‘Wie ben ik, wie was jij?’ - Vernieuwende erfgoededucatie in het Nationaal Archief

wie ben ik wie was jij?
auteur
Arja van Veldhuizen en Joost Groeneboer
datum
1 april 2019

Hoe kunnen digitale middelen educatieprogramma’s bij tentoonstellingen ondersteunen? En hoe sluit je daarmee aan bij de belevingswereld van jongeren? Het LKCA onderzoekt het gebruik van digitale toepassingen bij musea en erfgoedinstellingen. Arja van Veldhuizen en Joost Groeneboer liepen mee met een scholierenrondleiding bij de tentoonstelling ‘Wie ben ik, wie was jij?’ van het Nationaal Archief.

Soms klopt het allemaal: de inhoud, de didactische opzet, contact met erfgoed, een effectieve inzet van nieuwe media (ook nog zonder haperingen), rondleiders met groot interactietalent, een betrokken schooldocent en bovenal een fantastisch voorbereide en nieuwsgierige groep kinderen. Dat is genieten!

Voor de toekomst

Vijftien leerlingen van groep 7 van Nutsschool de Morgenstond uit Den Haag verzamelen zich in de grote hal van het Nationaal Archief. Vanochtend doen ze mee aan het scholenprogramma Goed en fout in de Tweede Wereldoorlog. Rondleiders Henry Timisela en Sophie van Aardenne ontvangen de kinderen en nemen elk de helft ervan met zich mee. Het ene groepje start in de tentoonstelling en het andere in de depots. Vooraf is er een klein gesprekje, waaruit al snel blijkt dat deze kinderen goed zijn voorbereid. Ze weten al wat een archief is. ‘Nederland heeft ook een archief’, vertelt Henry, ‘waarom eigenlijk?’. Daarop komen mooie antwoorden, zoals: ‘voor de toekomst, dan weet je wat toen de plannen waren.’wie ben ik wie was jij?
Henry vertelt dat we zo naar het depot gaan en vraagt of ze weten wat dat is. Hij kondigt aan dat ze daarna in de tentoonstelling gaan chatten met mensen uit de tweede wereldoorlog. Enthousiaste en verbaasde kreten bij de leerlingen!

In het depot

Om in de depots te komen, neemt de rondleider de groep mee achter gesloten deuren, door lange gangen en trappen af. De leerlingen vinden het spannend en praten onderling over hoe het ruikt: beetje ziekenhuis, schoonmaakmiddel? In het kaartendepot staan eindeloos veel kasten met grote lades. Henry trekt er een paar open en de leerlingen vergapen zich aan stokoude fraai gedecoreerde kaarten, zoals van Kaap de Goede Hoop. Het gesprek gaat over de bewaarfunctie van het archief en alle bedreigingen passeren de revue: brand, water, diefstal, en – na even nadenken – insecten, zoals zilvervisjes. 

wie ben ik wie was jij?Op een tafel liggen mappen en dozen met archiefstukken klaar, waarmee de rondleider moeiteloos de overgang maakt naar het thema Tweede Wereldoorlog. De leerlingen ervaren hoe archiefstukken, waaronder het vervalste paspoort van een verzetsheld, verhalen kunnen vertellen. In dit geval over drie concrete personen die elk keuzes moesten maken tijdens de oorlog. Zo maken de leerlingen de stap naar het maken van keuzes – het thema van dit educatieprogramma. De rondleider verdeelt vijf bladen onder de leerlingen, waarop steeds kort een persoon wordt beschreven, diens situatie en een keus die hij of zij moet maken tijdens oorlog. Wat zouden de leerlingen doen als zij die persoon waren? Dat blijkt soms ook ‘niets doen’ te zijn, omdat je bijvoorbeeld thuis kinderen hebt of andere mensen afhankelijk zijn van jou.  De leerlingen ervaren hoe archiefstukken, waaronder het vervalste paspoort van een verzetsheld, verhalen kunnen vertellen.

Chatten met mensen uit WOII

Het andere deel van het programma speelt zich af in de speciale educatieve tentoonstelling ‘Wie ben ik, wie was jij?’. Een halfdonkere ruimte met een decor van kasten en archiefdozen. De leerlingen gaan zitten voor een metersbreed scherm, op banken in de vorm van rijen ordners. Na een korte introductiefilm op het thema volgt een korte ‘wat was er toen’ quiz, om te bedenken welke media er tijdens de Tweede Wereldoorlog waren en wat toen nieuw was. De jeep was nieuw, maar TV bestond al – ook al had vrijwel niemand er nog een.wie ben ik wie was jij?
In kleine groepjes gaan de leerlingen nu ‘chatten’ met één persoon uit de Tweede Wereldoorlog die echt heeft bestaan. Onder een klep in de bank vindt elk groepje een tablet en twee zaklantaarns – van het type dat je zelf moet opwinden (een moderne knijpkat). 
De groepjes gaan aan de slag. De tablet wijst steeds de weg naar de kasten en lades waar ze documenten en voorwerpen vinden over hun persoon. In een chat-vorm ‘vertelt’ de persoon over zijn leven in en na de oorlog. De leerlingen kunnen steeds hun reactie slepen naar de volgende chat-regel. Vaak is er geen keuze, maar ze kunnen meerdere keren kiezen tussen twee reacties. Ondanks het voorgestructureerde karakter, voelt het voor hen echt of ze met die persoon chatten. Ondertussen sparen ze punten en zien ze ook de tijd lopen. Op het grote scherm in de ruimte telt ook een grote klok af. Ze houden hun scorestand goed in de gaten.

