Veel docentenopleiders hebben een mythisch beeld van creativiteit. Maar creativiteit is nog veel meer

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Veel docentenopleiders hebben een mythisch beeld van creativiteit. Maar creativiteit is nog veel meer

Onderzoek

auteur
Eric Verouden
datum
14 juli 2015
Door Eric Verouden • 14 juli 2015

Hoe denken docentenopleiders in de bètavakken over creativiteit? Belangrijk om te weten, want creativiteit verhoogt het probleemoplossend vermogen van de leerlingen in de klas; de toekomstige creatieve bèta’s. Eric Verouden onderzocht het.

Het adagium van Einstein is actueler dan ooit: onze problemen zijn niet op te lossen met hetzelfde denken als waarmee we ze gecreëerd hebben. Creativiteit doet een beroep op de moed om ideeën vorm te geven en te experimenteren. Het is daarom een belangrijk onderdeel van wetenschappelijk onderzoek en van kunst. 

Creativiteit in bètavakken

Om het creatieve vermogen van toekomstige leraren in het voortgezet en middelbaar onderwijs te ontwikkelen is het belangrijk dat docentenopleiders in hun lessen aandacht hebben voor creativiteit. Een gedegen visie op een duurzame verbinding tussen bètavakken en creativiteit ontbreekt echter nog. De aandacht voor creativiteit in bètavakken lijkt afhankelijk te zijn van de individuele interesse van opleiders. 

Het beeld dat docentenopleiders hebben van creativiteit is leidend in hun onderwijspraktijk. Om deze beelden te achterhalen is een model ontworpen op basis van wetenschappelijke literatuur over creativiteit en kunstzinnige processen. Het model kent drie domeinen:

  • het vermogen tot creativiteit
  • de creatie van een product 
  • de perceptie over creativiteit 

Elk domein bestaat uit vier categorieën die zijn ingedeeld naar abstractieniveau: van concrete beelden aan de linkerkant, tot abstractere, meer conceptuele beelden aan de rechterkant van het model.

 Het vermogen tot creativiteit

Sensitief vermogen
 
 
Associatief vermogen

 
Bisociatief vermogen

 
Analyserend vermogen

 De creatie van een product

Ambachtelijke creatie

Kunstzinnige creatie
Creatief proces
Creatieve mindset
 De perceptie over creativiteit
 
Individueel talent

Interactief denken
Stelselbegrip
Collectiviteit 

Figuur 1. Model beelden van creativiteit

Het vermogen tot creativiteit

Het eerste domein, het vermogen tot creativiteit, is gebaseerd op het idee dat creativiteit een cognitief vermogen is:

  • Op basis van het sensitief vermogen nemen wij onze omgeving waar.
  • Met het associatief vermogen kunnen we vanuit de waarneming van één object allerlei mogelijke beelden oproepen. 
  • Het bisociatief of synthetiserend vermogen stelt ons in staat om onorthodoxe verbanden te leggen. 
  • Met ons analyserend en reflectief vermogen kunnen we concepten ontwikkelen over onszelf en onze omgeving. 

De creatie van een product 

Het tweede domein, creatie van een product, gaat over het ontwerpend en realiserend vermogen. Het gaat over het vervaardigen van een product en het daarvoor noodzakelijke voorafgaande creatieve proces:

  • Bij ambachtelijke creatie ligt het accent op toegepaste creatieve vaardigheden. 
  • Kunstzinnige creatie gaat over de verbeelding die nodig is om een product te maken. 
  • Het creatieve proces is het proces om overstijgend, los van een product, te denken. 
  • Het ontwikkelen van een creatieve mindset  is nodig om creatieve processen gestructureerd in allerlei contexten in te zetten. 

De perceptie over creativiteit

Bij het derde domein, perceptie over creativiteit, gaat het over de betekenis die je geeft aan het concept creativiteit:

  • Je kunt creativiteit zien als individueel talent of een gave.
  • Interactief denken staat voor de wisselwerking tussen creatief ontwerpen en de realisatie van het innovatieve product.
  • Wanneer het veld van de beroepsgroep het product waardeert, valt creativiteit in de categorie van het stelselbegrip. 
  • Creativiteit verbonden aan het idee van collectiviteit wordt weergegeven in de vierde categorie.

Mythisch beeld van creativiteit 

Twintig docentenopleiders in de bètavakken is gevraagd persoonlijke, intuïtieve keuzes te maken uit zesendertig items. Elk item hoort bij een van de bovenstaande beelden van creativiteit. Enkele voorbeelden: humor hoort bij bisociatief vermogen, verwondering valt onder creatief proces en uitvinden is gekoppeld aan interactief denken.

Opvallend is dat veel van de docentenopleiders een mythisch beeld hebben van creativiteit. Het meest genoemde item is verwondering. Daarnaast kiezen zij veelvuldig voor intuïtie, authenticiteit en zingeving. Bovendien zien zij creativiteit vooral als een individueel talent en een creatief proces, waarbij iemand divergerend (probleemoplossend) denkt. 

De realisatie van creativiteit wordt nauwelijks genoemd. Waardering door de beroepsgroep helemaal niet. Slechts enkelen zien samenwerking als voorwaarde voor creativiteit. De meest abstracte begrippen van creativiteit, analyserend vermogen en creatieve mindset scoren verbazingwekkend laag voor academici.

Vervolgonderzoek

Wat is het verband tussen de beelden die opleiders hebben over creativiteit, en de manier waarop zij in hun colleges een beroep doen op de creativiteit van hun studenten? Die vraag staat centraal in het vervolg van het onderzoek. Op basis van de resultaten worden interventies ontworpen die een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van een visie op creativiteit. Fontys Lerarenopleiding kan deze interventies gebruiken om invloed uit te oefenen op de visie en didactiek van de docentenopleiders en van de aspirant-docenten. En daarmee uiteindelijk op het probleemoplossend vermogen van hun latere leerlingen, de toekomstige creatieve bèta’s.

Eric Verouden is docentenopleider bij Fontys Lerarenopleiding in Tilburg. Hij onderzoekt hoe docenten aan de Fontys lerarenopleiding bèta denken over creativiteit. Het door hem ontwikkelde model over beelden van creativiteit is ook nuttig en relevant voor de kunstvakken. 

Foto: Dé formule van Albert Einstein, in zijn eigen handschrift. Foto Anton Ivanov / Shutterstock.com

ck