Cultuureducatie in het primair onderwijs

FAQs

Wat is de definitie van cultuureducatie?

Cultuureducatie is doelbewust leren over en met cultuur (kunst, erfgoed en media) via gerichte instructie.

Leerlingen leren over cultuur door er actief mee bezig te zijn en zelf iets te maken. Ze leren van het kijken en luisteren naar cultuuruitingen, van cultuurbezoek en van lezen over cultuur. En door te reflecteren op eigen werk en dat van anderen.

Via cultuureducatie ontwikkelen leerlingen culturele competenties en talenten. Ze doen kennis op over cultuur als fenomeen en als expressiemiddel. Ze ontwikkelen hun creatief vermogen en een open, onderzoekende houding ten aanzien van cultuur.

Specifiekere begrippen zijn: kunsteducatie, erfgoededucatie en media-educatie.

Lees meer over begrippen


Wat is het verschil met cultuuronderwijs?

Cultuureducatie is de overkoepelende term voor kunsteducatie, erfgoededucatie en media-educatie, zowel binnen- als buitenschools.

Cultuuronderwijs is het algemeen vormend onderwijs in kunst, erfgoed en media. De doelen van alle leergebieden in het primair onderwijs zijn formeel vastgelegd in kerndoelen.

In een bredere opvatting van cultuuronderwijs, met als doel cultureel bewustzijn (Cultuur in de Spiegel), heeft cultuur binnen alle leergebieden en vakken een plek. Cultuur is hier een proces van omgaan met en interpreteren van de ons omringende wereld.

Lees meer over Cultuur in de Spiegel


Waarom is onderwijs op het gebied van cultuur belangrijk?

Mensen hebben elke dag te maken met kunst, erfgoed en media. Cultuur is onlosmakelijk onderdeel van de menselijke ervaring. Via cultuureducatie verwerven leerlingen kennis en vaardigheden op het gebied van cultuur. Ze ontwikkelen begrip en waardering voor cultuuruitingen. Ze leren creatief om te gaan met beeld, geluid, tekst en beweging.

Cultuureducatie biedt mensen de kans om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Het stimuleert hen om te reflecteren op cultuur, in heden en verleden, en op hun eigen plek in de wereld. Ze ontwikkelen hun waarneming, verbeeldingskracht, uitdrukkingsvermogen, historisch besef en een onderzoekende houding.

Lees meer over onderzoek naar leereffecten 

Het belang van cultuureducatie in een filmpje:

Wat zijn kerndoelen?

Het Nederlandse basisonderwijs kent zeven leergebieden. Voor alle leergebieden gelden landelijk vastgelegde kerndoelen. Er zijn 58 kerndoelen in totaal. Kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven wat leerlingen moeten kennen en kunnen aan het eind van de basisschool. Ze beschrijven de kern van de leerstof. Scholen zijn vrij om rond de kern leerstof aan te bieden die bijdraagt aan het bereiken van de kerndoelen.

Kerndoelen voor cultuureducatie vallen onder het leergebied Kunstzinnige oriëntatie en onder het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld.

In het leergebied Kunstzinnige oriëntatie maken kinderen kennis met kunst en cultuur. Bijvoorbeeld door musea en voorstellingen te bezoeken of literatuur te lezen. Ook doen kinderen zelf actief aan tekenen, handvaardigheid, muziek en beweging.

In het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld oriënteren leerlingen zich op hun omgeving. Op die manier worden ze zich bewust van het cultureel erfgoed om hen heen. Erfgoed is nauw verbonden met geschiedenis en het ontwikkelen van historisch besef.

Lees meer over de kerndoelen in het primair onderwijs


Wat is Curriculum.nu?

