een nascholing voor de Magic Flute zodat muziekdocenten bekend kunnen raken met het instrument en het nieuw ontwikkelde lesmateriaal. Daarnaast heeft Méér Muziek in de Klas door een gift digitale instrumenten kunnen aanschaffen die door Leerorkest Nederland voor een laag tarief verhuurd worden. Hiermee worden ook financiële barrières voor het bespelen van een digitaal instrument verlaagd.

Maar we zijn er nog lang niet. We moeten digitale instrumenten populariseren door repertoire voor deze instrumenten te schrijven, ze te integreren in muziekensembles en in muziekcurricula op bijvoorbeeld muziekscholen, pop academies en conservatoria. Op die manier kunnen er rondom die muziekinstrumenten en de musici die ze bespelen levendige muziekpraktijken ontstaan, met hun eigen repertoire, fans en publiek.

Dit is een zaak van de lange adem, maar alles tezamen kan het muziekonderwijs voor digitale instrumenten aantrekkelijk maken voor leerlingen met en zonder een beperking – en daarmee inclusiever.


Het ontwerponderzoek ‘Meespelen!’ werd uitgevoerd door mede-onderzoekers Debby Korfmacher, Michel Hogenes en Janine Stubbe en bekostigd door Regieorgaan SIA. De partners waren: CASE (Centre for Arts & Sciences Education) en lectoraat Kunsteducatie (beiden van AHK), My Breath My Music, Leerorkest Nederland, Méér Muziek in de Klas en het lectoraat Performing Arts Medicine (Codarts).

Bronnen

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 1

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel