Immaterieel erfgoed in de les

Onderzoek

immaterieel erfgoed in de les
auteur
Jacquelien Vroemen
datum
21 juni 2017

Hoe wordt erfgoed gebruikt in het onderwijs in Nederland? En kan het ook anders? Deze vragen heb ik getracht te beantwoorden in mijn masterscriptie voor de Reinwardt Academie in Amsterdam.

In dit artikel wil ik wat dieper ingaan op het gebruik van immaterieel erfgoed in de les. Ik ben mijn onderzoek begonnen met een brede inventarisatie van bestaande projecten. Mijn inventarisatie leverde 1387 erfgoededucatieprojecten op, waarvan er slechts 122 immaterieel erfgoed behandelen. De onderwerpen zijn onder andere carnaval en andere (religieuze) feesten, lokaal voedsel, regionale taal en dialect, verhalen en tradities, religie, muziek, technieken, ambachten en beroepen, spelletjes en spelen, mythen, sprookjes, gebruiken en rituelen.

Erfgoedvorming

Projecten over verzamelen en bewaren heb ik ook tot immaterieel erfgoed gerekend, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat ze eigenlijk gaan over materieel erfgoed; het zijn immers projecten over erfgoedvorming. De vorming van tastbaar erfgoed. Maar erfgoedvorming zelf is een proces (immaterieel dus), geen ‘ding’. Nu wordt het wel lastig, want eigenlijk is elk erfgoeditem natuurlijk naast ‘ding’ ook proces. 

Niet voor niets benadrukken we vaak dat het gaat om de verhalen áchter de spullen, en die verhalen moeten we zien in de context van hun tijd. Een oude fabrieksschoorsteen roept in het heden andere gevoelens en verhalen op, dan honderd jaar geleden. Hij heeft in het heden ook een heel andere betekenis dan toen hij nog bij een fabriek hoorde waar gewerkt werd.

Naast de genoemde immaterieel erfgoed-projecten, vond ik 285 projecten die materieel en immaterieel erfgoed combineren. In die projecten is het ‘immateriële deel’ vaak de manier waarop vroeger dingen gedaan werden: schrijven in de middeleeuwen, kaasmaken rond 1900, bouwtechnieken bij de Romeinen, vuur maken in de oertijd. In een erfgoedproject zijn deze technieken en kunsten vaak het ‘doe-deel’ van de les. De leerlingen gaan zelf schrijven, bouwen, etcetera.

materieel vs. immaterieel erfgoed

Het is duidelijk dat de verhouding tussen het gebruik van materieel en immaterieel erfgoed in de les, in ons land nogal scheef is.

Tradities en identiteit

Waarom is die verhouding zo scheef? Vinden wij materieel erfgoed – gebouwen, stadsgezichten, objecten in een museum – zoveel belangrijker dan tradities en gebruiken? Als je een tijdje het nieuws volgt dan weet je wel dat tradities en gebruiken veel emoties kunnen oproepen. Dat zijn dus in potentie voor leerlingen zeer interessante onderwerpen, waar ze zich wellicht eerder bij betrokken voelen dan bij het monument om de hoek.

Natuurlijk ziet niet iedere docent het zitten om meteen met zwaar beladen onderwerpen aan de gang te gaan, maar je kunt ook veilig beginnen. Met een onderwerp dat buiten de directe emotionele beleving van de leerlingen ligt. Zelf vind ik het voorbeeld van Jamie Oliver die paella met chorizo had bereid, heel bruikbaar. Jamie Oliver veroorzaakte een rel met zijn ‘vernieuwende’ recept. Hij had het Spaanse cultureel erfgoed verkracht, hij was een terrorist!

Als je geen klas vol Spaanse leerlingen hebt, kun je met een dergelijk voorbeeld laten zien dat de emoties die tradities kunnen oproepen niet voor iedereen gelden en ook niet door iedereen begrepen worden. Hoezo maak je je druk om paella? Om dezelfde reden waarom wij ons druk maken om Zwarte Piet, dus…. Waarom? Omdat tradities, vaak meer nog dan materieel erfgoed, sterk verbonden zijn met onze identiteit.

Maar niet elke traditie is verbonden met de identiteit van iedereen in een land of streek. Wie geen deel heeft aan een traditie, is een buitenstaander; soms worden mensen ook bewust buitengesloten van een bepaalde traditie. Als je er om wat voor reden dan ook ‘niet bij hoort’ (je bent een nieuwkomer, je past niet in een gemeenschap, je bent een vrouw, je bent een man) dan mag je niet meedoen en al helemaal geen kritiek hebben op de traditie.