Onder de naam Curriculum.nu (voorheen #onderwijs2032) werken leraren, schoolleiders en schoolteams vanaf 2018 aan een vernieuwd curriculum verdeeld in negen leergebieden. Centraal staat de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. Met de opbrengst van het ontwikkelproces zullen kerndoelen worden geactualiseerd

Doel van de herziening:

  • Samenhang in de onderwijsinhoud bevorderen;
  • Zorgen voor doorlopende leerlijnen: een soepele overgang van de voorschoolse periode naar het primair onderwijs, van primair naar voortgezet onderwijs en van voortgezet onderwijs naar vervolgonderwijs;
  • Overladenheid in het onderwijsprogramma terugdringen. De ontwikkelteams denken na over 70% van het curriculum om landelijk afspraken over te maken, zodat 30% overblijft voor eigen invulling van de scholen;
  • Duidelijkheid bieden aan scholen: wat moeten alle leerlingen leren en hoeveel ruimte is er over voor eigen invulling?
  • Een betere balans brengen in de hoofddoelen van het onderwijs.

Curriculum.nu is een gezamenlijk initiatief van de PO-raad, VO-raad, AVS, LAKS en Ouders & Onderwijs. In de uitvoering wordt samengewerkt met SLO.

Lees meer over Curriculum.nu 


Wat zijn 21st century skills?

De huidige samenleving vraagt een mix van kennis en vaardigheden van haar burgers: 21st century skills of 21e eeuwse vaardigheden. Deze vaardigheden doen kinderen en jongeren deels op school op. Ook cultuureducatie kan hieraan bijdragen. Dit is een veelgebruikt model van 21e eeuwse vaardigheden in het onderwijs:

skills

Deze vaardigheden kunnen zowel los als in samenhang gezien worden, maar altijd in combinatie met vakspecifieke kennis en vaardigheden.

Lees meer

Cultuureducatie en 21e-eeuwse vaardigheden op LKCA.nl
Het curriculum van de toekomst (SLO)


Welke verantwoordelijkheid heeft het rijk?

Wat onderwijs betreft is het rijk eindverantwoordelijk voor kwaliteit en toegankelijkheid van het stelsel. Met de wettelijk vastgestelde leergebieden en kerndoelen geeft het ministerie de kaders aan. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs. Zij hebben een grote mate van autonomie. De Inspectie van het onderwijs controleert de kwaliteit van het onderwijs. De directie Primair Onderwijs (PO) van het ministerie van OCW gaat over de 7000 onderwijsinstellingen in de sector (inclusief speciaal onderwijs). Deze directie werkt nauw samen met andere betrokkenen, zoals de PO-Raad, koepels, schoolbesturen, gemeenten en andere partners.

Het is in Nederland niet alleen de overheid die bepaalt hoe het onderwijs eruitziet. Uit onderzoek blijkt echter dat de invulling die de overheid geeft aan onderwijskwaliteit wel dominant is. Het onderwijsveld vraagt om heldere regels en een duidelijk inspectiekader. Scholen hebben meer handelingsvrijheid dan ze zelf denken. De inhoud van het onderwijs wordt overigens ook sterk bepaald door educatieve uitgeverijen. Het onderwijs maakt graag gebruik van hun methoden.

Wat cultuur betreft is het rijk is verantwoordelijk voor de: 

  • educatieve opdracht aan culturele instellingen met rijksfinanciering;
  • landelijke ondersteuning (kennis & netwerken) en cultuurfondsen. 
  • inzet van landelijke stimuleringsprogramma’s en impulsen.

Cultuuronderwijs wordt gestimuleerd vanuit de directie Cultuur en Media, in samenwerking met de onderwijsdirectie. Deze directie zet ‘bovenwettelijke’ middelen in om te sturen, zoals subsidieregelingen, voorlichting en communicatie. Denk aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit en de middelen voor cultuureducatie in de prestatiebox.

Overzicht van landelijke subsidieregelingen voor het primair onderwijs
Lees mees over de landelijke beleidsstrategie en -instrumenten
Lees meer over het sturen van onderwijskwaliteit in het NRO-onderzoeksproject Ongemak van Autonomie


Wat doet de Inspectie van het Onderwijs met cultuureducatie?

