Vraaggericht onderwijs en authentiek leren op de Prinses Ireneschool

Prinses Ireneschool Krimpen aan de Lek
auteur
Arno Neele
datum
26 november 2018

Het verankeren van authentiek kunstonderwijs op je basisschool gaat niet van de een op de andere dag. Dat hoeft ook niet. Bovendien is het proces nooit af. Dat bewijst het verhaal van OBS Prinses Ireneschool in Krimpen aan de Lek. Een gesprek met directeur Netty Breedveld en cultuurcoördinator Saskia van Wijnen.

Net na de laatste eeuwwisseling begon het avontuur op de Prinses Ireneschool. De directe aanleiding was het uitschrijven van een prijsvraag door het ministerie van OCW over de toekomst van het onderwijs. Het door de schooldirecteur en SKVR ontwikkelde concept ‘Wanitaschool’ won de prijs. Daarmee kreeg de school in Krimpen aan de Lek de financiële mogelijkheid om het idee in vier jaar tijd in de praktijk te gaan brengen. Maar wat was het idee, hoe verliep het ontwikkeltraject en hoe ziet het er nu ruim vijftien jaar na dato in de praktijk uit?

Vraaggericht onderwijs en authentiek leren

Het Wanita-onderwijs is vraaggericht onderwijs en gaat uit van authentiek leren. Het kind en zijn vragen en talenten staan centraal. En het berust op de sterke overtuiging dat kunst- en cultuureducatie een cruciale rol heeft bij de vorming van kinderen. Het motto luidt ‘kennis, kunst, kunde & verwondering’, waarbij kunst als verbindende schakel wordt gezien tussen kennis en kunde. Welk thema ook behandeld wordt in de klas, kunst is er altijd onderdeel van.

Kunst als verbindende schakel tussen kennis en kundeKunst en cultuur kunnen bij uitstek de verschillende vakken met elkaar verbinden. Het op het werk van Folkert Haanstra gebaseerd authentiek kunstonderwijs is dan ook een van de drie pijlers van het Wanita-onderwijs, naast authentiek onderwijs en community building. Deze drie pijlers staan overigens niet los van elkaar, maar worden voortdurend met elkaar verbonden. Een prachtig voorbeeld daarvan zijn de tweewekelijkse Wanita-ateliers op dinsdagmiddag.

Eigen ideeën en creativiteit van de kinderen

Om de veertien dagen gaat op dinsdagmiddag de hele school op z’n kop. Verspreid door het hele gebouw volgen alle kinderen dan een atelier naar eigen keuze. De in totaal 15 ateliers kunnen gaan over kunst, maar ook over sport en spel, techniek of koken. Van zingen en dansen tot schaken en van fotografie tot wol en stof.

De ateliers zijn groep doorbrekend, waarbij wel een scheiding tussen onder- en bovenbouw wordt gemaakt. Ze worden geleid door een ‘gids’, waarbij de kinderen echt zelf aan de slag gaan met materialen en er ruimte is voor eigen ideeën en creativiteit van de kinderen. Zo’n gids kan een (vak)leerkracht zijn, maar evengoed een kunstenaar, ouder of leerling.

Meer ruimte voor verdieping

Bij het opstarten van de ateliers had Netty nog de vrees of er wel genoeg aanbod was, maar er blijken meer dan voldoende leerkrachten, kunstenaars, ouders en leerlingen die graag gids willen zijn. Zo verzorgt een ouder al drie jaar een atelier voor het werken met speksteen. En wanneer kinderen een atelier verzorgen dan moeten zij dit helemaal zelf voorbereiden en uitvoeren. Er is weliswaar altijd een leerkracht bij, maar die mag het nooit en te nimmer overnemen. Zo beklaagden de kinderen die gids waren over teveel bemoeienis van de aanwezig leerkracht. ‘Ja, en dan moet ik in gesprek met zo’n leraar’ vertelt Netty. Met de vraag of de leerkracht voortaan ‘een stapje achteruit’ wil doen.

De leerkracht moet soms een stapje achteruit doenDe Wanita-ateliers lijken enigszins op de meer reguliere creamiddagen op andere scholen, maar gaan net wat verder. Leerlingen mogen dus, als ze willen, zelf een atelier verzorgen. En leerlingen volgen een atelier minimaal twee keer achter elkaar, zodat er meer ruimte is voor verdieping en eigen inbreng van de kinderen.

