‘Maken en klooien de plek geven die het verdient’

Astrid Poot is maker, kunstenares, ontwerper en creatieve duizendpoot
auteur
Eeke Wervers
datum
22 februari 2019

‘Kinderen maken bijna nooit meer iets’, constateert Astrid Poot. Ze is maker, kunstenares, ontwerper en creatieve duizendpoot. Eeke Wervers sprak met haar over de transitie van makers naar gebruikers. En dat maakonderwijs niet alleen maar draait om nieuwe technologieën maar juist ook heel klein en laagdrempelig kan zijn.

Lees verder onder de afbeelding

Astrid Poot is maker, kunstenares, ontwerper en creatieve duizendpoot

‘Naar mijn idee zitten kinderen ze teveel achter het scherm. Terwijl het pure plezier van maken zo belangrijk is voor ze. De nuttigheid komt daarna pas. Je hoeft niet perse het probleem van de plastic soep op te lossen.’

Zelf maken geeft energie

‘Jaren geleden las mijn dochter de Tina. Door iets wat ze daar in tegenkwam, wilde ze voor het nieuwe seizoen een nieuwe tas. Die hebben we zelf gemaakt. In diezelfde periode vertelde een kleuterjuf me dat kinderen na de kleuterklas bijna niets meer zelf maken, en vaak niet eens meer kunnen knippen.’

‘Zelf heb ik van kleins af aan altijd veel gemaakt. Uit eigen ervaring weet ik hoe trots je kunt zijn als je iets zelf maakt. Er komt heel veel energie vrij, je krijgt grip op de wereld als je dingen zelf maakt. Vanuit die gedachte zijn we vier jaar geleden begonnen met Stichting Lekkersamenklooien. Ons doel? Maken en klooien weer de plek geven die het verdient.’

Kinderen laten knutselen

‘De manieren waarop je als kind thuis met iets bezig kunt zijn worden kleiner. Ouders hebben minder gereedschap, kinderen wonen kleiner. Vooral stadskinderen hebben daar last van. Hier ligt voor scholen een belangrijk rol. Ze kunnen meer ruimte bieden aan maken én ouders stimuleren om hun kinderen ook thuis te laten knutselen.’

‘We zijn gebruikers geworden, consumenten in plaats van makers. Veel speelgoed is al helemaal uit bedacht en laat weinig ruimte voor ontdekken. Wanneer zie je een kind nog lekker zagen en boren? Toch is dat heel goed voor kinderen, je krijgt zelfvertrouwen als het leren van nieuwe dingen lukt en je raakt vertrouwd met een techniek.’

Ervaringen met technieken

‘Afgaande van wat je op social media ziet, krijg je het idee van een perfecte wereld waarin alles mooi en nieuw is. Voor repareren is geen plaats meer. Dat kan je houding naar spullen en naar de wereld beïnvloeden. Je wordt minder creatief als je alles maar koopt. En bovendien: van maken word je gelukkig.’

‘Dat heet het IKEA-effect en is wetenschappelijk bewezen: als je een kast (deels) zelf in elkaar zet, ben je er blijer mee dan wanneer je diezelfde kast kant en klaar koopt. Als je nog nooit met een zaag hebt gewerkt of hebt geborduurd, kun je ook niet iets bedenken dat op die manier gemaakt wordt. De wens om iets te maken komt voort uit je ervaring. Hoe meer verschillende ervaringen met gereedschappen en technieken, hoe meer je kunt bedenken.’

Productgericht of procesgericht 

‘Maken gaat altijd over creativiteit, vaardigheden en een doel. Maken kun je op verschillende manieren aanpakken. Je kunt productgericht werken met een helder doel voor ogen, zoals een opdracht voor een ingenieur. Je kunt ook als een ontwerper meer procesgericht werken om een probleem op te lossen. Of je kunt werken als een kunstenaar vanuit verwondering, vanuit het materiaal, een idee of zomaar iets. Het zijn verschillende strategieën die je door en naast elkaar kunt gebruiken.’

‘Teveel doelmatigheid is een risico. Kinderen hoeven bij maakonderwijs niet altijd allerlei grote problemen op te lossen. Kinderen moeten ook zelf bedenken wat ze willen doen, puur vanwege het plezier van het maken. Ik pleit voor een aanpak vanuit de theorie over spelen van Johan Huizinga: Homo Ludens. Al makende leer je veel, ook zonder doel of voorgeschreven volgorde van werken.’

Astrid Poot is maker, kunstenares, ontwerper en creatieve duizendpootLaagdrempelige maakervaring

‘Maakonderwijs wordt veel geassocieerd met nieuwe technologie en apparaten en dat is prachtig. Maar het hoeft zeker niet allemaal digitaal of met moderne technologie. Voor veel kinderen voelt een knutselclub misschien toegankelijker dan een fablab, omdat een fablab zo nieuw en spannend is.’

‘Het ouderwetse is de brug naar het nieuwe: mijn ervaring is dat meer praktische, laagdrempelige maakervaring kinderen helpt bij het leren van complexere dingen als programmeren. Ook kinderen die minder goed zijn in taal en rekenen. De plusgroepjes en groepen die extra instructie nodig hebben worden bij maken vaak helemaal doorbroken.’

Techniek in dienst van het doel

‘In een maakplaats in een bibliotheek in Amsterdam zag ik een mooi voorbeeld van het oude en het nieuwe. Een tasje gemaakt van de poot van een oude knuffel, met 3D geprinte enge nagels eraan, zodat het een nog spannender tasje werd. Dat is maken op voorwaarde van het kind: techniek staat in dienst van het doel. Daar moeten we heen.’

‘De maker-mindset betekent voor mij dat je altijd kunt beginnen, proberen en leren door doen. Leren van anderen, met al je zintuigen en met veel plezier. Je durft kwetsbaar te zijn. Alles is materiaal en alles is inspiratie. Door met je handen iets te maken, ontstaan er nieuwe verbindingen in je hoofd. Je leert ook beter als je echt met iets aan de slag gaat, meer dan van alleen theoretische kennis.’

Lees verder

Volg Astrid Poot op Twitter
Lekkersamenklooien.nl
Manifest de wereld is van ons