De inspectie houdt toezicht op scholen via het schoolbestuur, dat verantwoordelijk is voor onderwijskwaliteit, en onderzoekt scholen rechtstreeks:

  • met een jaarlijkse prestatieanalyse op afstand (iedere school)
  • met kwaliteitsonderzoeken als er risico’s zijn (iedere school met risico’s)
  • met verificatieonderzoeken bij het vierjaarlijks onderzoek naar besturen en scholen (een deel van de scholen per bestuur)
  • via het vierjaarlijks schoolbezoek (overige scholen) in het kader van thema- of stelselonderzoeken.

Een onderzoek bestaat uit een combinatie van lesbezoeken, analyse van documenten en gegevens, gesprekken met leraren, met schoolleiding, met leerlingen en ouders, en een terugkoppeling naar het team. Vanaf augustus 2017 werkt de inspectie met dit vernieuwde toezichtkader. 

Lees meer over het toezicht

Peil.onderwijs

De inspectie voert, in opdracht van OCW, de regie over periodieke peilingsonderzoeken in het primair onderwijs. Elk jaar wordt gerapporteerd over het taal- en rekenniveau van groep-8-leerlingen op basis van de eindtoetsresultaten. Daarnaast houdt ze jaarlijks twee peilingen over leergebieden die in de kerndoelen genoemd zijn. In 2017 verscheen het peilingsonderzoek Kunstzinnige oriëntatie, met daarin aandacht voor het onderwijsaanbod en de resultaten van leerlingen in groep 8.

Het peilingsonderzoek geeft input voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs. Deze stelstelmonitor doet uitspraken op het niveau van het onderwijssysteem, niet op dat van individuele leerlingen en scholen. De resultaten van de peilingsonderzoeken worden niet gebruikt bij het toezicht op individuele scholen.

Lees meer over Peil.onderwijs

Welke verantwoordelijkheid hebben gemeenten en provincies?

Gemeenten en provincies hebben geen wettelijke verantwoordelijkheid voor cultuureducatie, maar pakken taken op omdat zij cultuureducatie van belang vinden voor hun inwoners.

Gemeenten maken hun eigen cultuurbeleid. Binnen dit beleid financieren ze voorzieningen voor cultuureducatie. Met name cultureel aanbod voor scholen en vaak ook de bemiddeling van dit aanbod. De gemeente stuurt via het meegeven van een educatieve opdracht aan gesubsidieerde culturele instellingen. En via afspraken met scholen in lokale convenanten of in het kader van de Lokale Educatieve Agenda.

Provincies subsidiëren cultuur(educatie) die de lokale belangen overstijgt. Ze zetten zich in voor spreiding van culturele voorzieningen in de regio. Bijvoorbeeld door het sluiten van convenanten met alle betrokken partijen. En ze spelen een rol in de tweedelijns ondersteuning via bemiddeling, innovatieve projecten en deskundigheidsbevordering. De meeste provincies financieren een instelling om deze taken uit te voeren. Deze instellingen zijn verenigd in de Raad van Twaalf. 

Deze taakverdeling is gebaseerd op afspraken tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In 2013 ondertekenden het rijk, de 35 grote gemeenten, de provincies en de PO-raad bovendien het ‘Bestuurlijk kader cultuur en onderwijs’, met afspraken op bestuurlijk niveau voor een periode van 10 jaar (tot en met 2023), om het programma Cultuureducatie met Kwaliteit te voorzien van 'een stip op de horizon'.

Overzicht van landelijke subsidieregelingen voor het primair onderwijs
Lees meer over het bestuurlijk kader
Lees meer over de werking van convenanten


Wat is Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK)?