Het doel van erfgoededucatie

Ik heb niet alleen gekeken wat voor projecten er worden aangeboden. Ik heb ook onderzocht waarom wij eigenlijk aan erfgoededucatie doen in Nederland. Wat zijn de leerdoelen, de verwachtingen, de beoogde positieve gevolgen van erfgoededucatie? Ik heb gekeken naar wat hierover gezegd wordt door onder andere de Minister van OCW, de Raad voor Cultuur, de Onderwijsraad, de Nederlandse Museumvereniging, de SLO, LKCA en de provinciale erfgoedconsulenten.

Ook heb ik twee belangrijke stimuleringsprogramma’s onderzocht – Cultuur en School en Cultuureducatie met Kwaliteit – en de opvattingen bestudeerd die naar voren komen in Cultuur in de Spiegel en het onderzoeksprogramma van de Erasmus Universiteit Heritage education, plurality of narratives and shared historical knowledge. Daarnaast hebben 125 educatoren uit het hele land en van verschillende soorten instellingen – musea, erfgoedhuizen, culturele netwerken, zelfstandige ontwikkelaars – een digitale enquête ingevuld, waarin gevraagd werd naar de leerdoelen die zij belangrijk vinden.

De twee belangrijkste doelen zijn, grof gezegd: leren over de lokale geschiedenis en waardering krijgen voor het erfgoed. De belangrijkste achterliggende verwachting is dat erfgoededucatie goed is voor de vorming van de identiteit van de leerlingen. Een van de redenen daarvoor is de gedachte dat je met erfgoededucatie je roots (beter) leert kenen. Van minister tot educator heerst het idee dat je je verleden moet kennen (erfgoed en verleden zijn hierbij dan min of meer uitwisselbare grootheden) omdat het goed is om te ‘weten waar je vandaan komt’.

Dat dat zo is, daar twijfel ik niet aan. De vraag is echter hoe je leerlingen, die ergens anders geboren zijn, hun roots kunt laten ontdekken door het leren over het plaatselijke – plaatsgebonden! – materiële erfgoed. Op een school in Flevoland kunnen kinderen zitten uit Zuid-Limburg, Groningen, en vele verschillende buitenlanden. Hoe kunnen zij hun eigen geschiedenis leren kennen aan de hand van artefacten waarvan ze het verleden niet delen?

Intercultureel lesgeven met erfgoed

Als we nog eens kijken naar de onderwerpen van immaterieel-erfgoedlessen, dan zie je dat die zich stuk voor stuk goed lenen voor intercultureel erfgoedonderwijs. Onderwijs dat recht doet aan verschillende geschiedenissen en daardoor aan het ‘waar je vandaan komt’ van veel meer leerlingen. Voorwaarde daarbij is dat de leerlingen een eigen inbreng hebben en iedereen van elkaar kan leren.

En je kunt onderwerpen kiezen die nog dichter bij de belevingswereld van de leerlingen liggen. Bij een les over jeugdcultuur (maatschappijleer) kun je onderzoeken hoe men in andere landen of streken omging met, bijvoorbeeld, verliefd zijn. Oral history is hierbij een een goede methode. Vraag je grootouders hoe dat vroeger ging en vergelijk dat met jezelf en daarna, met elkaar in de klas.

Overigens kun je ook prima intercultureel erfgoedonderwijs geven met materieel erfgoed. In dat geval moet je op zoek naar thema’s die mensen verbinden en die loskomen van het specifieke object of gebouw. Zo kun je het bij lessen over de Tweede Wereldoorlog waarbij een monument wordt bezocht, ook hebben over de cultuur van herdenken in andere landen, over de geschiedenis van het herdenken en over het ‘nut’ van herinneringen in het algemeen: voor mensen persoonlijk, voor gemeenschappen, en voor naties.

Meer weten? 

Ben je erfgoedprofessional? Meld je dan aan voor de Masterclass Immaterieel Erfgoed, op vrijdag 7 juli in het Openlucht Museum. Aanmelden is mogelijk tot 28 juni 2017.

Het onderzoek viel binnen het brede onderzoeksprogramma dat Hester Dibbits uitvoert in het kader van haar LKCA-leerstoel aan de Erasmus Universiteit, en in het kader van het onderzoeksprogramma waar zij met Riemer Knoop en de onderzoeksgroep – het lectoraat – van de  Reinwardt Academie aan werkt. 

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Neem dan contact met me op via jacquelienvroemen@gmail.com.

vo