‘Noem het geen cultuureducatie maar goed onderwijs’

Interview

Pieter Mols
auteur
Marian van Miert
datum
6 december 2016

Pieter Mols was leerkracht in alle groepen van het basisonderwijs, schoolbegeleider en directeur van een erfgoedmuseum. Hij is nog steeds beeldend kunstenaar en heeft sinds 2000 zijn eigen cultureel constructiebureau: ContraPunt. Pieter is icc-trainer van het eerste uur en mede-ontwikkelaar van de icc-cursus.

‘Mijn eindwerkstuk op de PABO ging over scholing van de waarneming door middel van kunstbeschouwing. Dat zou je nu niet meer hardop durven zeggen. Je had destijds de methode ‘Als je tekent, zie je meer’ (zie filmpje hieronder). Daarin wordt uitgelegd dat tekenen of beeldende vorming middelen kunnen zijn om anders naar de werkelijkheid te kijken. Als je kinderen in aanraking brengt met schilderijen van bijvoorbeeld Picasso, eigenen ze zich het model van kijken van Picasso toe. Kunstenaars maken visies op de werkelijkheid. Door het bestuderen van hun werk, breid je je arsenaal van kijken naar de wereld uit. Ik heb destijds vier waarnemingsmodellen gemaakt: een expressionistisch, impressionistisch, een kubistisch en een surrealistisch model en daar tekenlessen bij bedacht voor kinderen. Het was allemaal heel ambitieus maar de kern ervan, dat je kinderen kunt verleiden om anders naar de wereld te kijken en dat je daarin een arsenaal opbouwt, is nog steeds wat me drijft.’ (tekst loopt door onder filmpje)

Je hebt de training mede vorm gegeven en bent hem ook gaan geven.

‘Ja. De icc-cursus is een geweldig instrument om mensen structureel te laten nadenken over wat cultuur voor onderwijs kan betekenen. Als je daar nog nooit écht over hebt nagedacht dan kun je ook niet verwachten dat er een fantastisch cultuurbeleidsplan ligt. Kinderen van nu zijn de vormgevers van de toekomst. Dat is een open deur maar als je daar goed over nadenkt, wordt het geven van onderwijs wel een beetje lastig. Wij moeten er nu voor zorgen dat onze kinderen straks de juiste tools hebben. Ze zullen inderdaad heel goed moeten kunnen rekenen maar ze zullen ook met verandering moeten kunnen omgaan. Dus creatief, innovatief en ondernemend zijn. Dat verhaal vertel ik al 40 jaar. Dat is ook waarom ik ooit voor onderwijs heb gekozen. Het klinkt misschien naïef maar ik geloof dat je met goed onderwijs de wereld beter kunt maken.’ 

En daarin hoeft niet ieder talent te tellen, vind jij?

‘Ik noem in dat verband wel eens de naam van Holleeder. Die man is ook heel creatief en ondernemend. Waarmee ik maar wil zeggen, als je als ondertitel van je school hebt staan: ‘ieder talent telt’ moet je je afvragen of dat wel waar is. Niet ieder talent telt. Sommige talenten wil je helemaal niet tot ontwikkeling laten komen. Je moet dus nadenken over de wereld waarin jij wilt leven.’

Hoe zie jij kunst en onderwijs?

‘Wat ik merk is dat het onderwijs heel lineair is ingericht. We hebben een machine en die moet kloppen. Eigenlijk weet je in september al wat je in februari aan het doen bent. Dat is volgens mij heel effectief voor sommige dingen maar creatieve processen verlopen niet machinaal, maar bewegen zich als een nomadisch volk. Als je kinderen ook wilt leren om met onverwachte ‘obstakels’ om te gaan, en verandering mede vorm te geven, dan kun je niet om kunst en cultuur heen.’

Hoe zou dat eruit kunnen zien?

‘Zoals eerder gezegd, kunstenaars maken visies op de werkelijkheid. Daarmee kun je een enorm arsenaal aan mogelijkheden opbouwen bij kinderen. Daarnaast heb je het creatieve proces, kunstenaars doen voor hoe dat werkt. En tot slot gaat het ook gewoon over genieten van iets moois of je ergeren aan iets lelijks. Dat zou allemaal een plek kunnen hebben in het onderwijs. Dus als je het hiermee eens bent, kun je vervolgens gaan nadenken over hoe je dat binnen jouw schoolconcept kunt vormgeven en dan moet je volgens mij vooral heel pragmatisch zijn.’

En de rol van de cultuurcoördinator hierin?

Als je op een school zit waar de directeur jou geen millimeter ruimte geeft dan kun je wel een mooi groot beleidsplan maken maar dan gaat het niet gebeuren. Dus dan moet je gaan bedenken waar je moet beginnen. Hoe kun je stappen zetten en met wie ga je samenwerken?  Schrijf vooral op waar wel draagvlak voor is en ga van daaruit bouwen.’

Wat zie jij dan gebeuren?

‘Neem nou het filmpje ‘Van cultuur onderwijs maken’ uit Zeeland. Daarin vertellen groepsleerkrachten over wat de cursus hun gebracht heeft. Een leerkracht daarin zegt: ‘Het is mooi dat alles wat wij al deden nu in een kader geplaatst kan worden en dat er doorgaande lijnen zijn. Ook de hiaten in onze school zijn boven tafel gekomen. De opbrengst is dat we nu, vind ik, een heel goed kunst- en cultuureducatieplan hebben waar we de komende vijf jaar mee vooruit kunnen en waarin alle disciplines aan de orde komen. Vanuit onszelf. En daar waar we het niet zelf kunnen, maken we gebruik van het aanbod van kunsteducatie Walcheren waar we nu meer vraaggestuurd mee gaan werken.’ Kijk, als dat gebeurt ben ik blij.’ (tekst loopt door onder filmpje)

Wat zou je de minister van onderwijs en cultuur willen meegeven?

‘Toen Van der Ploeg begon ging het om meer mensen erbij betrekken. Actieplan cultuurbereik. Volgens mij zijn die plannen allemaal fantastisch geweest maar toen het geld wegviel, was ook alles weg. Maria Verhoeven heeft volgens mij gedacht: ‘Dat wil ik niet. Ik ga investeren in de infrastructuur, culturele instellingen en onderwijs bij elkaar brengen, beleid maken en icc’ers opleiden.’ En de afgelopen periode is de stap gezet naar kwaliteit; hoe kunnen we die verbeteren. Daar is flink in geïnvesteerd en nu zou je de kans moeten geven om door te pakken. Zet CmK dus voort. En wat mij betreft: noem het geen cultuureducatie meer maar gewoon goed onderwijs. 

Website Pieter Mols

Icon primair onderwijs