Kleinere musea, werk meer samen met scholen en zorginstellingen

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Kleinere musea, werk meer samen met scholen en zorginstellingen

Interview

auteur
Marianne Selie
datum
16 mei 2018
Door Marianne Selie • 16 mei 2018 • Leestijd: 3 min

Zoek actiever contact met het onderwijs, en met de zorgsector. Dat is de dringende oproep van Kees van der Meiden aan kleine en middelgrote musea. En geef educatie een veel prominentere rol. Want met het binnenhalen van zoveel mogelijk bezoekers red je het niet. Ook de Raad voor Cultuur wees onlangs op de kwetsbare positie van kleinere musea.

Waarom is het belangrijk dat kleinere musea meer gaan samenwerken met bijvoorbeeld het onderwijs?

‘Omdat ze juist daar hun maatschappelijke waarde kunnen bewijzen. De waarde van een middelgroot museum zit hem niet alleen in de bezoekersaantallen. Investeer als museum in onderwijs, sociale cohesie, ouderenzorg. Stel als museum in de regio de collectie en de regio centraal. Ga iets betekenen voor de promotie van de regio. Of voor de sociale cohesie. 

In dat kader organiseerde Het Schiedams museum iets interessants. Tachtig verenigingen gingen samen eten, nieuwe vaandels maken en in optocht door de stad. Iedere Schiedammer kon mee borduren aan het nieuwe stadsvaandel. Zo leerden mensen elkaar echt kennen. Er kwam een tentoonstelling met historische vaandels uit de collectie, maar ook met nieuwe vaandels.’ 


Waarom organiseren niet meer musea dergelijke projecten? 

‘Door de focus op bezoekersaantallen. Dat is het gevolg van de bezuinigingen van 2012. Zonder enige visie werd er gehakt in budgetten. Grote en sommige middelgrote musea doen het met hun blockbusters goed in de ratrace om het publiek en trekken media-aandacht. De kleinere musea proberen er ook aan mee te doen en dat gaat ten koste van hun maatschappelijke en educatieve taak. 

Natuurlijk, ook kleinere musea kunnen zich soms ondernemender opstellen. Maar uiteindelijk zijn musea er niet om commercieel te ondernemen. Zoals een ziekenhuis of een school er ook niet is om geld te verdienen. De rol van musea is maatschappelijk. Erik van Ginkel van het Rijksmuseum zegt: ´kleinere musea moeten zich meer op hun maatschappelijke en regionale taak richten.’


Waarom gaat de ratrace om de bezoekersaantallen juist ten koste van de educatieactiviteiten?

‘Educatiemedewerkers van kleinere musea worden vaak wegbezuinigd of vervangen door marketingmedewerkers. Educatie zit vaak in de slipstream van andere activiteiten. Aan het einde van het traject wordt de educatiemedewerker gevraagd een projectje te organiseren. Maar educatiemedewerkers moeten er vanaf het begin bij betrokken zijn. Zij moeten heel actief contact zoeken met scholen: wat kunnen wij voor jullie betekenen? Daar worden educatieprojecten veel beter van. 

Scholen beschouwen museumbezoek nu vaak als een uitje. Maar het is veel meer. Het is een essentieel onderdeel van het onderwijs. Onderwijs in kunst en cultuur moet je zien als een basisingrediënt van het curriculum. En je kunt nog verder gaan. Een museum kan ook zeggen: één keer per jaar stellen wij onze professionele museumruimte ter beschikking aan een groep scholieren: wat zouden zij willen zien? 

Ook bij Noorderlicht (het huis van de fotografie in Groningen, red.) geven wij af en toe de vloer aan het publiek. Zo faciliteren wij een fotograaf die foto’s maakte van Groningse marktkooplieden. Hij werkt samen met een wetenschapper die de teksten erbij schreef. Een maatschappelijk project; de foto’s worden vanaf eind juni tentoongesteld. En dat doen we niet puur om de  artistieke waarde. 

Musea moeten veel meer in de haarvaten van de samenleving kruipen. Het Haags gemeentemuseum doet bijvoorbeeld prachtige wijkprojecten. Zij organiseren elk jaar acht speciale avonden die zijn gekoppeld aan een van de acht stadsdelen. Het museum organiseert dan een speciaal programma, met busvervoer tussen het stadsdeel en het museum. Zo’n 700 mensen per avond pakken dan de bus naar het museum. De meest enthousiaste en dankbare respons schijnt te komen van wijken die wat profiel betreft het verst van het museum af staan.’

Het Haags Gemeentemuseum kan het geld voor maatschappelijke activiteiten. Waar halen kleinere musea het budget vandaan? 

‘Bij de gemeente. Als een gemeente geen geld over heeft voor een museum, moeten ze zo’n instituut niet willen. Laat gemeenten inzien dat een museum een maatschappelijke en regionale functie heeft. Dat een museum ook moeten kunnen werken met sociaal-culturele budgetten; met geld uit welzijn, onderwijs, ouderenzorg.

Neem het fantastische museumproject Onvergetelijk, dat werd ontwikkeld door het Stedelijk Museum en het Van Abbemuseum en is bedoeld voor mensen met Alzheimer en hun naasten. Tijdens rondleidingen en workshops met creatieve opdrachten bekijken deelnemers museumobjecten, en gaan ze daarover in gesprek. Centraal staan het genieten van kunst en persoonlijke beleving. De begeleiders zijn er speciaal voor opgeleid. 
Onderzocht moet worden of dit soort projecten uiteindelijk ook de zorgkosten kunnen verminderen.´

Hoe gaat het in het buitenland? Pakken musea daar meer een maatschappelijke rol? 

‘Ik denk dat het in Duitsland wat dat betreft beter gaat. Als de toestroom van vluchtelingen een maatschappelijk issue wordt, krijgen musea extra budget om er iets mee te doen. Die kant moeten we in Nederland ook op.'

 




ck