Waarom is het Cultuurprogramma in de provincie Utrecht zo’n succes?

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Waarom is het Cultuurprogramma in de provincie Utrecht zo’n succes?

opinie

auteur
Bea Ros
datum
26 april 2018
Door Bea Ros • 26 april 2018 • Leestijd: 4 min

Maar liefst 42.000 leerlingen nemen deel aan het Cultuurprogramma van Kunst Centraal en Landschap Erfgoed Utrecht. Het programma bewijst al tien jaar zijn waarde. Wat bepaalt het succes? Bea Ros benoemt zes bouwstenen. Zoals: speel in op actuele lokale thema’s.

De opzet van het Cultuurprogramma van Kunst Centraal en Landschap Erfgoed Utrecht is uniek in Nederland. In het schooljaar 2017-2018 nemen er zo’n 42.000 leerlingen aan deel. Ze zijn afkomstig van 216 basisscholen in 15 Utrechtse gemeenten. In andere provincies zijn dergelijke voorzieningen nooit van de grond gekomen, versnipperd geraakt of wegbezuinigd. 

Het Cultuurprogramma brengt cultuur heel dichtbij

Het Cultuurprogramma biedt scholen een basis voor cultuureducatie en bestaat uit een mix van kunst en erfgoed. Jaarlijks nemen alle kinderen van een deelnemende basisschool deel aan een project. Daarbij staan de beleving en ontdekking van de lokale culturele omgeving centraal. Kinderen gaan op onderzoek en ontdekken wat er allemaal om de school heen te beleven valt. Ze zien wat ze al kennen met nieuwe ogen en raken vertrouwd met nieuwe dingen in hun omgeving. Ze leren hoe mooi en bijzonder de plek is waar ze wonen. 

Het Cultuurprogramma brengt cultuur en geschiedenis verrassend dichtbij: dichtbij de school, dichtbij de leerlingen en dichtbij de lokale gemeenschap. Het is een programma dat de omgeving kleurt en verrijkt. 

Zes succesfactoren  

Wat maakt dat het fundament van het Cultuurprogramma in Utrecht zo stevig is dat het al tien jaar lang zijn waarde bewijst? Dit zijn de belangrijkste bouwstenen:

1. Sluit aan bij waar scholen mee bezig zijn

Kinderen maken gedurende acht jaar basisschool kennis met een brede waaier aan cultuur. Er zijn projecten voor vier leeftijdsniveaus (groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8). Deze sluiten aan bij de ontwikkeling en het leervermogen van die leeftijd. Zo kunnen leerlingen uit groep 6 wel omgaan met het concept ‘honderd jaar geleden’, kleuters nog niet. De projecten prikkelen de nieuwsgierigheid en het creatief vermogen (Barend van Heusden). En ze stimuleren 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, onderzoeken, creëren, samenwerken en reflecteren.
Kernwoorden: doorlopende leerlijn, sluit aan op ontwikkeling kind, 21e-eeuwse vaardigheden.

2. Geef een provinciale basis lokale eigenheid

Kunst Centraal en Landschap Erfgoed Utrecht ontwikkelen samen concepten ofwel prototypes voor CP-projecten. Een prototype is een serie van vier lessen rond een veel voorkomend element van de culturele omgeving, zoals een muziekvereniging, kerk, monument of het landschap. Deze algemene basis krijgt vervolgens per gemeente een eigen invulling, met lokale partners en bronnen. Zo combineer je de voordelen van een vast format (efficiency, kwaliteit) met lokale eigenheid. 

Voorbeeld van een prototype is het project Plaatselijke figuren. De historische vereniging levert vijf portretfoto’s van personen die begin 20e eeuw in de buurt woonden. Leerlingen kijken hoe deze geportretteerd zijn. Hoe zouden ze zich zelf laten fotograferen voor toekomstige leerlingen die op onderzoek uit gaan? Onder leiding van een fotograaf maken ze eigen portretfoto’s. Deze komen eerst in een tentoonstelling en worden uiteindelijk overgedragen aan het archief van de historische vereniging.
Kernwoorden: structureel format, kwaliteit, flexibiliteit

3. Laat kunst en erfgoed elkaar versterken

In het Cultuurprogramma gaan kunst en erfgoed hand in hand. Dat is bijzonder én leerzaam. Leerlingen leren bijvoorbeeld via erfgoed over hun omgeving. Door er ook kunstzinnig mee aan de slag te gaan ontdekken ze hoe ze die omgeving zelf actief kunnen vormgeven. 
Neem het Cultuurprogramma-project ‘Sporen in het land’. Hierbij verkennen leerlingen het landschap om hen heen en maken ze samen met kunstenaars een kunstwerk met materialen uit de eigen omgeving. Beide disciplines versterken elkaar en verdiepen het leren.  
Kernwoorden: ontdekken, zelf maken, leren door doen

4. Benut de kracht van de lokale omgeving

Het Cultuurprogramma stimuleert de lokale samenwerking. En dat verrijkt alle partijen. 
  • Leerlingen leren hoe mooi en bijzonder de plek is waar ze wonen. 
  • Scholen krijgen een aantrekkelijk, betaalbaar en didactisch verantwoord cultuureducatieprogramma en bouwen contacten met lokale instellingen op. 
  • Gemeenten kunnen lokale instellingen ondersteunen via het Cultuurprogramma. Bovendien kunnen ze de binding met de lokale identiteit stimuleren. Via de scholen bereiken ze alle kinderen (en hun ouders). 
  • Culturele instellingen kunnen laten zien wie ze zijn en wat ze te bieden hebben. Ze krijgen de kans iets met scholen te doen en zich ook dit vlak te ontwikkelen en te laten bijscholen. Zo verrijkt en verbindt deze samenwerking de lokale gemeenschap.
Kernwoorden: lokale identiteit, betrokkenheid, draagvlak, verbindingen

5. Sluit aan bij wat er in een gemeente gebeurt

Jaarlijks is er per gemeente overleg met alle partners over het programma-aanbod. Waar mogelijk worden lokale wensen ingepast in de prototypes. Dat kan gaan om lokale festiviteiten en herdenkingen, zoals het 750-jarig bestaan van Oudewater of de Vorstelijke portretten in Baarn. Maar ook lokale actuele thema’s zoals duurzaamheid en recycling (recent IJsselstein en Lopik) krijgen een plek. Dit lokale maatwerk vergroot de betrokkenheid en het eigenaarschap in de gemeenten. 
Kernwoorden: betrokkenheid, eigenaarschap, actualiteit, flexibiliteit, kwaliteit

6. Zorg voor een heldere organisatie

Het Cultuurprogramma kent een overzichtelijke opzet, een duidelijke taakverdeling en een vaste prijs per leerling. Scholen, culturele partners en gemeenten weten precies waar ze aan toe zijn. De ontwikkeling van prototypes, de coördinatie en planning gebeurt bovenlokaal, scholen en gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de lokale kosten. Er is één loket (Kunst Centraal, mede namens Landschap Erfgoed Utrecht). Scholen weten zich verzekerd van een goed gestroomlijnd en structureel programma-aanbod. 
Kernwoorden: duidelijkheid, ontzorgen, stabiliteit, betaalbaar en behapbaar, kwaliteit

Foto boven artikel: Instrumentencircuit - Fotograaf Elsemieke Nederkoorn

Crispy Clips maakte in opdracht van Kunst Centraal en Landschap Erfgoed Utrecht een korte animatiefilm. De film laat zien wat deelname van een kind aan het Cultuurprogramma betekent:

Gewoon waar ik woon from kunstcentraal on Vimeo.