Achter elke zingende leerkracht zie ik dertig zingende kinderen. Tips voor onzekere leerkrachten

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Achter elke zingende leerkracht zie ik dertig zingende kinderen. Tips voor onzekere leerkrachten

opinie

auteur
Chris Winsemius
datum
14 september 2016
Door Chris Winsemius • 14 september 2016

Veel leerkrachten zijn onzeker over hun muzikaliteit en besluiten daarom het vak muziek maar achterwege te laten. Zonde, vindt Chris Winsemius. Zijn missie is alle leerkrachten weer aan het zingen te krijgen. Profiteer vast van zijn tips.

‘Mijn docent zegt dat ik vals zing en dat ik amuzikaal ben. Ik ben bang dat hij gelijk heeft, maar ik wil er ook iets aan doen. Dus nu heb ik besloten muziek te kiezen als specialisatie. Wilt u mij helpen?’ Met die woorden kwam een pabo-studente ooit bij me. Het traject dat ik met deze dappere studente doorliep was voor mij minstens zo leerzaam als voor haar. Inmiddels is zij een kleuterjuf die al jaren onbekommerd en verantwoord muziek maakt met iedere klas. En ik ben een specialist geworden die leerkrachten helpt die onzeker zijn over hun muzikale talent. 

Een denigrerende opmerking over je zangstem is kwetsend

Al vijfendertig jaar werk ik met meesters en juffen die tijdens hun studie te horen kregen dat ze vals zongen, of op hun eindexamen een ‘zesje voor de moeite’ kregen. Ongelooflijk veel van hen besluiten na zo’n ervaring om het vak muziek voortaan achterwege te laten. Op zich is zo’n beslissing begrijpelijk: De zangstem komt van binnenuit, en valt samen met de persoon die hem voortbrengt. En wanneer iemand een denigrerende opmerking krijgt over zijn of haar muzikale prestaties, wordt die persoon gekwetst. Het is daarom logisch dat veel leerkrachten uit alle macht proberen te voorkomen om ooit nog eens gekwetst te worden. 

Een extra complicatie kan zijn dat leerkrachten die moeite hebben met zuiver zingen, zich niet bewust zijn van het feit dat zij wel (soms bijzonder veel)  talent hebben voor ritme, klankkleur, beweging, tekst, presentatie, improvisatie, compositie, dirigeren, of  gewoon heel veel van muziek houden. Door het vak muziek te laten vallen, gooien zij het kind met het badwater weg.
Velen nemen de beslissing om ‘niet aan muziek te doen’ onbewust: door werkdruk en het belang van de ‘zaakvakken’ komt het vak muziek bijna vanzelf onder aan het prioriteitenlijstje terecht. 

‘Als je mij hoort zingen, hol je meteen weg’

De muzikale onzekerheid van leerkrachten hoor ik vaak terug in zinnetjes als:

  • ‘Ik heb een muzikale collega (of vakleerkracht). Dus die doet gelukkig muziek.’
  • ‘Als je mij hebt horen zingen, hol je meteen weg.’
  • ‘We zouden eerst een goeie methode moeten hebben. Maar ja, welke?’ 
  • ‘Hoe kan ik kinderen iets leren over muziek als ik er zelf niet goed in ben?’

Door de jaren heen is het voor mij een missie geworden om leerkrachten weer aan het zingen te zetten. Een of twee maal per week verzorg ik ergens in Nederland een workshop aan een basisschoolteam, vaak tijdens een studiedag. Na anderhalf uur zingen, dansen en lachen snapt iedereen (weer) hoe gezellig en zinvol het vak muziek is. Het werk maakt niet alleen de leerkrachten gelukkig, maar ook mij. Temeer omdat ik achter iedere zingende leerkracht zo’n dertig zingende kinderen zie. 

 Wat zou ik graag álle basisschoolleerkrachten van Nederland willen helpen en persoonlijk met ze aan de slag gaan.
- Niet door ze voor te schrijven welk liedje ze wanneer op welke manier moeten doen,
- niet door ze complete, uitgewerkte lessen te bieden die ze alleen maar hoeven te volgen,
- niet met een digitale methode die ze alleen maar hoeven af te spelen op het digibord,
- maar wel door ze anders naar het vak muziek te laten kijken. 
Ik geef hierbij alvast een aantal richtlijnen waar alle leerkrachten hun voordeel mee kunnen doen:

Doe niet alsof muziek buiten het echte leven staat. 

Over alles ter wereld is wel eens een liedje of een ander soort muziekstuk geschreven. Muziek is niet iets wat je éénmaal per week drie kwartier doet, maar iets wat meerdere keren per dag mag ontstaan, ook in een opwelling die een paar minuten duurt. 

Gebruik methodes, maar volg ze niet slaafs

Het is goed om op de hoogte te zijn van methodes; het is ook zinvol om ze te gebruiken, voor zover je ze nodig hebt, maar volg ze niet slaafs! Een methode is uiteindelijk niet meer dan een uitgestippelde route; een van de vele routes die mogelijk zijn. Het contact met de kinderen gaat altijd vóór het volgen van de uitgestippelde route. En alles wat de kinderen zélf aandragen (liedjes van thuis, dansjes, klapspelletjes) heeft voorrang op de geplande stof vanuit welke methode dan ook. 

Maak zelf ook kunst vanuit je hart

Ga zelf op muziekles, ga dansen, ga op een koor, ga op toneel, ga boetseren, ga tekenen, schilderen, of sla aan het schrijven. Het verrijkt je leven. Bovendien heeft een passie voor kunst grote invloed op je manier van lesgeven. De kinderen voelen dat je een liefhebber bent. En zo leren ze dat kunst niet alleen ontstaat vanuit kennis en vaardigheden, maar vooral vanuit het hart. 

Maak gebruik van de talenten van kinderen

Erken dat sommige kinderen bepaalde dingen beter kunnen dan jij, en maak daar volop gebruik van. Jouw onvermogens zijn een prachtige aanleiding om de klas meer verantwoordelijkheid te geven. Eis niet van de kinderen dat ze doen wat jij zegt, maar vraag ze om jou te helpen. 

Voed kinderen op tot mensen die genieten van muziek, en van het leven

Voed de kinderen niet op tot musicalsterretjes, of tot winnaar van Idols, maar tot weldenkende mensen, die liefdevolle aandacht hebben voor de medemens en die – ongeacht van hun talenten ten opzichte van die van anderen- ten volle kunnen genieten van muziek, en al het andere wat het leven te bieden heeft.  Hier heb je geen subsidie of leerplan bij nodig. Wanneer je zelf ook zo in het leven staat, geef je automatisch het goede voorbeeld. 

Foto: leerkrachten van de Donatusschool in Bemmel die de workshop van Chris Winsemius hebben gevolgd

ck