Slavernij in perspectief

auteur
Joost Groeneboer
datum
10 januari 2019

Het Scheepvaartmuseum heeft onlangs een portret van Cornelis Tromp aangekocht. Hoe gaat het museum om met het koloniale verleden en andere beladen onderwerpen? Een gesprek met directeur Vera Carasso en hoofd educatie & publieksactiviteiten Gundy van Dijk.

Onvrije verhalen – foto Twycer

Dekolonisatie van de musea is een hot item. De verplaatsing in het Mauritshuis van een beeld van Johan Maurits zorgde begin 2018 voor veel ophef wegens diens betrokkenheid bij de slavenhandel in Brazilië. Onze zeehelden zijn natuurlijk ook niet onomstreden. Kan zoiets ook het Scheepvaartmuseum gebeuren?

Vera: ‘Het slavernijverleden is een onderwerp dat het museum al langer bezighoudt. In 2002 hebben we de tentoonstelling Slaven en schepen gehad en in 2013 De Zwarte Bladzijde, over het slavenschip Leusden dat in 1738 voor de kust van Suriname verging. Het zit – nu nog te summier – in onze Gouden Eeuw tentoonstelling en maakt zeker deel uit van de nieuwe vaste opstelling in 2019. In 2020 komt er een (educatieve) tentoonstelling waarin een van de onderwerpen de impact van de slavernij op onze cultuur en identiteit is. En in 2021 volgt – 400 jaar na de oprichting – een tentoonstelling over de West Indische Compagnie.’

portret Cornelis Tromp (Ferdinand Bol)‘Het onderwerp slavernij is niet nieuw, maar we proberen het wel vanuit verschillende perspectieven te belichten. Zo hebben we pas een portret van Cornelis Tromp aangekocht, geschilderd door Ferdinand Bol. Eigenlijk is het een dubbelportret, want naast Tromp staat onopvallend op de voorgrond ook een zwarte bediende afgebeeld, om zijn importantie te benadrukken. Een voor ons heel belangrijke aankoop, gefinancierd door het Mondriaan Fonds en onze eigen vereniging. Je hebt een admiraal, en die ga je niet van zijn voetstuk trekken, maar je zet hem in zijn context. Want dat is wat je wilt. Je wilt de geschiedenis niet ontkennen, maar volledig vertellen. Dat kan met een dergelijk schilderij op een heel natuurlijke manier.’

Jullie waren onlangs ook met een andere grote aankoop in het nieuws.

Vera: ‘Ja, van een beeldje dat ik op de kunstbeurs Tefaf zag staan. Een famille noir beeldje uit 1720 van een Afrikaanse man, gemaakt in China, op bestelling van een Europeaan. Met zijn Afrikaanse rokje, rode lippen en grote oorbellen oogt hij op het eerste gezicht heel stereotiep, maar tegelijkertijd ziet hij er heel trots en vrolijk uit. Bijna goddelijk, doordat hij op een lotusblad staat en een ster op zijn voorhoofd heeft. Ik had er een heel dubbel gevoel bij. Aan de ene kant dacht ik: ‘Wow, wat een briljant stuk!’ Maar ook: ‘Dit kan eigenlijk helemaal niet.’aankoop Scheepvaartmuseum famille noir

‘Het gaat allemaal om perspectieven. Je hebt het perspectief van de Europeaan, die het beeldje heeft besteld en in huis gezet – omdat het exotisch was of zijn rijkdom liet zien – en je hebt het perspectief van de Chinese modelleur: hoe zal hij ernaar hebben gekeken? Je kunt je afvragen: Wat zou een tot slaaf gemaakte er in die tijd van hebben gedacht? Maar interessant is vooral de vraag: hoe kijken we er nu naar, wat vinden we ervan, waarom staat het hier en welk verhaal moeten we erbij vertellen?
Bij rondleidingen laten we de bezoekers zelf nadenken over het beeldje, waar het vandaan komt, waarvoor het is gemaakt en wat het bij ze oproept. Zo proberen we de betrokkenheid van het publiek te stimuleren. 
Als pilot laten we het beeldje en andere stukken uit de collectie ook zien aan leerlingen van een middelbare school, het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam-Zuidoost. Om te kijken wat het met ze doet, vanuit hun eigen achtergrond en ervaringen. Zij schrijven er hun eigen teksten bij, die we dan weer in het museum presenteren. Ook in de lessen focussen we op het nadenken over perspectieven.’

Jullie hebben ook een scholenprogramma over slavernij…

‘Gundy: ‘In Amsterdam-Oost verzorgen we een basisschoolprogramma over het slavernijverleden op verzoek van een intermediair op het gebied van cultuureducatie. Over waarom we ons met het onderwerp moeten bezighouden, waarom het herdacht moet worden. We praten met de leerlingen over het witte en zwarte perspectief. Hoe was het aan boord van een slavenschip? En we laten ze het persoonlijke verhaal van een vrouw zien, wiens grootvader nog in slavernij geboren was. De leerlingen maken vervolgens zelf een herdenkingsbordje: waarom is het zo belangrijk en wat zou ik daarop willen hebben. Om daar thuis of op school over in gesprek te gaan. We zijn nu bezig om ook een programma voor het voortgezet onderwijs te ontwikkelen. Het idee is om een rapper het verhaal te laten vertellen door de ogen van een slaaf.’