Werken vanuit een thema

Naast de ateliers zijn er de Wanita-middagen waarin kunst- en cultuur ook een plek hebben. Deze middagen vinden wekelijks plaats met de eigen klas, meestal verdeeld over twee middagen. Er wordt gewerkt vanuit een thema, waarbij kinderen zelf vragen stellen en vervolgens ook zelfstandig of in groepjes antwoorden proberen te zoeken. Kinderen die dit willen, kunnen hierover rapporteren met behulp van alle kunsttalen. Zo kunnen ze hun zoektocht afsluiten met een kunstwerkstuk, een toneelstuk of een muziekstuk, maar ook met een computerwerkstuk, een uitgewerkt interview of een werkstuk op papier.

Een ander voorbeeld van kunst- en cultuureducatie is de jaarlijkse Kunstweek. Het is een intensieve week waarin alle kunstdisciplines aan bod komen en waarin ook heel nadrukkelijk de omgeving wordt betrokken. De week wordt altijd gestart of afgesloten met een presentatie of tentoonstelling voor elkaar en voor de ouders. Saskia is de motor achter de Kunstweek en wil met deze week kinderen verwonderen, nieuwsgierig maken en ze ook laten uitproberen.

Culturele aanbod in de eigen omgeving

Elk jaar bedenkt ze een nieuw thema die ze ook uitwerkt. Een mooi voorbeeld is de Kunstweek met excursies en opdrachten in het dorp. De bovenbouw ging naar de dichterswijk van Krimpen aan de Lek, de middenbouw naar de Schilderswijk en de onderbouw naar de scheepswijk. Onderweg stonden echte schilders en echte dichters.

De Prinses Ireneschool maakt veelvuldig gebruik van het culturele aanbod in de omgeving voor haar kunst- en cultuureducatie. Dat is volgens Netty ook noodzakelijk voor het garanderen van kwaliteit. ‘Je moet van een leerkracht verwachten dat die rekenen, taal en al die vakken kan geven. Maar ik vind niet dat je van een leerkracht mag verwachten dat die en gitaar speelt, en prachtige beelden kan kleien, en schildert in zijn vrije tijd en prachtige zangtalenten heeft.’

Gebruik maken van het lokale kunst- en cultuuraanbodJuist daarom doet de school mee aan het programma Kijk|Kunst en Doe|Kunst van Kunstgebouw. Daarmee maken de kinderen elk jaar kennis met een andere kunstdiscipline. Dit kan betekenen dat ze naar het theater gaan of dat ze les krijgen van een externe kunstdocent in een van de disciplines. Maar de school maakt ook intensief en dankbaar gebruik van het lokale kunst- en cultuuraanbod. Het past bij de pijler ‘community building’ van het Wanita-onderwijs. Lokale kunstenaars en ouders met een (creatief) talent zijn dus gids van Wanita-ateliers.

Zonder extra geld geen cultuureducatie

Verder is er een intensieve samenwerking met muziekvereniging Crescendo uit het dorp. De muziekdocenten van de vereniging geven in de groepen 6, 7 en 8 oriëntatielessen muziek, waardoor de kinderen in aanraking komen met maar liefst zeven verschillende muziekinstrumenten (klarinet, dwarsfluit, trompet, bariton, trombone, hoorn en slagwerk). Leerlingen die geïnspireerd raken, geven zich op voor muzieklessen na schooltijd, die ook weer op school worden gegeven door Crescendo. Dezelfde constructie past de school nu toe met een individuele kunstdocent die op woensdagmiddag na schooltijd een mobiel atelier opbouwt in de aula en daar tot 9 uur ’s avonds lessen geeft aan kinderen die dit willen. 

Sponsoravonden om extra geld voor cultuureducatie te vindenHet gebruik maken van het culturele aanbod in de omgeving kost geld. Het budget van de prestatiebox dat de school krijgt voor cultuureducatie gaat volledig op aan het programma Kijk|Kunst en Doe|Kunst. De school moet hier zelfs nog op bijleggen. Voor de overige activiteiten met externe kunstenaars moet extra geld gevonden worden. Daarvoor organiseert de school met succes de zogenaamde Wanita-sponsoravonden met ateliers. Iedereen is welkom, maar sommige ouders en ondernemers worden gericht uitgenodigd voor een door de kinderen gemaakt en geserveerd diner, waarna de genodigden de ateliers bezoeken. 

