Van goede wil naar vaste afspraken: wat kan meer wetgeving betekenen voor cultuurbeoefening?

Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 36. Neem een gratis abonnement!
Ingegeven door een debat over de wenselijkheid van een zorgplicht voor cultuur vroegen wij ons een jaar geleden af of meer wetgeving dé heilige graal zou kunnen zijn voor een sterkere positie van cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd. Daarvoor keken we in een reeks van vier artikelen naar andere sectoren en landen. Steeds was de centrale vraag: wat betekent wettelijke verankering in de praktijk? Meer (wettelijke) sturing blijkt zeer bevorderlijk en noodzakelijk voor het structureel verankeren van cultuurbeoefening op scholen en in gemeenten.
Buitenschoolse cultuureducatie
De Vlamingen leren ons dat stevige wetgeving vanuit de overheid leidt tot duurzame en toegankelijke lokale voorzieningen voor deeltijds kunstonderwijs (dko). Dat doet de overheid niet door gemeenten te verplichten, maar door structureel geld beschikbaar te stellen. Dit blijkt een zeer sterke stimulans voor gemeenten om eigen academies op te richten. Zo ontstaat meer continuïteit, gelijkheid en toegankelijkheid in kwaliteit en aanbod.
Maar hieraan hangt ook een prijskaartje. In Vlaanderen ging er in 2024 maar liefst 382 miljoen euro naar het dko. Ook in Nederland zullen financiële prikkels nodig zijn. Dat concludeerden we toen we de invoering van het bibliotheekbeleid bestudeerden. Afspraken zonder extra budget bleken onvoldoende om overheden hun verantwoordelijkheid écht te laten nemen. Een effectieve strategie, want het tij is gekeerd, blijkt uit het sindsdien toegenomen aantal bibliotheekvestigingen. Eerder nam dat aantal af.
Sturen doe je dus ook met een dikkere portemonnee. Maar stel dat centra voor de kunsten, muziekscholen en andere kunsteducatie-aanbieders, als gevolg van een zorgplicht voor cultuur, structurele financiële ondersteuning krijgen. Zou dan in onze sector eenzelfde trend mogelijk zijn?
Cultuureducatie op school
Waar in Vlaanderen vooral wordt gestuurd op buitenschoolse educatie, passen de meeste Europese landen juist meer wettelijke regulering toe als het gaat om het curriculum in het funderend onderwijs. Zo is in de meeste landen het aantal lesuren per vak of vakgebied wettelijk vastgelegd. Ook voor de kunstvakken.
In deze landen heeft cultuuronderwijs een vaste en sterke plek in het curriculum. In Nederland zijn scholen in grote mate vrij om de inhoud van hun onderwijs zelf te bepalen (zolang ze zich maar houden aan de kerndoelen). Het cultuuronderwijs verschilt in ons land dan ook sterk per school. Precies dat was de reden voor de Tweede Kamer om het bewegingsonderwijs strakker te reguleren met eigen specifieke wetgeving (minimaal twee lesuren per week gegeven door een bevoegde leerkracht). Steeds meer scholen voldoen nu aan deze nieuwe wettelijke eisen. Zou ook een sterkere wettelijke verankering van cultuuronderwijs in het curriculum mogelijk zijn?
Let wel: Meer wetgeving helpt enorm, maar het betekent niet dat daarmee ook alles is opgelost. Zo zijn in het Vlaamse dko kinderen uit bepaalde sociale groepen nog steeds ondervertegenwoordigd. Aan de daling van het aantal bibliotheekvestigingen is een einde gekomen, maar in niet alle gemeenten hebben inwoners een goede toegang tot de bibliotheek. Voor het bewegingsonderwijs zijn er nu weliswaar aanvullende wettelijke eisen, maar een klein deel van de basisscholen blijft er niet aan voldoen.
Cultuur borgen
Een zorgplicht voor cultuur (en daarmee ook voor cultuureducatie en amateurkunst), waarin overheden verplicht worden beleid te maken voor en te investeren in cultuur, was een jaar geleden nog een brug te ver voor de Nederlandse politiek. Nu D66 na de Tweede Kamerverkiezingen de grootste partij is, lijkt dit hét moment om het gesprek opnieuw te openen. Deze partij was samen met GroenLinks-PvdA tenslotte de initiatiefnemer van een motie voor een zorgplicht voor cultuur.
De tijd lijkt rijp om nu opvolging te geven aan de aanbeveling uit de propositie Samen cultuur borgen (2024) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om een verkenning uit te voeren naar ‘de meerwaarde van een wettelijke grondslag’ om het recht op cultuurbeoefening en -deelname te borgen.
Deze reeks van vier artikelen leert ons dat zo’n zorgplicht wel degelijk veel oplost. Hoe ver willen politici meegaan in de aanbeveling uit de beleidsdoorlichting van tien jaar cultuureducatiebeleid van OCW (2013-2022): ‘pas meer sturing toe’?
Dit is een politieke keuze die offers vraagt als het gaat om bijvoorbeeld geld en om vrijheid. Wat is ons meer waard? Een gelijke en laagdrempelige toegang tot cultuurbeoefening voor iedereen? Of: de vrijheid van scholen en gemeenten om volledig zelf te bepalen of en hoe cultuurbeoefening een plek en invulling moet krijgen?
Verder lezen
- In vier artikelen bestuderen LKCA-onderzoekers Luud Goossens en Arno Neele of wetgeving kan bijdragen aan het duurzaam borgen van cultuureducatie en amateurkunst. Het eerste stuk in de reeks gaat over de wettelijke zorgplicht die ingekleed is rondom bibliotheken. Kunnen we hier lessen uit trekken voor cultuurbeoefening?
- Voor het tweede artikel keken de onderzoekers naar onze zuiderburen. Bij de Vlamingen stuurt de rijksoverheid centra voor de kunsten doelgericht aan.
- Bewegingsonderwijs in Nederland kreeg vanaf 2023 wél duidelijke wettelijke kaders. Hoe kwam dat tot stand en wat betekent dat voor het cultuuronderwijs? Je leest het in het derde artikel uit de reeks.
- In het vierde en laatste artikel gaan de onderzoekers dieper in op de verschillen tussen landen in Europa als het gaat over cultuuronderwijs. Nederland presenteert zich altijd graag als gidsland, maar het kan absoluut geen kwaad om ons eens goed te laten informeren en inspireren door onze Europese buren.
- In januari 2024 presenteerde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de propositie Samen cultuur borgen. Het uitgangspunt van deze propositie is om ‘cultuur voor alle inwoners van alle gemeenten toegankelijk, bereikbaar en aantrekkelijk te houden’.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)