Wat is kwaliteit?

Wat vind jij goede cultuureducatie? Hoe zie je of een culturele activiteit kwaliteit heeft? Wanneer zeg, denk of voel je: ‘Dat was goed!?’ Wat is kortom jouw subjectieve maatstaf? Dit is een belangrijke vraag om jezelf en je collega’s te stellen wanneer je de kwaliteit van cultuureducatie wilt verbeteren.

Over het begrip kwaliteit

De term kwaliteit spreekt niet voor zichzelf. Het is een ambigu begrip. De betekenis ervan is nooit gegeven, maar wordt altijd bepaald door mensen. Iedereen vindt kwaliteit belangrijk, maar maatstaven kunnen verschillen. Kwaliteit vul je in al naar gelang je situatie, invalshoek, voorkeur, verantwoordelijkheid, handelingsperspectief of belangen. Het (waarde)oordeel over kwaliteit is kortom afhankelijk van wie het uitspreekt.

Kwaliteit is in iedere sector van belang, maar nog net iets meer in het onderwijs, omdat alle kinderen recht hebben op goed onderwijs. De rijksoverheid maakt daarom via basiseisen, in de vorm van kerndoelen, duidelijk wat zij verwacht. Bovendien stelt het ministerie van OCW aanvullende regels en verplichtingen op, zoals toetsen, een leerlingvolgsysteem, referentieniveaus en leerlijnen. Schoolbesturen zijn formeel verantwoordelijk voor onderwijskwaliteit. Zij sturen vooral op opbrengsten (Cito-scores).

Scholen hebben veel vrijheid om hun onderwijs naar eigen inzicht in te vullen. Die autonomie kan echter ingeperkt worden door mechanismen van verantwoording en toezicht. Besturen moeten leeropbrengsten verantwoorden aan het ministerie, individuele scholen aan hun bestuur. De Inspectie van het onderwijs beoordeelt scholen regelmatig (vierjaarlijks) op kwaliteit. Kwaliteit kan hierdoor gekwantificeerd raken; verworden tot een beleidstarget met meetbare prestatie indicatoren, met name gericht op effectiviteit. 

Dit is een smalle definitie van onderwijskwaliteit. Zo’n smalle benadering van kwaliteit, gereduceerd tot meetbare onderwijsopbrengsten, is een risico voor cultuureducatie. Wat gebeurt er met een leergebied dat brede, persoonsvormende doelen heeft in een cultuur die meetbaarheid tot norm verheft? De kans is groot dat daar minder tijd en aandacht aan besteed wordt. Professionals zullen over het algemeen een veel bredere kwaliteitsopvatting hebben, die uitgaat van ontwikkeldoelen en van waarom ze in het onderwijs werken.

Uit een analyse van Frissen et al. (2015) van het discours over kwaliteit blijkt dat bestuurlijke partijen dominant zijn in het gesprek over onderwijskwaliteit. Het ministerie van OCW, de Inspectie van het onderwijs en de onderwijsbesturen verenigd in de PO-Raad voeren de boventoon, spelers in het primaire proces (schoolleiders en leraren) zijn ondervertegenwoordigd. Er is een brede dialoog tussen alle betrokkenen nodig om het kwaliteitsbegrip, ook van cultuureducatie, vanuit een variëteit aan perspectieven in te vullen.

Wat weten we over de kwaliteit van cultuureducatie?

Er is al veel kennis over de kwaliteit(en) van cultuureducatie. Op onze eigen site publiceren we schoolportretten en andere verhalen uit de praktijk. In de publicatie Elke school is uniek lees je welk effect de Regeling Versterking Cultuureducatie in het Primair Onderwijs heeft gehad op veertien scholen. Hoe basisscholen met kunst- en cultuureducatie werken aan 21e eeuwse vaardigheden, lees je in D:21 Kwalitatief Onderzoek.

Dan zijn er de laatste jaren ook verschillende handreikingen en kwaliteitskaders gemaakt. Ook zijn er tal van onderzoeken gedaan en onderzoeksartikelen geschreven over hoe het ervoor staat met de kwaliteit van cultuureducatie en hoe je die kwaliteit kunt stimuleren. Een overzicht van literatuur vind je in de bronnenlijst. De studies en artikelen geven een mooie beschrijving van hoe divers scholen werken aan cultuureducatie. Ze laten zien wat er mogelijk is. In de bronnen vind je een veelvoud aan factoren die van invloed zijn op kwaliteit. Kwaliteit wordt echter vrijwel nooit normatief ingevuld. Tussen de regels door lees je wel meer impliciete opvattingen over wat goed zou zijn, maar dit wordt nauwelijks expliciet gemaakt.

De rode draad door de geraadpleegde literatuur over kwaliteit is ‘keuzes maken’. Welke keuze je ook maakt, het is cruciaal om hier bewust mee om te gaan. Op keuzes, en onderliggende criteria en waarden kun je reflecteren en met elkaar in gesprek gaan. Reflectie en dialoog zijn belangrijk, op uitvoerend én bestuurlijk niveau. Kwaliteit wordt volgens Hooge et al. (2015) namelijk bepaald in de zone waar samenwerking tussen mensen tot stand komt. Professionals zitten niet zonder meer op één lijn. Ze zijn verwikkeld in micropolitieke processen van overleg, gezamenlijk visie en plannen maken, afstemming, onderhandeling, uitruil en machtsstrijd. Van belang voor gedeeld begrip is de uitoefening van gedeeld en gespreid leiderschap, en gezamenlijke of participatieve besluitvorming.

Voor cultuureducatie wordt het sturen op kwaliteit in het algemeen overgelaten aan de schoolleider en de cultuurcoördinator, ieder vanuit een eigen logica. Bij veranderingen of vernieuwingen in de schoolorganisatie speelt de schoolleider altijd een cruciale rol. Een schoolteam dat wil werken aan de kwaliteit van cultuureducatie zal oog moeten hebben voor de diversiteit in perspectieven, voorkeuren, waarden en opvattingen die er leven in de groep, en daarover in gesprek gaan. Dat kwaliteit geen gegeven is geldt namelijk zeker voor cultuureducatie dat een grote verscheidenheid kent in inhouden, didactieken en toetsvormen. Niet iedere leerkracht voelt zich ook even bekwaam om les te geven in de diverse disciplines.

Brochure Cultuureducatie op de basisschool

Wat verstaan schoolleiders en cultuurcoördinatoren onder kwaliteit? Hoe werken zij op hun school aan de kwaliteit van cultuureducatie? Hoe geven zij, in onderling samenspel én met hun team, vorm aan goede cultuureducatie? Hoe zorgen ze ervoor dat de visie op - de kwaliteit van - cultuureducatie gedeeld wordt en doorwerkt in de klas? 

Download de brochure