Ontwikkeling creatieve vermogens

Om tot creatieve producten te komen zijn creatieve vermogens nodig. In het verleden ging men ervan uit dat je daarvoor niets hoefde te doen; je had het of je had het niet. Tegenwoordig zien we dat anders

De ontwikkeling van creatieve vermogens

In de Renaissance dacht men dat creativiteit bij kunstenaars hoorde, bij genieën die dankzij visionaire inspiraties een unieke innerlijke expressie konden geven.[1] Tegenwoordig is er een andere kijk op het bezitten en ontwikkelen van creatieve vermogens. Nu wordt gesteld dat iedereen aangeboren mogelijkheden heeft om creatief te worden. Creatieve vermogens kunnen met doorzettingsvermogen en scholing ontwikkeld worden.[2] De romantische gedachte is losgelaten, dat genialiteit en mysterieuze influisteringen de creativiteit van mensen zouden bepalen.[3] Ieder creatief maakproces blijkt een uniek en dynamisch proces te zijn. Dat maakt het lastig die processen te begeleiden. Maar kennis over die creatieve processen geeft wel aanknopingspunten om de processen te kunnen begrijpen.

In de spreektaal wordt onder het begrip creativiteit vaak het creatief denken verstaan. Er lijkt nog onvoldoende kennis over de manier waarop creatieve denkvaardigheden te leren zijn. Toch zijn er wel wat aanwijzingen; observerend leren en metacognitieve instructie[4] gericht op het divergent denken, training, oefening en het stimuleren van creatieve denkvaardigheden[5] lijken effectief te zijn. In het domein ‘Kunst’ gaat het om het concreet vormgeven van de emotionele omgang met de werkelijkheid, zodat ze van de maker overgedragen kan worden op de ontvanger.[6] Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van manieren van denken die gemakkelijk kunnen leiden tot het zien van nieuwe patronen en het bedenken van nieuwe antwoorden.[7] Bijvoorbeeld het waarnemen, het voorstellen/bedenken, uitvinden, creëren en het weten hoe je van je fouten kunt leren. Een kunstenaar blijkt dus vanuit zijn emotie[8] te werken. Wetenschappers geven ook vorm aan de wereld maar doen dat vanuit de ratio. Beiden blijken over dezelfde eigenschappen te beschikken.[9] Wetenschappelijke en kunstzinnige creativiteit kunnen dus maar beter niet gescheiden worden, want dat zou het denken in mogelijkheden kunnen belemmeren.[10]

Dat vermogen te denken in mogelijkheden, het creatief denken, kan veel ideeën en mogelijke oplossingen opleveren. Maar meestal is een probleem nog niet opgelost wanneer er veel oplossingen zijn bedacht. Uit alle mogelijke ideeën moet ook de beste gekozen worden. En het idee moet uitgewerkt worden. Zo ontstaan producten die aan anderen gepresenteerd kunnen worden. In de theorie wordt gesproken over synthetische, analytische en praktische vaardigheden[11]. Iemand is synthetische vaardig als hij heel veel ideeën kan genereren. Analytisch vaardig zijn heeft te maken met het kunnen kiezen van de beste oplossing. Iemand is praktische vaardig als hij zijn ideeën kan uitwerken, kan vormgeven én wanneer hij deze overtuigend kan presenteren aan anderen.

Creativiteit is dus meer dan een denkvaardigheid. Wanneer iemand beschikt over creatieve vermogens kan hij balanceren tussen synthetische, analytische en praktische vaardigheden. Alle drie die vaardigheden zijn ontwikkelbaar.[12] Om waardevolle, creatieve producten tot stand te kunnen brengen, is scholing op synthetische, analytische en praktische vaardigheden van belang.[13] Meer informatie over het begeleiden van creatieve processen is te vinden in paragraaf 4.

Implicaties voor het onderwijs

Om de creativiteit van leerlingen te stimuleren zullen drie soorten vaardigheden gestimuleerd moeten worden: synthetische vaardigheden, analytische vaardigheden en praktische vaardigheden. Alle drie deze vaardigheden worden hierna kort toegelicht. Een mogelijke aanpak voor het stimuleren van metacognitie is te vinden in de paragraaf over creatieve processen.

Synthetisch vaardig ofwel het creatief kunnen denken, gaat om het kunnen bedenken van heel veel mogelijke oplossingen en ideeën. De waarde van al die bedachte ideeën is hierbij nog niet belangrijk; het oordeel kan in deze fase nog beter even worden uitgesteld. Training en oefening maar ook observerend leren kan helpen om hierin beter te worden. Leren creatief te denken, leren te verbeelden, leren te divergeren, brainstormtechnieken; boeken, cursussen en websites geven hiervoor veel praktische aanknopingspunten.

Bij praktische vaardigheden wordt gedacht aan het kunnen presenteren van (half)producten) aan anderen en het ‘verkopen’ van een uitgewerkte idee. Daarvoor zijn mondelinge vaardigheden, presentietechnieken en communicatievaardigheden nodig. Onder praktische vaardigheden horen natuurlijk ook discipline-eigen vaardigheden van kunstzinnige oriëntatie, als tekenen, dansen, toneel spelen, musiceren. Hoe meer van dit soort praktische vaardigheden iemand bezit, hoe meer kwaliteit het eindproduct zal hebben. Dat betekent dat er binnen het onderwijs aandacht en tijd zal moeten zijn die vaardigheden op te doen. Te denken valt aan het aanleren van technieken als tekenen, schilderen, zingen, spelen op instrumenten, in een rol blijven (drama), kunnen dansen enz. Ook het (leren) combineren van  technieken en het leren presenteren van (half-)producten aan anderen hoort hierbij. Zo kunnen leerlingen leren om exposities in te richten, om zich te presenteren aan de eigen groep of aan een groter publiek (podiumactiviteiten), om websites in te richten waarop processen en producten worden getoond.

Analytisch vaardiger worden; het steeds beter worden in het kiezen van de beste oplossing of het beste idee is eigenlijk het kritisch leren denken. Daarvoor worden steeds meer technieken ontwikkeld. Onder analytische vaardigheden verstaan we ook het (leren) aansturen van het eigen leren. In paragraaf 3 en 4 wordt informatie gegeven over de creatieve processen en over het (leren) aansturen van die processen; de metacognitieve vaardigheden.

[1] Van de Kamp, Admiraal & Rijlaarsdam, 2012.

[2] Dunbar, Seifert, Meyer, Davidson, Patalano & Yaniv (1995) in Van de Kamp, Admiraal & Rijlaarsdam, 2012.

[3] Christophe, 2006.

[4] Van de Kamp, Admiraal & Rijlaarsdam, 2012.

[5] Hattie, 2009.

[6] Van der Staay (2007) in Van der Schoot, 2011.

[7] Winner & Hetland, 2007.

[8] Van der Staay (2007) in Van der Schoot, 2011.

[9] Wolf, 2013.

[10] Idem.

[11] Sternberg & Williams, 1996.

[12] Idem.

[13] Sternberg & Williams, 1996.