Laat ook leerlingen in het praktijkonderwijs hun talenten ontdekken

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Laat ook leerlingen in het praktijkonderwijs hun talenten ontdekken

Interview

auteur
Melissa de Vreede
datum
10 juli 2018
Door Melissa de Vreede • 10 juli 2018 • Leestijd: 5 min

Geef cultuureducatie in het praktijkonderwijs meer aandacht, is de oproep van Melissa de Vreede. Want juist bij deze groep leerlingen kan het stimuleren van creativiteit enorm veel opleveren. Ze sprak met Yvonne Eikenaar, docent beeldend op een praktijkschool. ‘Gaandeweg wordt zichtbaar waarin leerlingen excelleren, maar ook waarin ze vastlopen.’

Er zijn in ons land circa 175 scholen voor praktijkonderwijs met in totaal ongeveer 27.000 leerlingen. Voor die scholen is er nog een wereld te winnen als het gaat om cultuureducatie. In de bovenbouw van het vmbo zijn kunstvakken (vaak CKV genoemd) een verplicht onderdeel. In het praktijkonderwijs is het afhankelijk van iedere individuele school of er aandacht wordt besteed aan cultuuronderwijs en op welke manier dat gebeurt. En dat is op zijn zachtst gezegd merkwaardig.

Waarom zouden deze leerlingen voor wie het extra belangrijk is zich te kunnen uiten, zich te kunnen handhaven en zich veilig te voelen in hun omgeving, geen recht hebben op kennismaking en verdieping in kunst en cultuur? En op een echte vakdocent die deze lessen verzorgt?  De kunstvakken lenen zich er bij uitstek toe om uitdrukking te geven aan je gevoelens en gedachten. De ervaring leert bovendien dat zich vaak ongekend talent bevindt, juist bij deze leerlingen. 

In deze praktijkschool gaat het wel goed 

 ‘t Genseler in Hengelo is een van de weinige praktijkscholen waar CKV wél een vaste plek heeft in het rooster van de onder-  én de bovenbouw. Dat is bijzonder en voor mij een reden deze school te bezoeken. Ik loop een dagje mee, zodat ik mij een beeld kan vormen van dit type onderwijs. 

De CKV-lessen vinden plaats in een apart gebouw, naast het hoofdgebouw. Terwijl we naar het CKV-pand lopen, benoemt Yvonne Eikenaar, docent beeldend, het verschil tussen beide locaties: ‘In het hoofdgebouw werken leerlingen toe naar een product, bij CKV staat het proces centraal.’

In de loop van de dag begrijp ik steeds beter wat ze bedoelt. Praktijkonderwijs begeleidt leerlingen vooral naar werk. Er zijn vaklokalen waar leerlingen leren lassen, koken, schoonmaken of verzorgen. De technieken en vaardigheden die ze daar leren, bereiden voor op stages bij bedrijven of instellingen; zó maak je een bed op, en zó bak je een taart. ‘Voor veel leerlingen is onze school eindonderwijs. De nadruk ligt op uitstroom naar werk’, zegt Eikenaar. ‘Daarnaast is er veel aandacht voor algemeen vormende vakken (avo-vakken) als taal en rekenen. Maar wij moeten leerlingen ook opleiden tot kritische, sociale burgers die hun eigen weg vinden in de maatschappij. Mensen denken vaak dat creativiteit voor jongeren met een beperking te hoog gegrepen is, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar.’ 

De belevingswereld van leerlingen

De cultuurlessen van Eikenaar richten zich op de leerling als individu. ‘Mijn werk is een zoektocht naar wat nodig is. Gaandeweg wordt zichtbaar waarin leerlingen excelleren, maar ook waarin ze vastlopen. Tijdens de lessen is het soms net de Taarten van Abel: ik leer hun belevingswereld kennen en bedenk nieuwe lessen die daarbij aansluiten.’ 

En inderdaad: tijdens de lessen passeren tal van onderwerpen de revue. Terwijl de leerlingen beeldend werken, komen problemen én leuke ervaringen op tafel. De een is enthousiast over haar stage, de ander heeft thuis een conflict. En passant komt het onderwerp ‘vooroordelen’ aan de orde. Een paar leerlingen hebben een uitgesproken mening over iemand die ze slechts vluchtig hebben ontmoet. ‘Ik mag haar gewoon niet, antwoordt een van hen op de vraag van Eikenaar waar die mening op is gebaseerd. ‘Maar aan de verpakking van een chocolaatje kun je toch ook niet afzien hoe lekker dat chocolaatje is?’, legt Eikenaar de klas voor. 

Andere manieren om je te uiten

De opdracht waaraan leerlingen van het derde jaar werken, leent zich bij uitstek voor een gesprek over identiteit en karakter van iedere leerling. De leerlingen maken een levensboom. Op internet zoeken ze afbeeldingen van bomen, buiten maken ze foto’s van boomstammen en schors. Vervolgens gaan ze aan de slag met hun eigen levensverhaal. De wortels vertellen over hun herkomst, hun ouders en grootouders. De stam zijn zijzelf en aan de takken komen hun toekomstwensen en -dromen te hangen. Genoeg stof om over na te denken en samen te bespreken. 

Eikenaar geeft graag foto-opdrachten omdat ze dwingen tot focus. ‘Onze leerlingen vinden het vaak moeilijk keuzes te maken. Ook verbaal zijn ze niet altijd sterk, maar er zijn zoveel andere manieren om je uit te drukken. Daarom vind ik, naast beeldend werken, ook het vak muziek zo belangrijk. Cultuuronderwijs biedt de kans je op een andere manier te uiten.’ 
De leerlingen van ’t Genseler gaan ook regelmatig naar tentoonstellingen of voorstellingen in de stad. Eikenaar zorgt ervoor dat deze aansluiten bij de lessen in school. 

Geef cultuuronderwijs een vaste plek

Op de meeste praktijkscholen wordt cultuuronderwijs – áls het al gegeven wordt - verzorgd door avo-docenten. En soms wordt een vakdocent van buiten ingehuurd om workshops te verzorgen. Dat is niet altijd een succes vindt Eikenaar:  ‘De lessen van de avo-docenten overstijgen het hobbymatige vaak niet. En vakdocenten van buiten vinden het soms moeilijk om te werken met jongeren met een licht verstandelijke beperking. Cultuuronderwijs verdient een vaste plek in het curriculum van iedere praktijkschool.’

Eikenaars warme pleidooi om cultuureducatie in het praktijkonderwijs te verankeren ondersteun ik van harte. Ik roep praktijkscholen én culturele instellingen op: maak gebruik van elkaar! Ga een duurzame samenwerking aan. De vmbo-regeling van het Fonds voor Cultuurparticipatie  richt zich nadrukkelijk óók op het vso en het praktijkonderwijs. Juist díe leerlingen verdienen het om hun creativiteit verder te ontwikkelen en zich via cultuuronderwijs te leren uiten en presenteren. Geef deze leerlingen de kans zich open te stellen en de onontdekte talenten van henzelf en van hun klasgenoten te ontdekken. 

Foto: Clappstar, Flickr.com


ck