Wij willen werken aan cultuureducatie en amateurkunst voor iedereen. Doe je mee?

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Wij willen werken aan cultuureducatie en amateurkunst voor iedereen. Doe je mee?

opinie

auteur
Sanne Scholten
datum
5 september 2016
Door Sanne Scholten • 5 september 2016

De cultuursector heeft een historisch gegroeid beeld van kwaliteit. De wereld verandert ondertussen snel, maar ons kwaliteitsbeeld ontwikkelt niet net zo snel mee. Als we als culturele sector echt divers en inclusief willen zijn, moeten we zorgen dat onze kwaliteitsnorm ook diverser wordt, schrijft Sanne Scholten in haar eerste column als directeur van het LKCA.

Zes jaar geleden kwam ik als 'cultuurmevrouw' de sport binnen, nu ben ik recent als 'sportmevrouw' de cultuur weer binnengekomen. Een van de voordelen van zo'n overstap is dat je met een redelijk frisse blik naar de omgeving kijkt.

De afgelopen jaren ben ik in de sportsector veel bezig geweest met hoe we meer mensen konden bereiken: door te werken aan nieuw aanbod, aan meer open organisaties, door te onderzoeken hoe we via nieuwe wegen andere mensen konden bereiken, door op zoek te gaan naar expliciete en impliciete drempels en deze weg te nemen. Een pittige klus waarin mooie stappen zijn gezet, maar die nog lang niet klaar is.

We moeten af van de drang om buiten te sluiten

Terug in de cultuursector valt me op dat de uitdaging daar nog groter is. Dat zou je wellicht aan de participatiecijfers kunnen zien: er sporten 8 miljoen mensen terwijl er 6,4 miljoen actief aan cultuur doen. Maar meer nog is het een gevoel. De sport wíl graag dat zo veel mogelijk mensen meedoen. Omdat er de overtuiging  (en ook bewijslast) is dat het goed voor mensen is om te sporten, om in beweging te zijn. In en rond de sport is de laatste jaren een beweging ontstaan om 'meer mensen bij de club te krijgen'.

De grootste uitdaging van de cultuursector is in mijn ogen om ook zo’n beweging te laten ontstaan. Om af te komen van de drang om juist buiten te sluiten. Want in de cultuursector zijn we er heel goed in om impliciet dan wel expliciet te definiëren wat 'oké' is en wat niet. Meedoen is niet genoeg, de lat gaat steeds weer omhoog. Typerend is in die zin is het onderscheid sporter-topsporter versus kunstenaar-amateurkunstenaar. 

Zodra het in de cultuursector gaat over meer mensen bereiken, komt de kwaliteitseis direct om de hoek kijken: we moeten de lat niet omlaag brengen! De impliciete veronderstelling is dus dat de kwaliteit omlaag moet om interessant te kunnen zijn voor meer mensen.

Belemmerende randvoorwaarden

Het is goed om ons te realiseren dat er heel vaak belemmerende randvoorwaarden zijn waardoor mensen zich niet thuis voelen in de wereld van cultuur. Concerten of voorstellingen vinden vaak plaats in grote gebouwen waar veel mensen nog nooit een stap over de drempel hebben gezet. Bij klassieke muziek mag je vaak tussen delen van muziek niet klappen, wat een ongemakkelijk gevoel geeft. In lessen beginnen we vaak bij de techniek, in plaats van bij de beleving of het gevoel. Of we zetten een docent voor de klas die weliswaar artistiek heel goed onderlegd is, maar geen kaas heeft gegeten van pedagogiek. 

Zomaar een paar kleine voorbeelden, die kunnen bijdragen aan buitensluiten. Over de financiële drempel heb ik het dan nog niet.

Onze kwaliteitsnorm moet diverser worden

Waar ik het echt over wil hebben is kwaliteit. Het is nodig dat we dat onderwerp wat nader beschouwen. Er is in de cultuur een historisch gegroeid beeld van wat kwaliteit is. De wereld verandert ondertussen snel, de samenstelling van onze bevolking ook, maar ons kwaliteitsbeeld ontwikkelt niet net zo snel mee. Want de groep die bepaalt wat goed is en wat niet, verandert minder snel dan de wereld om ons heen. 

Bij het afscheid van mijn voorganger Ocker van Munster vertelde Ernestine Comvalius (directeur Bijlmerparktheater) over de voorstelling Het geheim van de Gebroeders Timisela, van de gebroeders Timisela. Zij zijn derde generatie Molukkers die hun verhaal vertellen. De voorstelling was zeer succesvol in het Bijlmerparktheater en ook elders in het land. De eerste vraag die Ernestine op dit verhaal kreeg, was of het lukte het publiek dan ook naar Toneelgroep Amsterdam te krijgen. Natuurlijk, dit is één vraag, van één persoon. Maar hij staat voor mij symbool voor een smalle kwaliteitsnorm. 

Ik hoop dat we de uitdaging aangaan om onszelf te verbreden, onze normen ter discussie te stellen, ons bewust zijn van de mate waarin onze blik gekleurd is door onze achtergrond. Want als we als culturele sector echt divers en inclusief willen zijn, moeten we zorgen dat onze kwaliteitsnorm ook diverser wordt, op alle vlakken. Cultuureducatie en cultuurparticipatie/amateurkunst zijn wat mij betreft cruciaal voor inclusie. De diversiteit van kinderen en jongeren en hun verschillende achtergronden moet in onze cultuureducatie tot uitdrukking komen. En amateurkunst is bij uitstek van en voor iedereen. Maar nu is de ene vorm nog dominanter aanwezig dan de ander, zeker ook in de beeldvorming. 

Het LKCA wil de komende vier jaar een bijdrage leveren aan diverse en inclusieve cultuureducatie en amateurkunst. De komende maanden werken we samen met partners nader uit hoe we dat gaan doen. Ik hoop dat u meedoet!

Foto boven: de gebroeders Timisela, fotograaf Ed Leatemia 
Foto Sanne Scholten: Lilian van Rooij

Meer informatie over de gebroeders Timisela en hun voorstellingen vind je op hun website.