Kunst niet eng en elitair

De Prinses Ireneschool heeft in de laatste vijftien jaar kunst- en cultuureducatie dus een vaste en belangrijke plek gegeven in het onderwijs. Netty spreekt van een ‘fikse’ ontwikkeling, waarbij ze heel wat weerstand heeft ondervonden. Termen als kunst en kunstenaar zorgden voor gefronste wenkbrauwen. Ze heeft voortdurend moeten uitleggen dat kunst niet eng en elitair is, maar dat we het allemaal nodig hebben in het leven.

Terugkijkend heeft ze in haar enthousiasme, en dat van enkele andere kartrekkers, te snel teveel gewild, waardoor ze vergat een groep leerkrachten en ouders mee te nemen in deze transitie. ‘Ik had ook niet echt veel kaas gegeten van veranderingsmanagement’, concludeert ze nu achteraf. Een aardig aantal kinderen ging hierdoor van school af en enkele leerkrachten kozen ervoor ergens anders te gaan werken. 

Vasthouden aan je visie

Ze is blij dat ze hebben doorgezet. Inmiddels is het idee praktijk geworden en nu kiezen ouders bewust voor de Prinses Ireneschool juist vanwege het Wanita-onderwijs en de sterke nadruk op kunst en cultuur. In het ontwikkeltraject is het vasthouden aan je visie op cultuureducatie dan ook cruciaal. Overigens zonder star en dogmatisch te worden.

Het is een voortdurende ontwikkeling met elk jaar een evaluatieIn het prijswinnende concept waren bijvoorbeeld alle methodes losgelaten, maar de school heeft er op een gegeven moment voor gekozen om voor rekenen en taal wel gewoon met methodes te werken. ‘Wij zijn niet de Wanita-school, maar de Prinses Ireneschool met het Wanita-onderwijs als concept’, aldus Netty. Het is een voortdurende ontwikkeling, waarbij je elk jaar evalueert, kijkt waar het beter kan en moet, om vervolgens weer aanpassingen te doen.

Elke school een cultuurcoördinator

Ook het vertrouwen en de steun vanuit de overkoepelende stichting was meer dan welkom bij het vasthouden aan de visie. De stichting heeft zich nu als ambitie gesteld de kunstvakken op hun zeventien scholen op hetzelfde niveau te brengen als rekenen en taal. Niet in aantal uren, maar wel wat betreft het belang en de waarde van cultuureducatie.

En elk school moet nu ook een cultuurcoördinator hebben, waardoor Saskia drie jaar geleden de ICC-cursus heeft gevolgd. Zij ziet het nu als taak om datgene wat de school al deed op het gebied van kunstonderwijs te borgen. En ze zorgt er nu voor dat cultuureducatie een vast agendapunt is op alle teamvergaderingen en gaat ook in alle klassen kijken wanneer de leerkracht een kunstvak geeft.

Scholing van de leerkrachten

Verder stelt de stichting ook vier kunstdocenten ter beschikking voor verdere professionalisering, waarvan elke school er een mag kiezen om mee aan de slag te gaan. De Prinses Ireneschool kiest ervoor om dit schooljaar de toneeldocent in te zetten in de groepen zes. Maar je kunt als school er ook voor kiezen om zo’n kunstdocent in te zetten voor de scholing van je team.

Netty en Saskia hebben bijvoorbeeld de wens om de leerkrachten te scholen in gitaarspelen. Voortdurende scholing van de leerkrachten is volgens hen nodig. Zo organiseert de school elk jaar een Wanita-studiedag voor de leerkrachten om het Wanita-onderwijs weer onder de aandacht te brengen. Een van de laatste keren ging het onder andere over het leren geven van feedback aan kinderen, ‘want niet elke tekening is mooi’.

Gouden momentjes waarop kinderen zich zichtbaar beter voelenEn als je doorzet, vasthoudt en jezelf blijft ontwikkelen dan krijg je, zoals Saskia en Netty het noemen, ‘gouden momentjes’. De momenten waarop kinderen tijdens een dans- of toneelles zich zichtbaar beter voelen doordat ze zich op een andere manier kunnen uiten. Ook krijgen ze van docenten van middelbare scholen te horen dat ze kinderen afkomstig van de Prinses Ireneschool er zo uithalen wanneer leerlingen projecten doen of iets moeten presenteren. Kortom, als er creativiteit gevraagd wordt.

Lees verder

OBS Prinses Ireneschool 
Kunstgebouw
Cultuur+Educatie 31: Authentieke kunsteducatie