Wat zijn de sterke en zwakke punten van je educatieve programma? Doe eens een benchmark!

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Wat zijn de sterke en zwakke punten van je educatieve programma? Doe eens een benchmark!

Onderzoek

auteur
Claudia de Graauw
datum
14 december 2015
Door Claudia de Graauw • 14 december 2015

Culturele instellingen kunnen veel van elkaar leren op het gebied van educatie, stelt Claudia de Graauw. Wat je sterke punten zijn. Wat je méér bereikt dan anderen. Wat je kunt verbeteren. Want waarom scoort het ene culturele programma heel hoog op verandering van gedrag, vaardigheden of kennis van leerlingen en het andere juist niet?

Als onderzoeker word ik regelmatig door culturele instellingen gevraagd om een educatief programma te evalueren. Dit vragen zij omdat zij willen leren van hun educatieve programma’s en activiteiten. Ze willen niet (alleen) weten hoeveel leerlingen mee hebben gedaan, maar ook wat het bij deze leerlingen teweeg heeft gebracht. Hebben zij een andere kijk op kunst gekregen? Is hun reflecterend vermogen verbeterd? Of: zijn zij door de educatieve activiteit meer gaan experimenteren? 

Bij evaluaties kijk ik naar de doelen die een organisaties heeft gesteld. Vaak gaan die over een verandering in houding of gedrag bij leerlingen.
Evalueren gebeurt nu voornamelijk binnen de eigen organisatie, maar voor culturele instellingen die bezig zijn met cultuureducatie is het ook interessant om de kwaliteit van de educatieve activiteiten met elkaar te vergelijken. Hierdoor kunnen ze leren van hun eigen activiteiten, maar ook van elkaar: waarom scoort de één bijvoorbeeld heel hoog op verandering van gedrag, vaardigheden, houding of kennis van leerlingen en de ander juist niet? 

Interessant voor subsidiegevers, scholen en publiek 

Een benchmark is zo’n vergelijkend onderzoek waarbij de prestaties van organisaties, producten, diensten of programma’s op identieke wijze worden onderzocht en met elkaar vergeleken. De organisaties die deelnemen aan de benchmark bepalen gezamenlijk welke criteria voor kwaliteit zorgen. Bijvoorbeeld: 

  • de houding van leerlingen is door het programma veranderd, 
  • leerlingen zijn creatiever geworden, 
  • hun interesse is opgewekt, 
  • hun nieuwsgierigheid is geprikkeld, 
  • ze hebben meer kennis en vaardigheden gekregen. 

Door samen de kwaliteitscriteria en daarmee de meetpijlers te bepalen, wordt tevens een eenduidig en duidelijk geluid naar buiten gebracht over wat kwaliteit is van cultuureducatie bij bijvoorbeeld musea, theatergezelschappen, dansgezelschappen of orkesten. Voor subsidiegevers, scholen en je publiek is dit zeer interessant.
Ik heb onder andere voor de VSC (netwerkvereniging voor wetenschapsmusea en science centra) een benchmark ingericht om de kwaliteit van de binnenschoolse educatieve activiteiten te meten. Deze groep organisaties was het los van elkaar zeer eenduidig eens over de kwaliteitscriteria en dus wat kwaliteit voor hen bepaalt.

Al dan niet anoniem 

Als de kwaliteitscriteria zijn vastgesteld, wordt op basis daarvan een meetinstrument ontworpen. Vervolgens worden alle organisaties, diensten, producten, activiteiten, programma’s langs dezelfde meetlat gelegd. 

Als de vergelijking anoniem is, worden de verschillende organisaties, diensten, producten, activiteiten vergeleken met het gemiddelde. Als de vergelijking niet anoniem is, worden de organisaties naast elkaar gezet. Dan wordt duidelijk wie welke sterke punten heeft. Organisaties kunnen zo van elkaar leren. Dit is niet zo gemakkelijk als het klinkt. Organisaties moeten willen leren en willen veranderen. Maar ook anderen toelaten om een kijkje te komen nemen in wat zij doen. Mijn ervaring is dat hier per vakgebied zeer verschillend mee wordt omgegaan.

Meer zicht op eigen kracht 

Met een benchmark leer je dus welke kwaliteit jij biedt en wat vergelijkbare organisaties bieden. Dit helpt je ook om je beter te positioneren. Afhankelijk van de benchmark, kun je zo leren wat jouw publiek bij jou komt halen. En hier vervolgens beter op inspelen. Bij de eerder genoemde benchmark zag je duidelijke verschillen tussen de science centra. Bij de ene kloppen voornamelijk basisschoolleerkrachten aan die niet weten wat ze moeten met het vak techniek. Terwijl bij een ander voornamelijk leerkrachten uit het voortgezet onderwijs komen met leerlingen die wat extra’s willen op dit gebied. 

Deze science centra blijken dus een heel andere specialisatie te hebben: basisschoolleerlingen kennis laten maken met techniek of leerlingen van het voortgezet onderwijs iets extra’s bieden buiten het curriculum. Zij kunnen hun communicatie naar scholen hierop af stemmen, de scholen beter bedienen en hun doel nog beter bereiken 

Een benchmark geeft je een interessant instrument in handen om vragen van subsidiegevers en andere financiers te beantwoorden. Er worden steeds vaker vragen gesteld over de kwaliteit die je biedt en de mate waarin je je doel bereikt. Met zo’n benchmark heb je een instrument in handen waarmee je kunt aantonen welke kwaliteit jouw organisatie biedt. Ook ten opzichte van andere vergelijkbare organisaties. Je kunt laten zien wat jouw sterke punten zijn. En wat jij bereikt. Die vragen worden op een interessantere manier beantwoord dan enkel met leerlingaantallen.

Foto: museumeducatie in het Stedelijk Museum Amsterdam, fotograaf: Tomek Dersu Aaron 

ck