Poëzieopdrachten voor in de klas (maar eigenlijk voor iedereen die eens met gedichten aan de slag wil)

sociallinksheader

Volg ons
  • linkedin
opinie

Poëzieopdrachten voor in de klas (maar eigenlijk voor iedereen die eens met gedichten aan de slag wil)

auteur
Kila van der Starre
datum
24 januari 2017
Door Kila van der Starre • 24 januari 2017

Van 26 januari tot en met 2 februari 2017 is het weer Poëzieweek! Een extra reden om gedichten te behandelen in de klas. Of gewoon thuis. Maar hoe pak je dat op een uitdagende en prikkelende manier aan? Doe je voordeel met de acht tips van Kila van der Starre.

1 Verwoord je ervaringen

Het lezen of horen van een gedicht is een ervaring. Je kan gedurende de tekst verschillende emoties voelen, verschillende verwachtingen hebben en verschillende meningen vormen. Wat denken leerlingen tijdens het lezen van een gedicht? Probeer eens regel voor regel te verwoorden wat de ervaringen zijn.
Poëzietip: Het gedicht ‘Le dormeur du val’ van Arthur Rimbaud kent een verraderlijke twist op het eind. Op welk moment hebben de leerlingen door dat er iets anders met de soldaat aan de hand is? Hoe is het om daarna het gedicht te herlezen?

2 Schenk aandacht aan poëzie buiten het boek

Wat gebeurt er met de betekenis van een gedicht wanneer het in de openbare ruimte te lezen is? Laat de leerlingen ‘Een goed stadsgedicht’ van Stijn Vranken eerst op papier lezen. Laat ze daarna foto’s en video’s zien van de locatie van het gedicht. Welke invloed heeft dit op hun interpretatie van en mening over het gedicht?

3. Bespreek de metaforen 

Poëzie heeft veel te maken met beeldspraak. Metaforen roepen beelden op die soms herkenbaar zijn, maar soms ook juist mysterieus en uitdagend. Hoe pak je het aan om die vergelijkingen te bespreken? Belangrijke vragen om aan leerlingen voor te leggen zijn: Wat wordt met wat vergeleken? Worden allebei de delen van die vergelijking genoemd in de tekst? Zo niet, welk deel moet je zelf bedenken? En wat hebben die twee dingen met elkaar gemeen, oftewel, waarom worden juist deze twee dingen met elkaar vergeleken? Vaak hebben leerlingen een mening over metaforen. Die vinden ze sterk of juist te ver gezocht. Dit kan een mooie discussie opleveren. 
Poëzietip: Hoe speelt Shakespeare met vergelijkingen in zijn ‘Sonnet 130’
Poëzie-buiten-het-boek-tip: Het nummer ‘Heerlijk’ van Ramses Shaffy zit bomvol beeldspraak. Beluister deze cover van Maarten Heijmans en daag de leerlingen uit zoveel mogelijk voorbeelden op te schrijven tijdens het luisteren. Welke vergelijkingen vinden ze sterk? En welke niet?

4. Zoek de relatie

Gedichten kunnen in een bijzondere relatie staan tot elkaar. Dit is vooral boeiend als die gedichten door verschillende mensen geschreven zijn én als er flink wat tijd tussen zit. Soms schrijft een hedendaagse dichter bijvoorbeeld een parodie op een oud gedicht. Wat is de relatie tussen ‘Hoor eens ik haat je’ van Ingmar Heytze en ‘Zie je ik hou van je’ van Herman Gorter?

5. Zoek naar poëzie in het wild 

Poëzie is overal! Waar zijn gedichten te vinden bij jullie in de buurt? Op de website Straatpoezie.nl is een inventarisatie te vinden van alle gedichten in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen. Zoek eens naar poëzie in het wild. Hoe is het om een gedicht tegen te komen? Kennen jullie een gedicht op straat dat nog niet is aangegeven op de kaart? Iedereen kan gedichten aan de website toevoegen.

6. Maak een definitie van poëzie 

Wat is poëzie eigenlijk? Laat leerlingen een eigen definitie opschrijven en bespreek daarna welke kenmerken ze aan het genre koppelen. Moet poëzie altijd rijmen? Moet het per se moeilijk te begrijpen zijn? En hoe zit het eigenlijk met de vorm? Wat vinden de studenten ervan dat Bob Dylan in 2016 de Nobelprijs voor Literatuur toegekend heeft gekregen? Moet poëzie geschreven tekst zijn of kan het ook alleen mondeling bestaan? En kan poëzie ook noch geschreven noch gesproken zijn, zoals gebarentaalpoëzie?

7. Tegen wie spreekt de dichter?

Een bekend kenmerk van lyrische poëzie is dat iemand aan het woord is die tegen iets of iemand spreekt, zonder dat die persoon terugspreekt. Het is daarom vaak de moeite waard om je af te vragen: Wie spreekt er tegen wie? Wat wil die persoon precies zeggen? Kan je bedenken wat er teruggezegd zou kunnen worden?
Poëzietip: In het gedicht ‘Afwas’ van Judith Herzberg spreekt iemand keukengerei aan. Waarom precies?
Poëzie-buiten-het-boek-tip: Tegen wie wordt er gesproken in dit poetry-slam-gedicht van Naomi Warndorff (geschikt voor oudere leerlingen)? Voelen de leerlingen zich aangesproken?

8. Doe praktisch je voordeel met een gedicht 

Gedichten kunnen ook heel praktisch zijn. Ik neem bijvoorbeeld altijd het gedicht ‘Did I miss anything?’ van Tom Wayman samen met de vertaling van Lieke Marsman op in mijn cursushandleidingen om mijn aanwezigheidsbeleid aan studenten uit te leggen. Helderder kan niet.

In het kader van de Poëzieweek worden online gratis poëzielespakketten aangeboden: één voor de basisschool en twee voor het voortgezet onderwijs, opgesplitst in ‘light’ en ‘geavanceerde’ lessen. Ze staan vol bruikbare tips en concrete opdrachten aan de hand van gedichten. Op dezelfde pagina kun je de lespakketten van vorige jaren downloaden. Geen reden dus om niet eens aandacht te besteden aan poëzie!

Foto: Muurgedicht van Ingmar Heytze in de Dichterswijk in Utrecht.

Logo Poezieweek

ck