Guidance for guiding

Professionalization of guides in museums of art and history

materiaal
boek
auteur(s)
M. Schep
plaats van uitgave
Amsterdam
uitgever(s)
UVA
jaar van uitgave
2019
annotatie
Met literatuuropgave en samenvatting. - Proefschrift Universiteit van Amsterdam.
pagina's
212 p.

Hoe definieer je competenties voor rondleiders in kunst- en historische musea en hoe kun je de professionele ontwikkeling van rondleiders bevorderen? Mark Schep (Universiteit van Amsterdam) onderzocht in zijn proefschrift het vak rondleiden. In zijn onderzoek gaat hij in op het museum als leeromgeving, de vereiste competenties van rondleiders en de manieren die de professionele ontwikkeling van rondleiders bevorderen. Flexibiliteit blijkt een sleutelcompetentie te zijn en het hebben van een gemeenschappelijke taal voor educatoren en rondleiders van groot belang voor professionalisering.

Onderzoeksvraag

Hoe kun je competenties definiëren voor rondleiders in kunstmusea en historische musea, en hoe bevorder je de professionele ontwikkeling van rondleiders? In dit proefschrift doet Mark Schep verslag van vier studies, die meer licht werpen op het vak rondleiden en de professionalisering van rondleiders in kunstmusea en historische musea. In de eerste twee studies van dit proefschrift ligt de focus op het in kaart brengen van het museum als leeromgeving en de vereiste competenties van rondleiders. Studie 3 en 4 gaan over de manieren die de professionele ontwikkeling van rondleiders kunnen bevorderen.

Doel

Het doel van dit onderzoek was om professionals en vrijwilligers in de museumeducatie een kader te geven om te praten over hun vak en hulpmiddelen voor de verdere professionalisering. 

Studie 1:

In de eerste studie is onderzocht welke leeruitkomsten geschikt zijn om na te streven tijdens een rondleiding voor schoolgroepen in kunstmusea en historische musea. Centraal in de leerervaring in het museum staan de objecten. Voor docenten zijn de authentieke objecten vaak de belangrijkste reden om een museum te bezoeken. Objecten kunnen onder meer de nieuwsgierigheid van leerlingen prikkelen, exploratief gedrag activeren, een historische sensatie oproepen en zorgen voor een “flow” ervaring, een staat waarin leerlingen volledig gefocust zijn op leren.

Studie 2:

In de tweede studie staan welke competenties een rondleider nodig heeft om rondleidingen te kunnen verzorgen voor leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs in kunstmusea en historische musea. Het doel was om een competentieprofiel voor rondleiders te ontwikkelen. Na een review van de literatuur zijn 16 rondleiders en de drie hoofden educatie van de partners in dit project geïnterviewd, op basis waarvan een eerste overzicht is opgesteld van de competenties waar rondleiders idealiter over beschikken. De inventarisatie van competenties is daarna gevalideerd door experts. De expertgroep (12 educatoren, negen rondleiders, en vijf vakdidactici kunst en geschiedenis) benoemden 45 competenties, die onderverdeeld werden in vier categorieën: (a) omgang met de groep en de omgeving, (b) communicatieve vaardigheden, (c) kennis en didactiek, en (d) professionalisme.

Studie 3:

In de derde studie onderzocht Schep nagesprekken tussen rondleiders en museumeducatoren. Een nagesprek is een intervisiegesprek tussen een rondleider en een medewerker educatie dat volgt op een geobserveerde rondleiding. Om de nagesprekken tussen rondleiders en educatoren te optimaliseren en zo de professionele ontwikkeling van rondleiders te stimuleren, ontwikkelde Schep twee instrumenten: 
  • een zelfevaluatieformulier voor rondleiders;
  • observatie-instrument dat door museumeducatoren gebruikt kan worden om rondleiders te evalueren tijdens een rondleiding. In beide instrumenten zijn de 45 competenties opgenomen, onderverdeeld in de vier hoofdcategorieën uit studie 2. 
Uit de interviews blijkt dat de participanten de nagesprekken op basis van de zelfevaluatie van de rondleider gelijkwaardiger vonden dan de gangbare gesprekken die meer door de observaties van de educator geleid werden. De rondleiders gaven aan dat de zelfevaluatie hen aanzette tot zelfreflectie en dat ze meer eigenaarschap over hun professionele ontwikkeling ervoeren. Bovendien gaven de participanten aan dat de lijst met competenties hielp om een gemeenschappelijke taal te vinden, en dat de competenties dienden als een objectieve standaard in het gesprek.

Studie 4:

In de vierde studie doet Schep verslag van de bevindingen van twee case studies naar twee professionele leergemeenschappen (PLG’s): een geschiedenisgroep in het Rijksmuseum en een kunstgroep in het Stedelijk Museum. Beide groepen bestonden uit drie leraren in opleiding (lio’s), drie rondleiders, een museum-educator en een vakdidacticus. Schep onderzocht hoe en in welke mate deze PLG’s de professionele ontwikkeling van alle participanten bevorderen. De rondleiders leerden met name doordat ze werden uitgedaagd om te verwoorden hoe ze hun rondleidingen geven en welke keuzes ze hierin maken. De lio’s rapporteerden veel te hebben geleerd over het werken in het museum, bijvoorbeeld hoe het museum kan worden ingezet als leeromgeving, en over hun eigen onderwijsstijl.

Sleutelcompetentie

Flexibiliteit blijkt een sleutelcompetentie te zijn in het vak rondleiden, en niet alleen omdat rondleiders flexibele arbeidskrachten zijn. Een competente rondleider is in staat zijn of haar rondleiding aan te passen aan de verschillende bezoekers. Rondleiders geven vaak rondleidingen in verschillende musea en voor verschillende groepen – van schoolklassen tot werkuitjes, of aan heterogene groepen zoals families en toeristen uit verschillende landen. Om deze redenen moeten rondleiders in staat zijn hun taal, vragen, verhalen, en de manier waarop ze hun kennis inzetten aan te passen aan allerlei verschillende groepen. Bovendien is het museum een dynamische omgeving; objecten kunnen zijn verplaatst en andere rondleiders en bezoekers lopen ook rond. Dit alles vereist een grote mate van flexibiliteit van de rondleiders.

Gemeenschappelijke taal

Een belangrijke uitkomst van dit project is de ontwikkeling van instrumenten die een gemeenschappelijke taal voor educatoren en rondleiders kunnen bevorderen. Deze instrumenten bestaan uit een overzicht met leeruitkomsten, een competentieprofiel, een zelfevaluatieformulier, en een observatie-instrument.

Rondleiden is een vak

Het onderzoeksproject ‘Rondleiden is een vak’ is ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking met het Rijksmuseum Amsterdam, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Van Gogh Museum.

Lees het proefschrift
Lees de Nederlandse samenvatting
zie ook Rondleiden is een vak

Trefwoorden

- musea - museumeducatie - competenties - proefschriften - onderzoek - onderzoek (vorm) - deskundigheidsbevordering