Landelijk praktijkonderzoek naar cultuureducatie: Welke factoren maken het verschil?
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 36. Neem een gratis abonnement!
Hoogleraar cultuureducatie Edwin van Meerkerk (Radboud Universiteit) herinnert het zich nog goed: hij zat in de vijfde van het gymnasium toen ze voor het eerst met de hele klas naar het theater gingen om Dom Juan van Molière te bekijken. Zijn medeleerlingen deden lacherig over dat uitje, maar Van Meerkerk genoot van begin tot eind.
Helaas was het een van de weinige momenten waarop hij in zijn schooltijd in aanraking kwam met kunst en cultuur. ‘Op de basisschool werd weinig met muziek en tekenen gedaan, en ook op de middelbare school waren die vakken alleen in de eerste paar jaar onderdeel van het curriculum. Als studiebol ging ik voor een bètapakket, waarin weinig ruimte was voor kunst en cultuur. Pas later besefte ik dat mijn creatieve kant tijdens mijn schooltijd nauwelijks is aangesproken.’

Lastig meetbaar
Dat is nu wel anders: Van Meerkerk staat aan het roer van een meerjarig onderzoek naar de effecten van cultuureducatie, een initiatief van Méér Muziek in de Klas dat vanaf januari wordt uitgevoerd in samenwerking met LKCA, Cultuurconnectie, ELJA Foundation en onderzoeksgroepen op hogescholen door het hele land.
Zo’n landelijke samenwerking is bijzonder, benadrukt Van Meerkerk. ‘Vaak lukt het niet om de tijd en energie vrij te maken voor zo’n groot project, terwijl dat juist heel belangrijk is om ons als branche steviger te positioneren.’
Dat is hard nodig, laat onderzoek zien: cultuureducatie heeft wereldwijd, en ook in Nederland, vaak weinig status en krijgt zodoende een beperkte plek in het curriculum. ‘Kernvakken als taal en rekenen worden belangrijker gevonden. Bovendien blijkt de meerwaarde van cultuureducatie lastig te meten. Dat is ook de aanleiding voor het onderzoek: hoe kunnen we die meerwaarde beter uitleggen?’
‘De aanleiding voor het onderzoek: hoe kunnen we de meerwaarde van cultuureducatie beter uitleggen?’
In de praktijk
Wie dat probeert, valt nu vaak terug op succesverhalen van individuele kinderen, klassen en scholen. ‘Die anekdotes zijn mooi, maar het zou nog beter zijn als we ze ook kunnen onderbouwen. Breder opgezet onderzoek dat tot nu toe werd gedaan, ging vooral over de relatie tussen kunst en het brein. Dat soort onderzoek wordt vaak gedaan in een klinische setting, en is dus niet representatief voor de onderwijspraktijk.’
Dit onderzoek is juist op die praktijk gericht. In totaal wordt op zo’n zestig scholen getoetst hoe het er op het gebied van cultuureducatie aan toegaat. De hamvraag: waarom gaat het op sommige plekken heel goed en op andere plekken minder?
‘Blijkbaar zijn er subtiele verschillen, bijvoorbeeld in het gedrag van leerlingen, ouders en docenten. Ook andere factoren, zoals de locatie van de school, de leerlingenpopulatie en de omgeving kunnen invloed hebben. Om dat te kunnen achterhalen, bezoeken we scholen die uitblinken, maar juist ook plekken waar het minder goed gaat: zo zien we welke factoren het verschil maken.’
Eigen aanpak
Bovendien is het belangrijk vast te stellen welke effecten cultuureducatie zou moeten sorteren. ‘Uit internationaal onderzoek blijkt dat kunst en cultuur in de klas kunnen zorgen voor meer cultureel bewustzijn, maar dat is heel moeilijk meetbaar. Creativiteit laat zich niet vatten in een CITO-score. We zijn heel benieuwd op welke impact scholen hopen en welke methodes ze daarvoor gebruiken.’
‘Creativiteit laat zich niet vatten in een CITO-score’
Van Meerkerk hoopt dat scholen de resultaten van dit onderzoek kunnen gebruiken om te bepalen welke benadering bij hen past. ‘Op dit moment lopen we het risico dat binnen het cultuuronderwijs een one size fits all-benadering ontstaat, terwijl iedere school juist een eigen aanpak vraagt. Door dat goed duidelijk te maken richting subsidiegevers, maken we hopelijk het verschil.’
Verder lezen
- Januari 2026 start een grootschalig onderzoek naar cultuureducatie in de praktijk van het primair onderwijs. Het onderzoek is een samenwerking tussen verschillende lectoraten van kunst- en muziekeducatie en wordt geleid door Van Meerkerk. Op de website van Méér Muziek in de Klas zijn de ontwikkelingen te volgen.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)