Maakonderwijs

Maakonderwijs, je komt de term steeds vaker tegen. Overal verschijnen fablabs, scholen schaffen 3D printers aan en conferenties over dit onderwerp worden goed bezocht. Maakonderwijs is dus populair, maar wat is het precies? En welke rol spelen kunst en cultuur?

Lees verder onder het filmpje

Centraal in maakonderwijs staat leren (door te) maken, (door te) doen. Je weet van tevoren niet precies wat je gaat maken en al werkend en experimenterend kom je op ideeën. Die nieuwe ideeën ontstaan terwijl je met je handen bezig bent, niet door iets wat je (van tevoren) hebt bedacht. Maakonderwijs stimuleert de creativiteit van leerlingen. Ervaren en beleven staan centraal. Leerlingen onderzoeken en experimenteren en maken een tastbaar, vaak werkend product. Ze kiezen zelf een probleem of probleemstelling en zoeken daar een oplossing voor.

Leren met hoofd, hart en handen

Maakonderwijs is gericht op kennisconstructie. Leerlingen leren werken met nieuwe materialen, technieken of apparatuur. Ze leren experimenteren, uitproberen, falen en doorzetten.  Door zelf dingen te maken krijgen ze meer contact met producten en is de kans groot dat ze meer respect krijgen voor dingen die gemaakt zijn. Maakonderwijs stimuleert leren met hoofd, hart en handen. Door te doen leer je beter: verworven kennis pas je direct toe. Het wordt vaak verbonden met nieuwe technologie. Onder meer omdat digitale technieken als 2D- en 3D-ontwerpen, vinyl en laser snijden en 3D-printen steeds toegankelijker en betaalbaarder zijn geworden. Maar maakonderwijs kan ook gebruikmaken van allerlei ambachtelijke technieken en materialen, zoals houtbewerking, weven of keramiek. Of van combinaties: veel ontwerpers en kunstenaars werken met crossovers van ambacht en technologie.

Kenmerken van maakonderwijs

Maakonderwijs is geïnspireerd door de makersmovement en makerseducation uit de VS. Kenmerken hiervan zijn:

  • Leren is persoonlijk
    Leerlingen hebben ruimte om zelf keuzes te maken wat betreft onderwerp, opdracht, wijze van werken (materialen en technieken) en resultaat.
  • Leren is gericht op groei
    Leerlingen beginnen eenvoudig en kiezen geleidelijk steeds  complexere vraagstukken. Zij ontwikkelen vaardigheden naar een steeds hoger niveau.
  • Leren is procesgericht
    Ontwerp- en maakproces en eindproduct zijn even belangrijk.
  • Leren is leren van elkaar
    Leerlingen leren in groepen (fablabs of makerspaces) van en met elkaar waardoor een sterk groepsgevoel kan ontstaan.
  • Leren is gericht op vertrouwen
    Succeservaringen vergroten het zelfvertrouwen en de motivatie. Leerlingen zijn trots op wat ze maken.
  • Leren is gericht op betekenisverlening
    Leerlingen werken aan zelfgekozen en relevante onderwerpen. Ze krijgen hierdoor grip op hun omgeving.

Kunst en maakonderwijs

De procesgerichte manier van werken van de kunstvakken sluit goed aan bij maakonderwijs, evenals de open ontwerpopdrachten en het belang van verbeeldingskracht. Bij techniek gaat het meestal om de oplossing van een technisch probleem, om de vraag of iets werkt of niet. Bij kunst zijn vragen naar het ‘hoe’ en het ‘waarom’ het uitgangspunt. Kunst kan kritische vragen stellen bij technologische ontwikkelingen. De vraag ‘wat is geluid en hoe werk je ermee’ krijgt bij een kunstenaar een andere betekenis dan bij iemand die werkt vanuit technologie.

Lees verder

MakerEducation: leren door te maken

contact

Eeke Wervers
naamEeke WerversfunctieSpecialist cultuureducatietelefoonnummer030 711 51 37e-mailEekeWervers@lkca.nl