De Mensen – foto Coen Verbraak

Nu hebben jullie een tentoonstelling over het koloniaal verleden in Nederlands-Indië…

Vera: ‘In onze tentoonstelling over de MS Oranje vertellen we niet alleen de geschiedenis van het schip zelf, maar ook het verhaal van de mensen die ermee na de Tweede Wereldoorlog gerepatrieerd werden vanuit Nederlands-Indië. 
Programmamaker Coen Verbraak (Kijken in de Ziel) sprak tien verschillende gerepatrieerden over hun vertrek, de tijd aan boord en het nieuwe leven in Nederland. Heel persoonlijke verhalen, vanuit verschillend perspectief. Omdat ze in een palet worden gepresenteerd, geeft het een heel interessant, gevarieerd beeld. Sommigen leefden hun hele leven al in Nederland-Indië en anderen waren bij de repatriëring nog maar net geboren. Maar over één ding was iedereen het eens: het was hier koud en het eten was vies! Ze voelden zich niet bepaald welkom. Een van de geïnterviewden formuleert het krachtig: “Ik heb hier wortel geschoten, ik ben wel Nederlander, maar toch ligt mijn hart hier niet.” Als Coen haar vraagt of haar hart dan nog daar ligt, zegt ze: “Nee, ook niet.” Je bent nooit meer thuis.’  ‘Het was hier koud en het eten was vies!’

Wat willen jullie ermee laten zien?

Vera: ‘We willen de bezoeker laten zien hoe groot de impact van deze transitie is op het leven van mensen. Daarbij speelde die reis op de MS Oranje een grote rol, dat was het moment dat alles veranderde.’
Gundy: ‘Natuurlijk kwamen ook veel mensen met andere schepen naar Nederland. De Molukkers bijvoorbeeld. Over hen maken we een fototentoonstelling in de bibliotheek, en ook tijdens de maand van de geschiedenis in oktober besteedden we speciale aandacht aan het Molukse verhaal.’
Vera: ‘We hebben eerder een bijeenkomst gehad waarbij mensen passagierslijsten uit onze collectie konden inzien. Waarin ze familieleden konden opzoeken, waar ze vandaan komen. Uiteindelijk gaat het allemaal om identiteit.
De Nederlandse identiteit wordt door populisten geclaimd als iets wat beschermd moet worden. Maar wat is dan die identiteit? Onze identiteit is een ongelooflijk multiculturele identiteit, voor een belangrijk deel ontstaan door de maritieme geschiedenis. Dat is ook de rijkdom ervan. Denk aan Delfts blauw, speculaasjes bij de koffie, batik en aardappelen. Het is extreem belangrijk om ook dat verhaal te vertellen in dit museum.’

Vera Carasso en Gundy van Dijk - foto Joost Groeneboer

Vraagt de programmering ook om een ander personeelsbeleid?

‘De diversiteit van onze medewerkers vinden we heel essentieel, maar het is moeilijk. Onze organisatie is redelijk divers, maar dat zie je nog niet terug op alle afdelingen. In de museumwereld lopen te weinig mensen rond die de diversiteit kunnen vergroten, dus moet je ze misschien ergens anders zoeken, buiten het museale netwerk. Ook de opleidingen, de Reinwardt Academie en de museum- en geschiedenisstudies zijn nog overwegend wit, al zie je daar gelukkig langzaam verandering in komen. 
Het  gaat om diversiteit in alle geledingen van laag tot hoog. Ik ben heel blij met ons conservatorenteam - je hebt ook mensen nodig die alles weten over de Engels-Nederlandse oorlogen – maar ik vind het te wit. Liefst haal je de expertise in huis, maar nu zoeken we het vooral in de samenwerking met andere organisaties zoals het NiNSee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis). Het komt wel, daar ben ik van overtuigd, maar het heeft tijd nodig.’

Wat is het erfgoed van nu?

Vera: ‘De vraag is: wat moet je als museum op dit moment verzamelen en borgen? Je moet verhalen vastleggen – zoals we nu bij de MS Oranje doen – en je moet objecten bewaren, maar alleen kernobjecten waarmee je het verhaal ondersteunt. Bij alles wat we opnemen in de collectie denken we: wat voor verhaal gaan we hiermee vertellen? Misschien niet nu, maar over 40 jaar.’

Meer informatie

Website Scheepvaartmuseum 

Tentoonstelling MS Oranje ǀ Koers gewijzigd  

‘Onvrije verhalen’, ‘Het verhaal van de walvis’ en andere PO- en VO-educatieprogramma’s