Cultuureducatie met Kwaliteit is een meerjarig beleidsprogramma (looptijd 2013-2016 en 2017-2020) met als doel goed cultuuronderwijs op elke school. Het rijk, gemeenten, provincies en de PO-raad bundelen krachten om basisscholen en culturele instellingen te ondersteunen om aan de kwaliteit van cultuureducatie te werken. In de uitvoering werkt de directie Cultuur en Media van het ministerie van OCW samen met het LKCA en het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP). Cultuureducatie met Kwaliteit is een vervolg op het beleidsprogramma Cultuur en School (1997-2012).

Een belangrijk onderdeel van het CmK-programma is de Matchingsregeling Cultuureducatie met Kwaliteit, uitgevoerd door het FCP. Het rijk draagt € 10 miljoen per jaar bij aan deze regeling. Gemeenten en provincies matchen dit bedrag. De regeling financiert culturele (expertise-)organisaties om scholen te begeleiden bij het maken van een kwaliteitsslag via:

  • het ontwikkelen en implementeren van doorlopende leerlijnen (op landelijk niveau via het Leerplankader Kunstzinnige Oriëntatie van SLO);
  • het aanbieden van deskundigheidsbevordering aan leraren en educatief medewerkers;
  • het stimuleren van duurzame samenwerking tussen scholen en culturele instellingen.

Een ander onderdeel van het CmK-programma is de Impuls muziekonderwijs. Deze sluit aan bij Méér Muziek in de Klas, de beweging die inzet voor structureel muziekonderwijs op de basisschool. In deze regeling vragen scholen rechtstreeks subsidie aan bij het FCP.

Lees meer

Alles over CmK op LKCA.nl
Alle subsidieregelingen die onder CmK vallen


Wat is de Brede impuls combinatiefunctionaris?

De Brede impuls combinatiefunctionaris is een structurele subsidie ter bekostiging van de combinatiefunctionaris cultuur, oftewel de cultuurcoach. Deze werkt in een gecombineerde functie voor zowel onderwijs als cultuur.

Via de impuls ontvangen gemeenten een bijdrage van het rijk om cultuurcoaches aan te stellen. Het rijk en gemeenten financieren de cultuurcoach samen (40 procent via het rijk, 60 procent via gemeenten eventueel met cofinanciering door externe partijen). De regeling loopt vanuit de rijksoverheid (ministeries van OCW en VWS) en wordt uitgekeerd via het gemeentefonds.

Lees meer over de impuls 
Lees meer over de cultuurcoach 


Hoe financieren scholen cultuuronderwijs?

Om cultuureducatie - en het bijzonder culturele activiteiten - te bekostigen kunnen scholen gebruik maken van de lumpsumfinanciering, de Prestatiebox Primair Onderwijs, extra middelen die de overheid (gemeente, provincie of rijk) beschikbaar stelt, fondsenwerving, crowdfunding, de ouderbijdrage of aanvullende sponsoring.

De lumpsumfinanciering houdt in dat scholen van het rijk een totaalbedrag ontvangen voor al hun kosten. Ze bepalen zelf hoe ze dit geld besteden. Zo kunnen ze hun beleid en onderwijs beter afstemmen op de situatie op en rond de school. De lumpsum wordt berekend per school, maar uitgekeerd aan het schoolbestuur, dat de middelen verdeelt. De verantwoording naar het ministerie gaat ook via het bestuur.

Lees meer over de Prestatiebox 
Lees meer over landelijke subsidieregelingen 
Lees meer over vervoerssubsidies
Lees meer over fondsen
Lees meer over crowdfunding
Lees meer over sponsoring


Wat is een LEA?

Steeds vaker geven gemeenten, schoolbesturen, kinderopvanginstellingen en andere partijen vorm en inhoud aan het onderwijs door middel van een Lokale Educatieve Agenda, afgekort de LEA. In 2009 had meer dan 90% van de gemeenten in Nederland een LEA.

Gemeenten en schoolbesturen geven samen vorm en inhoud aan het onderwijsachterstandenbeleid. Naast de vijf wettelijk verplichte onderwerpen, worden ook andere onderwerpen besproken. Cultuureducatie kan een agendapunt zijn voor de LEA. Daarmee kunnen alle scholen voor primair onderwijs in een gemeente worden bereikt.

In veel gemeenten wordt de LEA aangestuurd door de gemeente: de wethouder als voorzitter en de ambtenaar als secretaris is een traditionele invulling van het overleg. Van digitale communicatie voor presentatie of onderlinge communicatie wordt in gemeenten nog maar weinig gebruik gemaakt. Een eigen LEA-website is een uitzondering. Het is daardoor moeilijk informatie over het lokale educatieve beleid te vinden. Bij de onderwijsafdeling in een gemeente is hierover meer informatie te vinden.

Lees meer over de LEA

REA

De REA staat voor Regionale Educatieve Agenda. In een REA wordt op regionaal niveau samengewerkt en worden afspraken gemaakt tussen meerdere gemeenten en schoolbesturen. Op de agenda staan onderwerpen die gemeenten, schoolbesturen en overige partners op regionaal niveau belangrijk vinden. Een REA is vooral een oplossing voor het voortgezet onderwijs, dat vaak een regionaal karakter heeft. De REA is geen vervanger voor de LEA. Ze bestaan naast elkaar.

Wat is de Basis voor Cultuureducatie?

De handreiking Basis voor Cultuureducatie van het LKCA beschrijft wat nodig is om goede cultuureducatie voor alle kinderen te realiseren, en ondersteunt bestuurders en beleidsmakers om cultuureducatie te versterken. De handreiking benoemt 10 concrete uitgangspunten voor kwalitatief goede cultuureducatie:

  1. Ontwikkel een visie op cultuuronderwijs en neem de regie en verantwoordelijkheid voor de uitvoering op je.
  2. Maak gebruik van leerplankaders (binnenschools) en raamleerplannen of richtlijnen (buitenschools).
  3. Integreer cultuur in het onderwijscurriculum met een doorgaande leerlijn cultuureducatie. 
  4. Ontwikkel een cultuurcurriculum op school met ruimte voor de ontwikkeling van artistiek-creatieve vaardigheden in een cultuurhistorische context, waarin plaats is voor afzonderlijke kunstdisciplines en cultureel erfgoed. Examen doen in een kunstvak blijft mogelijk. 
  5. Buitenschoolse educatie richt zich op verbreding en verdieping van de cultuurvakken. Buitenschoolse educatie is gericht op participatie en ontplooiing van talent, en is laagdrempelig beschikbaar voor iedereen. Buitenschoolse educatie laat de brede maatschappelijke waarde van cultuur zien.
  6. Er is een doorlopende leerlijn en heldere tussen- en einddoelen, zodat er een goede aansluiting is tussen primair en voortgezet cultuuronderwijs en tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie.
  7. Docenten zijn goed geschoold.
  8. Gemeenten stellen combinatiefunctionarissen cultuur aan. Elke school zorgt voor een aanspreekpunt in de vorm van een cultuurcoördinator.
  9. Een cultuurrijke leer- en leefomgeving vraagt om afstemming en afspraken over voorzieningen en verantwoordelijkheden tussen onderwijs, culturele partijen en overheden. Provincies hebben de regierol voor regionale afstemming.
  10. Leer van elkaars ervaringen, zodat het gewenste ambitieniveau sneller wordt bereikt. 

Daarnaast noemen we een uitvoeringsplan opgesteld waarmee betrokkenen uit onderwijs, cultuur en overheid aan de slag gaan. 

De handreiking is geschreven op verzoek van de minister van OCW en in samenspraak met vertegenwoordigers uit het onderwijs, de culturele sector en verschillende overheden.

Lees meer over de basis voor cultuureducatie