Cultuuraanbieders in Nuenen: vechten om de deelnemer?

Cultuuraanbieders Nuenen
auteur
Arno Neele
datum
7 juni 2017

Hoe staat het met de aanbieders van kunsteducatie in de vrije tijd? Het LKCA onderzocht dit in zes gemeenten, waaronder Nuenen.
Gemeente Nuenen trekt zich grotendeels terug uit de markt voor kunsteducatie. Dat leidde tot de opheffing van Culturele Activiteiten Nuenen en reorganisaties bij Kunstkwartier. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe initiatieven en betreden nieuwe spelers als zzp'ers en commerciƫle instellingen deze markt. Allemaal op zoek naar de Nuenenaar die beter wil worden in zijn of haar kunstbeoefening.

Minder gesubsidieerd aanbod

Tot voor kort had Nuenen twee gezichtsbepalende aanbieders van kunsteducatie: Culturele Activiteiten Nuenen (CAN) voor de cursussen in beeldende kunst, zang, dans, musical en theater en Kunstkwartier voor de muzieklessen. Beide gefinancierd door de gemeente en beide geconfronteerd met afbouw van subsidie, een teruglopend aantal cursisten en stijgende kosten.

Dankzij enkele reorganisaties wist Kunstkwartier tot nu toe zijn activiteiten voort te zetten, weliswaar met minder aanbod dan voorheen. Maar CAN kon het uiteindelijk niet meer bolwerken en stopte in 2015 – na een bestaan van bijna 45 jaar – haar werkzaamheden. De 25 werknemers kwamen op straat te staan en de lessen voor de ongeveer 400 cursisten stopten.

Een dramatische gebeurtenis

Zes oud-docenten van CAN maakten een doorstart en richtten in 2015 de stichting Atelier van Gogh op. Deze stichting huurt een eigen ruimte in cultuurcentrum Het Klooster. De zes docenten – als zzp’er – en andere gekwalificeerde kunstdocenten huren het vervolgens weer van de stichting voor hun cursussen.

De docenten moeten nu alles zelf doen. Maar belangrijker, ze zijn er qua inkomsten en werkzekerheid op achteruitgegaan Voor zowel de docenten als de cursisten is het Atelier niet simpelweg een private voortzetting van CAN. Volgens Ronald Rueb, penningmeester van Atelier van Gogh, was de opheffing van CAN een 'dramatische gebeurtenis' voor de docenten. Ze moeten nu alles zelf doen: acquisitie, lesgeld innen, administratie. Maar belangrijker, ze zijn er qua inkomsten en werkzekerheid op achteruitgegaan.

Daarnaast heeft het Atelier veel minder aanbod dan CAN. Het heeft cursussen in tekenen, schilderen en fotografie en niet meer in bijvoorbeeld beeldhouwen, etsen, edelsmeden, dans, zang, musical en theater. Onder de 120 cursisten bij het Atelier zijn nu ook nauwelijks nog kinderen. In 2016 heeft het Atelier voor het eerst een bescheiden subsidiebedrag gekregen voor de kindercursussen. En door dit bedrag de komende jaren op te hogen hoopt de gemeente en Atelier van Gogh het aantal kinderen verder te kunnen laten groeien. De belangstelling voor de kinderteken- en schildercursussen lijkt langzaam toe te nemen. En de lessen voor volwassenen draaien inmiddels met een aardige cursusbezetting.

Geen hoogdravend gedoe bij het hobbycentrum

Het gaat vooral om gezelligheid en elkaar ontmoeten op een ontspannen wijze Een deel van de cursisten van CAN volgt nu dus zijn lessen bij Atelier van Gogh. Sommige vonden onderdak bij Hobbycentrum de Dorpswerkplaats Nuenen. De Dorpswerkplaats verzorgt zelf geen aanbod, maar biedt met hun huisvesting onderdak aan groepen die zelfstandig hun hobby willen uitoefenen. Het model is dat een hobbygroep zelf een groepsbegeleider meebrengt die de hobby goed beheerst en aan de groep instructies geeft. Vanuit de Dorpswerkplaats worden geen kwaliteitseisen gesteld aan de begeleiders en de begeleiding. Het gaat in belangrijke mate ook om gezelligheid en elkaar ontmoeten op een ontspannen wijze.

