“De maker wordt door de kijker vaak vergeten”

Lucas Westerbeek - De Frisse Blik
auteur
Anne van den Dool
datum
7 oktober 2019

Hij merkt dat beeldeducatie een steeds bekender begrip wordt in het onderwijs. Het gekke is alleen: in de praktijk komt het er vaak niet van. Terwijl in deze tijd fatsoenlijke beeldeducatie zo enorm belangrijk is. Lucas Westerbeek: “Wat veel docenten niet beseffen, is dat je met een beeldopdracht ook veel andere vaardigheden traint. Film maken is contact maken.”

Al tijdens zijn werk als docent Nederlands signaleerde Lucas Westerbeek een vreemd tekort: onderwijs houdt zich veel bezig met tekst, maar weinig met beeld. Hij richtte daarom in 2007 samen met Frans Bromet De Frisse Blik op, om zo leerlingen én docenten via trainingen en workshops beter te leren kijken. 

We horen heel regelmatig dat we in een beeldcultuur leven. Waarom houden we ons op scholen dan toch nog steeds zo bezig met tekst in plaats van beeld?

“Ook wij verbaasden ons erover dat er op scholen zo weinig structurele aandacht is voor het begrijpend kijken naar beelden – terwijl die zo’n invloed hebben op hoe we de wereld om ons heen beleven. Docenten gebruiken relatief weinig beeld in hun lessen, en als ze dat wel doen, richten ze zich vaak op het verhalende aspect. Geschiedenisdocenten staan nog weleens stil bij propagandafilms, maar daarmee is alles wel gezegd.
Toch zien we ook positieve ontwikkelingen: toen we begonnen, moest ik dit verhaal heel uitgebreid aan scholen vertellen, terwijl het belang van beeldeducatie nu veel bekender lijkt te zijn. Het gekke is alleen: in de praktijk komt het er nog niet zo vaak van.”  “Docenten hebben geen idee hoe je een goede filmopdracht geeft”

Waarom is fatsoenlijke beeldeducatie zo belangrijk?

“Wat je ziet, komt heel sterk binnen. Sommige beelden zijn overduidelijk nep, bijvoorbeeld omdat ze slecht zijn gephotoshopt of omdat ze onderdeel zijn van een slecht nagemaakt nepnieuwsbericht. Maar bij veel andere beelden plaatsen we geen vraagtekens. Vooral bij films hebben we die neiging minder vaak: je zet een video niet zo snel stil om te kijken of alles wel klopt. Daardoor heb je geen tijd om stil te staan bij wat je ziet en het in een bepaald kader te plaatsen. Bij een tekst scrollen we nog even terug en een foto kunnen we gemakkelijk nog een keer bekijken, maar in het geval van film gaat die vlieger niet op.”

Hoe kweken jullie bij leerlingen en docenten bewustzijn van de kracht van beeld?

“We bekijken veel voorbeelden van non-fictieverhalen. We beginnen altijd met de ogenschijnlijk simpele vraag: wat is een documentaire? Die vraag blijkt al moeilijk te beantwoorden. Veel mensen weten ook niet dat veel documentaires via een script zijn opgebouwd.
We blijven het bijzonder vinden dat op scholen aan dit soort bewustwording nauwelijks aandacht wordt besteed. Het lukt ons stukje bij beetje dit meer op de kaart te zetten, bijvoorbeeld als onderdeel van het Netwerk Filmeducatie. Het probleem begint al bij gebrekkige kennis van veel schooldocenten op dit gebied: ze zijn bang over iets te vertellen waarvan ze zelf voor hun gevoel te weinig af weten.
Wat veel docenten bovendien niet beseffen, is dat je met een beeldopdracht ook veel andere vaardigheden traint. Als je leerlingen op pad stuurt om in de buurt een filmpje te maken, komen ze in contact met bewoners met wie ze anders nooit hadden gepraat. Zo krijgen onze projecten ook een sterke sociaal-maatschappelijke component. Film maken is contact maken.”

Met welke blik kijken jullie precies naar beeld? 

“We stellen continu de vraag wat de maker van het beeld jou als kijker probeert duidelijk te maken en met welke middelen. Welke kaders en standpunten gebruikt de cameraman, welke vragen stelt de interviewer? Al die zaken dragen bij aan de boodschap die de maker wil overbrengen."

Hoe belangrijk is die maker in jullie filosofie?

“De maker is allesbepalend. Je denkt vaak dat je naar de werkelijkheid zit te kijken, maar tussen jou en dat beeld zit altijd nog de maker die dat beeld naar zijn hand heeft gezet. Die is op een bepaald punt gaan staan, heeft in het montageproces bepaalde beelden achter elkaar geplakt, et cetera. De maker wordt door de kijker heel vaak vergeten.”

Hoe maken jullie de kijker bewust van die maker?

“Dat is een kwestie van veel oefenen, door veel fragmenten te bekijken. We vragen vooral niet: waar kijken we naar? We vragen: hoe is het gemaakt? Daarna laten we leerlingen en docenten zelf aan de slag gaan: we laten hen experimenteren met perspectieven, kaders en montage. 
Maar we zijn met meer bezig: we geven ook onderwijs in verhalen vertellen via beeld. Docenten laten hun leerlingen steeds vaker een filmpje maken in plaats van werkstuk schrijven, maar hebben nog geen idee hoe je een goede filmopdracht geeft. Vaak hebben ze een tekstuele opdracht klakkeloos overgezet naar een beeldopdracht, maar dat werkt niet: dat levert voor leerlingen ontzettend veel werk op, met een resultaat dat voor docenten vaak teleurstellend van kwaliteit is. Aan de andere kant: je geeft iemand die nog niet kan schrijven toch ook geen schrijfopdracht? Daarvan proberen we docenten bewust te maken. Het resultaat is geweldig: leerlingen genieten enorm van onze workshops.”


Lucas Westerbeek spreekt tijdens Wat zie jij? 

Wat zien we en hoe komt het dat we allemaal op onze eigen manier kijken? En welke tools kun je inzetten in een museum om bezoekers te leren ‘zien’?
Lucas Westerbeek houdt een keynote tijdens het symposium Wat zie jij? op 7 november 2019 in het Rijksmuseum. Andere keynotes zijn van Amy Herman (auteur van De Kunst van het Observeren) en Anna van Leeuwen (kunstjournalist). 

Het symposium wordt georganiseerd door het LKCA en het Amsterdamse Rijksmuseum. Kijk hier voor meer informatie en aanmelden. 
 


Dit is een artikel uit de laatste editie van de Cultuurkrant NL. Je kunt hier een gratis abonnement nemen.

Spreker tijdens: