‘Cultuureducatie moet juist asociale vaardigheden aanleren’
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 36.

‘Dingen maken, schilderen, tekenen, Barbra Streisand nadoen, doe je het best in eenzaamheid.’
Foto © Corbino
Het belang van ontsnapping
Iedere docent zal het beeld kennen: een stil kind dat buiten de groep valt en door zijn klasgenootjes feilloos wordt herkend als uitgelezen slachtoffer voor pesterijen. Arthur Japin (Haarlem, 1956) wás die eenling. In zijn jeugd werd hij ongenadig gepest door de grote meisjes en jongens. Zelfs de juf bij wie hij zich veilig achtte, leverde hem genadeloos uit aan de hoon van zijn plaaggeesten door zijn tekenschrift ten overstaan van de klas in stukken te scheuren.
Vreemd genoeg, vertelt hij in de brasserie van Grand Hotel Karel V in Utrecht, vroeg de schoolleiding zich nooit af waar zijn angst om naar school te gaan vandaan kwam. ‘Zelfs niet toen ze mijn vingers een voor een van het hekwerk moesten losmaken waaraan ik mij had vastgeklampt omdat ik het gebouw niet in wilde.’
De thuissituatie van zijn jeugd was ook verre van ideaal. Zijn ouders hadden een ronduit slecht huwelijk, gewelddadig zelfs, en zijn vader pleegde zelfmoord toen Japin twaalf was. Het lijkt een recept voor een ongelukkig leven, maar de schrijver heeft in interviews vaak verteld hoe kunst en creatieve fantasie een uitweg boden. Dankzij zijn vader ontdekte hij in museumzalen rust en schoonheid, terwijl bezoekjes aan de hoorspelstudio’s en theaters die hij in zijn kielzog bezocht, werelden openden waarin je iemand anders kon zijn, anders mócht zijn. Tijdens een schoolvoorstelling van het Scapino Ballet werd hij aangestoken door het dansvirus. Op zijn elfde ging hij op balletles.
Geen beste strategie voor een gepest jongetje in de jaren zestig…
‘Toch is het uiteindelijk goed voor mij geweest. Als je de drempel van de studio over gaat, blijft de werkelijkheid buiten. Je bent met muziek bezig, met beweging, je verzint je eigen wereld. Niet dat het onmiddellijk meer zelfvertrouwen gaf, maar het creëerde wel, onbewust, verzet in mij. Als ik er dan niet bij mag horen, dan ga ik het ook helemaal anders doen! Ballet, het theater, de musea die ik met mijn vader bezocht – het waren handreikingen. Ze gaven zicht op een uitweg.’
Die leidde hem na omzwervingen bij toneel en opera naar de wereld van de boeken. Ideaal voor iemand die zoals Japin in essentie een eenling is. Hij brak door met De zwarte met het witte hart, waarna titels volgden als Een schitterend gebrek, De overgave en Vaslav.
Schrijven is eenzame arbeid, iets wat haaks staat op acteren en lezingen geven, voor volwassenen en op scholen. Daarvoor heeft hij zich de technieken eigen gemaakt, maar het liefst zit hij alleen ‘in mijn toren in het bos.’ Dat het belang van kunst- en cultuureducatie onder andere wordt beargumenteerd door te wijzen op de gunstige effecten op sociale vaardigheden, cognitieve ontwikkeling et cetera, gaat er bij hem dan ook niet in.
‘Neeeee, daar ben ik helemáál niet van. Het gaat juist om asociale vaardigheden. Ja, als je in een orkest speelt, is samenwerken belangrijk, maar dan nog moet je eerst je eigen partij leren. Dingen maken, schilderen, tekenen, Barbra Streisand nadoen, doe je het best in eenzaamheid. Ik vind wel dat de school van alles moet aanbieden. Maar als alles in de groep moet, heeft een eenling er niets aan. Het belang van ontsnapping, daar gaat het om. Je moet vaardigheden zodanig aanbieden dat een kind er zelf mee aan de slag kan.’
Is die ontsnapping in deze onzekere tijden extra belangrijk?
‘Als ooit de nood aan de man komt, heb je die mogelijkheid des te meer nodig. Toen de covidpandemie uitbrak, was ik er helemaal klaar voor. Ik heb voor de rest van mijn leven genoeg boeken, films en muziek. Ik heb genoeg te doen als het buiten te zwaar wordt. Daarom moeten kinderen weten dat kunst mag en helemaal niet gek of elitair is, maar dat het goed en nódig is. Je hoort nu steeds dat je een noodpakket met voedsel en water in huis moet hebben. Ik zeg: iedereen zou een noodpakket met boeken, platen en schilderijen moeten hebben.’
Wat moeten docenten dus vooral wel en vooral niet doen?
‘Allereerst niet je tekeningen verscheuren, haha. Vooral: aanbieden, aanbieden en aanbieden. Of iemand er iets mee doet, is twee, maar je moet laten zien dat het bestáát. Volgens mij gebeurt dat nu wel, al is geld vaak een probleem. Joop van den Ende heeft met Méér Muziek in de Klas muziekeducatie teruggebracht. Om die dingen gaat het. Wel graag op een niveau dat niet te kinderlijk is, zodat het een uitdaging is. Tegenwoordig heerst de neiging alles op de zwakste schakel af te stemmen.’
Te veel sturing in de kunsteducatie staat hem tegen, ook in het literatuuronderwijs. Tegen scholieren die hem vragen stellen voor een boekverslag over een van zijn romans, zegt hij: ‘Bij alles wat je opschrijft, zet je maar: Arthur Japin zei het zelf.’ Elk antwoord is goed. Het staat je vrij van een boek te vinden wat je wilt. Als je maar leest.’
Gouden boekje
In oktober werd een nieuw Gouden Boekje ten doop gehouden: Scapino, de ontsnappingskunstenaar, opgedragen aan Ed Wubbe, de artistiek leider van Scapino Ballet Rotterdam die dit jaar afscheid nam. Arthur Japin schreef het verhaal, losjes gebaseerd op zijn eigen leven, Charlotte Dematons tekende de illustraties. Vijfduizend exemplaren zijn gratis uitgereikt aan scholieren in Rotterdam, die zelf aan de slag kunnen met de opdrachten die achterin staan.
Verder lezen
- Inholland Academy startte een nieuwe post-hbo-opleiding Vakspecialist beeldende vorming, bedoeld voor leerkrachten in het basisonderwijs. Ontwikkelaar Charissa Koek vertelt erover: ‘Leerkrachten durven meer als ze expert worden in beeldende vorming’
- Nathalie Roos van de minor ‘Dealing with the Real Stuff’ beschrijft hoe studenten van de lerarenopleidingen kunst en maatschappijleer vakoverstijgende workshops ontwierpen voor het vmbo: ‘Rust als verzet tegen een hypernerveuze samenleving‘
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)