'Geen hoogdravend gedoe', aldus René Jansen, voorzitter van de Dorpswerkplaats. Het blijkt een succesvolle formule, gezien het stijgend aantal deelnemers. Op dit moment zijn er zo’n 180 deelnemers op het terrein van kunstbeoefening, verdeeld over groepen voor schrijven, schilderen, houtbewerken, metaalbewerking, keramiek en kleien. De meerderheid is ouder dan 55 jaar.

Op weg naar het kauwgom-model

Na het wegvallen van CAN is Kunstkwartier nog de enige structureel gesubsidieerde aanbieder van kunsteducatie in Nuenen. Kunstkwartier ontstond in 2006 uit een fusie van Kunstencentrum Helmond met de gezamenlijke muziekschool van Nuenen en Geldrop. In Nuenen werkt Kunstkwartier met zo’n 10 à 15 muziekdocenten, die samen 222 cursisten bedienen. Door schaalvoordeel en interne reorganisaties wist Kunstkwartier zich staande te houden. Maar het voortbestaan blijft wankel, waardoor de directie blijft zoeken naar manieren om de muziekschool ondernemender en flexibeler te maken.

Het 'kauwgom-model': een kern met vast werk en daar omheen een schil met flexibel werk Het kunstencentrum houdt (vooralsnog) vast aan personeel in loondienst. Wel is de verhouding ‘lesgebonden uren’ en ‘niet-lesgebonden uren’ aangepast van 65/35 naar 85/15, waardoor er minder docenten nodig zijn voor hetzelfde aanbod. De docenten moeten meer ‘omzet draaien’ voor hetzelfde salaris. En ter bevordering van de flexibiliteit onderzoekt de directie of het werken met min/max-contracten een mogelijkheid is. De directeur-bestuurder van Kunstkwartier, Esther Hartzema, noemt dit het 'kauwgom-model': een kern met vast werk en daar omheen een schil met flexibel werk.

Meer spelers op de markt

Aanbieders 'vechten om de deelnemer' Kunstkwartier verzorgt in Nuenen alleen lessen voor particulieren, met name voor kinderen en jongeren. Niet voor bijvoorbeeld scholen of zorginstellingen. Esther Hartzema merkt dat er juist op de markt voor particulieren meer concurrentie komt, bijvoorbeeld van zzp’ers. Ook René Jansen van de Dorpswerkplaats ziet dat aanbieders 'vechten om de deelnemer'. Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE) adverteert tegenwoordig in Nuenen. Niet om aanbod in Nuenen te verzorgen, maar om Nuenenaren te werven voor cursussen in het aangrenzende Eindhoven.

Een andere nieuwe speler op de markt in Nuenen is MijnMuziekles, eveneens actief in Eindhoven en omliggende gemeenten. Deze commerciële muziekschool verzorgt sinds kort wel aanbod in Nuenen zelf. Op basisschool Bredeschool De Rietpluijm geven drie docenten van MijnMuziekles in de avonduren les (gitaar, piano en zang) aan zo’n 40 leerlingen. Ze betalen niet of nauwelijks voor het gebruik van het schoollokaal, maar als tegenprestatie bieden de docenten aan de school hun diensten aan. Zo begeleidt de zangdocent van MijnMuziekles nu groep 8 van De Rietpluijm bij de musical.

beleid

contact

Arno Neele
naamArno NeelefunctieSpecialist onderzoektelefoonnummer030 711 51 07e-mailArnoNeele@lkca.nl