wie ben ik wie was jij?Als ze naar de volgende kast moeten, dooft het licht boven de ene kast en gaat ergens anders een licht in hun kleur aan. Dat helpt om de nieuwe plek te vinden. Om de meerkeuzevragen – die in de chats verwerkt zitten – goed te beantwoorden is het nodig om de documenten te lezen. Daarvoor is het bijlichten met de zaklantaarns noodzakelijk. Iedereen is dus nodig in het groepje. Je hoort steeds het opwinden van de zaklantaarns. De leerlingen gaan er helemaal in op en ze doen erg hun best.
De keuze om de ruimte zo donker te maken, met de gekleurde spots van de groepen en het voortdurend bewegende schijnsel van de zaklantaarns zorgt voor een bijzondere en spannende sfeer. Ook zorgt het voor focus. Hoe anders zou de ervaring zijn als het gewoon licht was?

Nadenken over keuzes

Als groepjes klaar zijn, verzamelen ze zich bij de banken en krijgen ze de vraag om te overleggen of hun persoon vooral goed of fout was in de oorlog. wie ben ik wie was jij?Bij de plenaire nabespreking komen op het grote scherm de foto’s en de levensloop van alle personages mooi naast elkaar in beeld, zodat je hen goed kunt vergelijken. De rondleider laat de groepjes vertellen wat ze ontdekt hebben over hun persoon. Bij elke stap in de levensloop komt weer even een stuk van het document in beeld waaruit de informatie is gehaald – een subtiele reminder.
Ook wordt bij elk persoon gesproken over de goed/fout-vraag. Dat blijkt niet altijd zo simpel. Bij twee personen is het vrij duidelijk, maar ééntje is ‘fifty fifty’ volgens de leerlingen. Het is een mooi ‘erfgoedwijs’ gesprek.

wie ben ik wie was jij?De twee groepen voeren het programma in omgekeerde volgorde uit. Beide routes werken goed. Voor de leerlingen die gestart zijn in het depot, functioneert dit als inleiding op de verhaalkracht van archiefstukken en zij sluiten af met het interactieve gedeelte. De groep die begint in de tentoonstelling kan in het depot steeds teruggrijpen op de documenten die de leerlingen in de tentoonstelling hebben gevonden. Het is verbazingwekkend hoeveel de leerlingen daarvan hebben onthouden. Blijkbaar heeft het spelaspect ze niet al te veel van de inhoud afgeleid. De rondleider vat aan het eind samen: ‘Bij elke keuze die je maakt, moet je je afvragen: wat zijn de gevolgen daarvan.’ Een van de kinderen vraagt waarom Hitler de joden eigenlijk dood wilde hebben. ‘Ja, daar kunnen wij met ons verstand niet bij.’

Multiperspectieven

‘Ervaar hoe tijd, plaats en de omstandigheden waarin je geboren wordt invloed hebben op de mogelijkheden en keuzes die je wel of niet hebt’, zo luidt de tekst op de website over ‘Wie ben ik, wie was jij?’. Hiermee sluit het Nationaal Archief aan op vernieuwingen in de erfgoededucatie, die kritisch denken en het kijken vanuit meerdere perspectieven – ook geplaatst in de tijd – stimuleren. Dat is bij de leerlingen van de Morgenstond zeker gelukt. Zij verlaten absoluut ‘erfgoedwijzer’ het archief.

Tips voor docenten en begeleiders

  • Bereid de kinderen in de klas vast goed op het thema voor.
  • Speel in op de natuurlijke nieuwsgierigheid van de kinderen.
  • Zorg voor een spannende sfeer. Een wedstrijdelement of tijdslimiet houdt hun aandacht vast.
  • Laat hen zelf samen ontdekken hoe alles werkt, stuur alleen indien nodig bij.
  • Vraag (achteraf) naar hun ervaringen: ‘Welke keuzes had jij gemaakt?’
  • Trek het gesprek waar mogelijk toe naar het nu (actuele thema’s).

Meer informatie

Het Nationaal Archief heeft vier scholenprogramma’s voor het PO en VO ontwikkeld bij de splinternieuwe tentoonstelling Wie ben ik, wie was jij?. Behalve het programma over de Tweede Wereldoorlog, maakte het archief voor groep 7 en 8 Van huis en haard (over migratie) en Handel en Slavernij. De onderbouw van het voortgezet onderwijs kan aan de slag met dezelfde drie thema’s, maar ook met Vecht voor je recht, over de strijd voor democratische grondrechten en emancipatiebewegingen. Met dit aanbod wil het Nationaal Archief leerlingen actief laten nadenken over het leven in een democratie, aan de hand van ‘bewijsstukken’ van onze geschiedenis, en direct aansluiten op de doelen van burgerschapsvorming.

In het weekend en tijdens de schoolvakanties is de tentoonstelling geopend voor individuele bezoekers. Ook aan het eind van de middag, als de scholen klaar zijn, kun je er vaak terecht.

Tentoonstelling Wie ben ik, wie was jij 
Scholenprogramma PO
Scholenprogramma VO