Cultuurbeleid vanuit christendemocratisch perspectief: een beschavingsopdracht

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Cultuurbeleid vanuit christendemocratisch perspectief: een beschavingsopdracht

opinie

auteur
Jan Prij
datum
16 maart 2018
Door Jan Prij • 16 maart 2018 • Leestijd: 3.5 min

Investeren in cultuur is waardevol op zichzelf, 'een kwestie van beschaving voor iedereen'. Jan Prij (CDA) waarschuwt tegen het instrumentaliseren van cultuurbeleid voor allerlei maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Vanuit christendemocratisch perspectief maakt cultuurbeleid het ‘goede leven’ mogelijk, maar kan het niet zelf ontwerpen of opleggen.

Cultiveren komt van het Latijnse woord colere, een woord met verschillende betekenislagen. Het kan staan voor ‘bouwen’, ‘bewonen’, ‘verzorgen’, ‘koesteren’ en ‘vereren’. Cultuurbeleid doet er goed aan die verschillende betekenislagen recht te doen. Vanuit christendemocratisch perspectief is cultuurbeleid in beginsel een beschavingsopdracht (1), die meer is dan nut en noodzaak (2) en in hoge mate een paradoxaal karakter heeft (3). Het kan bijdragen aan het goede leven, maar dit goede leven niet zelf maken.

Zich volledig rekenschap geven van deze drie eigenschappen die onherroepelijk aan cultuurbeleid vastzitten vraagt nogal wat van lokale bestuurders en politici die zich bezig houden met cultuurparticipatie en -educatie. 

Een kwestie van beschaving

Cultuurbeleid is allereerst een kwestie van beschaving. Het gaat om het bebouwen van de neutrale omgeving tot een woonplaats waar het goed leven is en die als zodanig het koesteren waard is.

Vanuit christendemocratisch perspectief is de opdracht tot cultiveren niets minder dan een scheppingsopdracht met een externe en een interne, persoonlijke component. Het gaat, om met Abraham Kuyper te spreken, om het geloof dat ‘de menselijke kunst’ de schepping kan veredelen, de overtuiging dat mensen bij kunnen dragen aan wat hij de ‘vervolmaking van de schepping’ noemde, in het besef zelf niet de hemel op aarde te kunnen vestigen.

Het interne, persoonlijke aspect gaat om de vorming van iemands karakter, om wat je Bildung zou kunnen noemen; het laten groeien van morele verbeeldingskracht, het ontwikkelen van interesse.

Kunst helpt je leefwereld te verruimen

Veel kunstvormen kunnen je leren je thuis te voelen in de wereld en je helpen om de eigen leefwereld te verruimen, door het perspectief van anderen in je op te nemen. Hierdoor kun je zin en betekenis in het leven ervaren, leer je het goede, schone en het ware in het leven ontdekken. Niet voor niets wordt er onderscheid gemaakt tussen economisch kapitaal (kennis gericht op direct economisch rendement, know what and know how), sociaal kapitaal (het communicatieve vermogen om met anderen om te gaan, know who) en cultureel kapitaal (het vermogen om geïnspireerd te raken en betekenis te geven aan de wereld om ons heen, know why). Alleen bij de gratie van voldoende sociaal en cultureel kapitaal is de mens in staat om samen met anderen in zijn element te komen.    

Meer dan nut en noodzaak

De beschavingsopdracht die met het cultuurbeleid gegeven is, is meer dan nut en noodzaak. Werken aan beschaving doet zich in zekere zin voor als franje, is strikt genomen overtollig en tegelijkertijd onmisbaar voor het goede leven. De grootste waarde van proeven van cultuur is intrinsiek van aard, ligt precies in het proeven zelf besloten en niet in mogelijke positieve maatschappelijke effecten die van kunst en cultuur uitgaan.

