Klanklichaam-Lichaamsklank. Experimenteren in kunst en wetenschap

materiaal
digitale publicatie
auteur(s)
K. Anzengruber
in
Cultuur+Educatie
jaar van uitgave
2019
jaargang
18
nr
51
pagina
pp. 90-103
annotatie
Met literatuuropgave.

Katharina Anzengruber ontwierp voor haar promotieonderzoek een interdisciplinair onderwijsproject rondom experimentele muziek. Uitgangspunt is de methodiek van ‘het experiment’. In dit artikel beschrijft ze hoe leerlingen dankzij een interdisciplinaire voorbereiding zelf gingen experimenteren.

Klanklichaam-Lichaamsklank

Welke klanken kunnen er op, met en door verschillende ‘lichamen’ worden voortgebracht? Hoe klinkt het menselijk lichaam? Hoe ontstaan klanken? Wat bedoelen we met het begrip ‘experiment’? Wat is experimentele muziek? Zo’n vijftig scholieren tussen de 15 en 18 jaar van een gymnasium in Salzburg hielden zich van januari tot september 2017 bezig met deze vragen, binnen het interdisciplinaire onderwijsproject Klangkörper-Körperklang (in het Nederlands vertaald als Klanklichaam-Lichaamsklank, red.).

Ruimte om te experimenteren

De bedoeling van het project was om de leerlingen ruimte te geven om te experimenteren in het spanningsveld tussen kunst en wetenschap. Het primaire doel was om hen te laten kennismaken met experimentele muziek op basis van het brede concept van het experiment als bepalend methodologisch principe. Bij het project stond de experimentele benadering van verschillende klanklichamen en lichaamsklanken centraal. 

Projectverloop

Het project bestond uit vier fasen:
  1. De leerlingen brachten eerst een bezoek aan het Museum der Moderne in Salzburg, waar ze kennis maakte met experimentele kunst van verschillende disciplines. 
  2. Vervolgens bespraken ze in de reguliere lessen het begrip 'experiment' en de verschillende toepassingen ervan vanuit het perspectief van de vakken muziek, Duits, biologie en psychologie. Hieruit moesten de leerlingen vervolgens 'mogelijkheden voor experimentele handelingen in de kunsten' afleiden, bijvoorbeeld het zoeken naar het nieuwe, het onbekende, gebruik van deconstructie en reconstructie, of het toelaten van het toeval. 
  3. In fase drie kregen de leerlingen workshops onder leiding van kunstenaars. Hierin kregen de leerlingen inzicht in het werk van de kunstenaars en konden zelf ook experimenterend aan de slag. Zo konden leerlingen onder leiding van een sound artist instrumenten bouwen en kleine composities maken. In een andere workshop stelde een striptekenares de leerlingen de vraag hoe je klanken kunt uitbeelden in strips. 
  4. In de laatste fase werkten de leerlingen zelfstandig aan twee opdrachten. In de ene ontwierpen ze vijf experimenteerworkshops. In de andere gingen ze zelf creatief aan de slag en ontwikkelden eigen werk rond het thema 'experiment', ofwel waarbij klankonderzoek zou worden uitgevoerd.

Conclusie

Leerlingen wisten over het algemeen wat ze deden, wat ze wilden en wat niet. De opzet lijkt daarom een interessante mogelijkheid te zijn om ‘experimenteercompetenties’ te ontwikkelen. De vakliteratuur bevestigt dat enige mate van ervaring met experimentele muziek en de daaraan ten grondslag liggende methode op zijn minst nuttig is, omdat je zo drempels kunt verlagen en overvraging van leerlingen tegengaat en omdat zij zo sneller betrokken raken bij experimenteerprocessen.

Lees online

Trefwoorden

- kunst - interdisciplinaire educatie - onderzoek (onderwerp) - onderzoek (vorm) - voortgezet onderwijs - jongeren - Duitsland - muziek - creativiteit