Verkenning arbeidsmarkt cultuursector

materiaal
digitale publicatie
auteur(s)
E. Verhulp (voorzitter)
auteur(s) (instelling)
Raad voor Cultuur; SER, Sociaal-Economische Raad
in
Arbeidsmarktpositie culturele creatieve sector : Dossier nr. 29544 Arbeidsmarktbeleid
plaats van uitgave
Den Haag
uitgever(s)
SER : Raad voor Cultuur
jaar van uitgave
2016
annotatie
Met literatuuropgave en bijlagen
pagina's
73 p.
illustratie
figuren, tabellen

In deze verkenning schetsen de Sociaal Economische Raad en de Raad voor Cultuur een beeld over de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van werkenden, met name zzp’ers, in de culturele sector. Cijfers laten zien dat in de periode 2009-2013 het aantal banen daalde en het aantal uitkeringen samen met het percentage zelfstandigen steeg. Deze ontwikkelingen gelden ook voor professionals werkzaam in de deelsectoren cultuureducatie en amateurkunst.

Effecten van de bezuinigingen

Als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen zijn veel muziekscholen opgeheven en oefenen muziekdocenten die eerder in loondienst werkzaam waren, hun beroep nu uit als zelfstandige. Met name in de cultuureducatie is een duidelijke omschakeling zichtbaar van arbeid in loondienst naar zelfstandige beroepsuitoefening.

Drie procent van de werkende beroepsbevolking werkt in de cultuursector. In de periode 2009-2013 is het aantal zelfstandigen in de gehele cultuursector gestegen en aantal banen gedaald. Tijdelijke dienstverbanden komen relatief vaker voor in de sector en vrijwilligers aantallen groeien.

Enkele cijfers op een rij:

  • € 200 miljoen bezuiniging door het Rijk

  • € 250 miljoen bezuiniging door de gemeenten

  • €  74 miljoen bezuiniging door de provincies

 

  • 20,4 % stijging van zzp'ers

  • 12,3 % minder banen (20.000)

  • 33,3 % toenamen van WW-uitkeringen

Laag inkomen

Over het geheel genomen hebben mensen die in de cultuursector werken een laag persoonlijk inkomen en is het inkomen van een partner vaak nodig.  Afgestudeerden van het kunstvakonderwijs verdienen minder en zijn vaker afhankelijk van een uitkering. Verzekeren tegen inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid en het opbouwen van pensioen is voor zelfstandigen vaak niet mogelijk. Stagiairs worden vaker ingezet en pas afgestudeerden proberen hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten door onbetaalde stages te accepteren.

Belemmeringen

Wet- en regelgeving vormen belemmeringen in de cultuursector. Het mededingingsrecht maakt het moeilijk  om collectieve (minimum) tariefafspraken te maken. Meerdere arbeidsovereenkomsten af sluiten is beperkt door de Wet werk en zekerheid. De voorgenomen afschaffing of beperking van de zelfstandigenaftrek zou grote negatieve inkomenseffecten hebben. Ook de afschaffing van de VAR baart de sector zorgen.

Conclusie

De cultuursector is sterk geraakt door de economische crisis en in het verlengde hier van ook door de bezuinigingen van het Rijk, de provincies en gemeenten.  De arbeidsmarktsituatie van veel werkenden in de cultuursector is zorgelijk door de combinatie van een relatief hoge kans op werkloosheid, lage inkomen, een slechte onderhandelingspositie, het vaak niet verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid en geringe pensioenopbouw. 

Methode en werkwijze

Voor deze verkenning heeft de RvC en de SER een adviescommissie aangesteld. Naast gesprekken met personen en organisaties uit de cultuursector is gebruik gemaakt van beschikbare onderzoek en literatuur. Voor cijfers over werkgelegenheid in de sectoren cultuureducatie en amateurkunst is in deze verkenning gebruik gemaakt van onderzoek door het LKCA.

Download Verkenning
Zie ook: Hoog opgeleid, laag inkomen: de situatie van buitenschoolse kunstdocenten en artistiek begeleiders

Trefwoorden

arbeidsmarkt - cultuur - onderzoek - onderzoek (vorm) - effecten - bezuinigingen - rijksoverheidsbeleid - zzp'ers - vrijwilligers - werkloosheid - inkomen - economische aspecten