Niet teveel instrumentaliseren

Vanuit christendemocratische optiek is er dan ook huiver om cultuurbeleid te instrumentaliseren voor allerlei maatschappelijke beleidsdoelstellingen. In termen van de drie kapitaalsoorten zien we tendensen om de culturele sector te beoordelen op bijdrage aan bijvoorbeeld economische groei, of de bijdrage aan maatschappelijke verbinding. Het is zaak hoe dan ook voor het belang van cultuur door het vuur te gaan.

Zoals de WRR al constateerde in het rapport Cultuur Herwaarderen kan de neiging cultuurbeleid aan allerlei effectmetingen te onderwerpen het draagvlak voor cultuurbeleid ondermijnen. Dan zijn andere middelen misschien effectiever en wordt vergeten dat cultiveren een doel in zichzelf is. Dat het ontdekken van sporen van het goede, ware en het schone in de wereld, ervaringen van schroom en dankbaarheid kunnen oproepen die als zodanig zinvol zijn. Wanneer we cultuurbeleid teveel instrumentaliseren maken we er een maatschappelijk bouwprogramma van en houden we te weinig rekening te houden met de niet-maakbare kant ervan die met de betekenislagen ‘verzorgen’, ‘koesteren en ‘vereren’ te maken hebben.

De paradox van cultuurbeleid uithouden

De rijke betekenislagen die met de cultiveringsopdracht gegeven zijn maken van cultuurbeleid een nogal paradoxale zaak. Het is tegelijkertijd bouwen aan beschaving én het koesteren ervan. Het is overtollig én onmisbaar. De neiging is vaak maar met een kant van de zaak rekening te houden. Sommige klassieke liberalen wijzen graag op de overtolligheid van cultuurbeleid en laten haar idealiter aan marktcriteria en aan de onbetwistbare smaak van mensen over. Socialisten (en sommige ‘verlichte’ liberalen) komen in de verleiding een verheffingsprogramma van staatwege te ontwerpen met onmiskenbaar elitaire trekjes waarin niet alle burgers zich herkennen kunnen.

Over smaak valt te twisten

Vanuit christendemocratisch perspectief is de cultiveringsopdracht een zaak van alle burgers en valt over smaak te twisten omdat menselijke voorkeuren niet onveranderbaar zijn, maar gevormd kunnen worden. Cultuurbeleid zal het goede leven mogelijk moeten maken, maar kan het niet zelf ontwerpen of opleggen.

Het voorwaardenscheppend cultuurbeleid kan daarbij bijvoorbeeld:

  • inzetten op het subsidiair ondersteunen van culturele initiatieven van onderop (en in de sector zelf) die het goede leven zichtbaar maken; 
  • in bestemmingsplannen zodanig ‘bouwen’ (bijvoorbeeld via de faciliteiten voor sport en onderwijs) dat ze ruimte voor ongeplande en ongedachte ontmoeting tussen verschillende culturen en groepen mogelijk maakt en niet beperkt. Zo kun je sportverenigingen mogelijk maken die zowel hockey en voetbal aanbieden en een gemeenschappelijk clubgebouw hebben. Of een podium geven aan vormen van cultuureducatie en -participatie waarin leerlingen van verschillende schooltypen (van vmbo tot vwo) elkaar tegen kunnen komen;
  • en bovenal blijven benadrukken dat investeren in cultuur ook in zichzelf waardevol is en een te koesteren zaak, een kwestie van beschaving voor iedereen.

Bronnen:

Rien Fraanje, Lang leve het verschil, weg met de fragmentatie, Den Haag: Wetenschappelijk Instituut voor het CDA 2015.
Abraham Kuyper, Het sociale vraagstuk en de christelijke religie, Rede ter opening van het sociaal Congres op 9 november 1891,Amsterdam: Wormser, 1891.
Kees Klop, De cultuurpolitieke paradox: noodzaak én onwenselijkheid van overheidsinvloed op normen en waarden, Kampen: Kok, 1993.
Erik Schrijvers, Anne-Greet Keizer & Godfried Engbersen, Cultuur Herwaarderen, Den Haag: WRR-verkenning nr.30, 2015.

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart geven verschillende politieke partijen hun visie op beleid voor cultuureducatie en cultuurparticipatie.
Lees alle visies