Leerkrachten, neem de vrijheid bij het vormgeven van de kunstles. Want met kerndoelen alleen kom je er niet

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Leerkrachten, neem de vrijheid bij het vormgeven van de kunstles. Want met kerndoelen alleen kom je er niet

opinie

auteur
Herman Tibosch
datum
2 juni 2016
Door Herman Tibosch • 2 juni 2016

Leerkrachten op de basisschool zijn verantwoordelijk voor het aansteken van vuurtjes voor kunst bij kinderen, schrijft Herman Tibosch van het Kröller-Müller Museum. Herwin als docent je zelfvertrouwen en waag eens een ongewisse sprong in het diepe. Een pleidooi voor ruimte en experiment in de kunstles.

Ik realiseerde me laatst dat ik al mijn hele leven in aanraking ben met kunstonderwijs. Met basisschool Schepelweijen ging ik begin jaren tachtig als kleine jongen naar het theater en zongen we over de 'Grote banaan', die door Afrika danste. Onze (jonge) leerkrachten namen hun passie mee in de klas en staken overal kleine ‘vuurtjes’ aan. Dat wilde je zelf ook: gitaar spelen als meester Kees of toneel als meester Ton. Een kennismaking met beeldende kunst herinner ik me niet, wel veel tekenen, solderen, papier-maché en macramé. We maakten een uil voor bij de voordeur, maar ook het decor voor de musical. Met volop ruimte voor eigen ideeën en experiment. 

Olifantenpaadjes 

Bijna twintig jaar later deed ik zelf de pabo. Een avondopleiding, met interessante olifantenpaadjes naar je diploma. Maar waar ik het geheim van meester Kees verwachtte, trof ik vooral structuur, doelstellingen en vaardigheden. Ook kunstlessen voltrokken zich volgens het vaste schema. De 'Grote banaan' bleek definitief geëmigreerd. We transponeerden kinderliedjes naar een andere toonsoort, vinkten af wat kinderen leerden en vertaalden dat in een score en nieuwe doelen. Kunstonderwijs kon zich plots prima meten met de rekenles. Kleuren mengen en kijken naar een schilderij lag langs dezelfde meetlat als een soepele staartdeling of ‘t kofschip.

En daar begon het te wringen. 

Want die staartdeling, dat lukte wel. Even nalezen en het kwam wel goed. Maar bij kunst was dat lastiger. Sommige medestudenten tekenden nog kopvoeters en Van Gogh kenden ze van zijn oor. Dat lees je niet even bij. Waar moet je ook beginnen? Het droeve resultaat was dat veel stages zich voltrokken zonder een kunst- of muziekles. Sommige studenten sloegen zelfs zoveel lessen over, dat de pabo zelf flink moest 'knutselen', om alsnog een diploma te kunnen uitreiken.    

Vrijwilligers voor een middagje kunst waren niet te vinden

Eenmaal leerkracht, in het speciaal onderwijs, bleek het probleem nog groter dan ik dacht. Als de muziekdocent ziek was, wilde niemand vervangen. Als er plannen waren voor een museumbezoek moest ondersteuning met een vergrootglas worden gezocht. Iedereen vond het belangrijk, maar bespaarde zichzelf een ongewisse sprong in het diepe. Je vond eerder vrijwilligers om de spelregels van curling te herschrijven dan voor een middagje kunst.  

Bij mijn overstap naar de museumwereld zag ik hier de grootste uitdaging. Prima hoor, om iets leuks te bedenken voor kinderen, maar dat komt altijd wel goed. De belangrijkste doelgroep zijn eigenlijk hun leerkrachten, die ergens hun vertrouwen verloren maar wel verantwoordelijk zijn voor vele kleine vuurtjes. 

In een poging de kloof naar kunst weer te overbruggen, introduceerde ik het filosoferen met kunst, als middel om samen met de kinderen te ontdekken en te leren. Zonder specifieke voorkennis, maar met sluitende garantie voor een inspirerende dag en veel cruciale vinkjes: de 21th Century Skills, beeldende doelen, maar ook vaardigheden. De methode viert dit jaar zijn tienjarig bestaan en het belangrijkste succes is misschien wel het herwonnen plezier van veel leerkrachten. Door mee te kijken met de kinderen, is kunst niet meer beladen maar een bron voor 1001 verhalen, inzichten en ervaringen. 

Met een dobbelspel bieden we (groot)ouders dezelfde ervaring. De belangrijkste loot aan het programma vormt echter de samenwerking met scholen én met de pabo's! Zo proberen we met elkaar de vuurtjes op gang te houden. Studenten kijken mee, komen in aanraking met actuele mogelijkheden en succesprojecten, of krijgen vrij spel op onze museumvloer, voor hun eigen experiment. 
De digitale scheurkalender 'Elke dag kunst', winnaar van de Museumeducatieprijs 2015, voldoet aan al deze doelen, maar biedt twijfelaars vooral ook een vrijblijvende blind date. Even testen of het wat is, vanuit een veilige modus en vervolgens in je eigen tempo en op je eigen wijze langzaam meer ontdekken. 

Elke pabo-student moet ervaren wat kunst losmaakt

Tegelijk bots ik zelf ook nog op de macht van kerndoelen en resultaten. Beleidsmakers zijn enthousiast over de scheurkalender, maar willen ook weten hoeveel bezoekers het oplevert. Bemiddelaars zien de waarde van het filosoferen, maar krijgen het niet vertaald naar hun format, waarin weinig ruimte is voor aanbod waarbij de leerkracht bepaalt. En aan het eind van het jaar vul ik steevast braaf in hoeveel 'lesbrieven' ik heb gemaakt, hoewel deze term al jaren niet meer overeenstemt met de praktijk. 

Natuurlijk gebeurt er allerlei moois, ook dankzij de leerdoelen en gericht beleid. Maar toch pleit ik voor een herwaardering van vuurtjes, experimenten en vrijheid. Hoeveel winst is er niet te halen als elke pabo-student juist ook in de praktijk ervaart wat kunst bij kinderen losmaakt. Geloof me: alle deuren staan wagenwijd open. Werk samen, proef sfeer en wissel actief tips en ervaringen uit. Het is echt waar. In tegenstelling tot rekenen, hoef je niets van kunst te weten, om er een leven lang van te kunnen genieten. Het enige dat nodig is, is een vuurtje. 

Lees meer over de Digitale scheurkalender ‘Elke dag kunst’ van het Kröller-Müller Museum