Dans als doel, middel of gelijkwaardige partner in het basisonderwijs?

auteur
Marian van Miert
datum
9 oktober 2017

Het was de trampolineleraar die Anouk van Nunen al jong op het dansspoor zette. Eenmaal aan de dans, ontdekte ze al snel dat ze heel gelukkig werd van het lesgeven. Inmiddels is Anouk docent dans en drama bij Hogeschool Inholland Dordrecht. Ook is ze als redactielid verbonden aan 10voordeleraar voor het herijken van de huidige kennisbasis Dans en Drama en was ze medeauteur van het boek DANS!, Praktisch handboek voor het basisonderwijs.

Anouk van Nunen

‘Ik had een middelbare school uitgekozen in de buurt die heel veel deed aan jazzballet. Die lessen vonden na schooltijd plaats en werden georganiseerd door de gymlerares. Deze lerares was betrokken bij alles wat er in Nederland gebeurde op het gebied van jazzballet. Ik belandde daar al snel in de selectiegroep en danste daardoor heel veel.’ 

‘Dat jazzballet was heel succesvol en het aantal aanmeldingen liep een beetje uit de hand. De gymlerares kon dat niet allemaal meer bedienen en had bedacht dat de mensen uit de selectiegroep ook wel konden gaan lesgeven. Ik kreeg een jongensgroep met jongens die allemaal een kop groter waren dan ik, die ik jazzballet lessen ging geven. Van hiphop hadden we nog nooit gehoord. Ik denk achteraf dat me dat min of meer per ongeluk goed gelukt is. Of misschien had ik er toen al gevoel voor. Voor mij was het een eye-opener. Ik was technisch niet de beste danser van de groep maar dit lesgeven vond ik erg leuk!’

Als je terugkijkt naar je lagere school; was daar dansaanbod?

‘Nee terwijl dat toch een Jenaplanschool was. Bij ons op de Pabo is het nu een verplicht vak. Alle eerste- en tweedejaars hebben het in het rooster staan, krijgen stageopdrachten mee, moeten een visie ontwikkelen en geven danslessen. En in jaar 3 en 4 komen de studenten dans nog tegen als onderdeel van een vakgeïntegreerd lesaanbod. Het is een klein vakje maar ze moeten er wel allemaal iets mee doen.’

Voor het geven van gymlessen moet je een bevoegdheid halen. Hoe verhoudt dans zich daartoe?

‘Bij bewegingsonderwijs heb je fysieke doelen. Dans is in het onderwijs een kunstvak. De doelen liggen in het gebied van kunstzinnige oriëntatie. Dus de drempel zit hem niet in het feit dat de studenten bang zijn dat de veiligheid van de kinderen in het geding is. Het gaat erom dat ze zichzelf thuis voelen in de werkvormen. Daar zijn we op de Pabo’s veel meer mee bezig. Je hoeft geen fantastische technische danser te zijn om dans te kunnen geven.’ 

Wat moet je daarvoor wel kunnen?

‘Je moet het vak goed begrijpen, jezelf vaardig genoeg weten op vakinhoud en vaardigheden, en het over kunnen dragen. Waar we binnen de Pabo’s vooral op letten is de ontwikkeling van creativiteit. Dat kinderen leren dat hun lichaam een instrument is dat je daarvoor in kunt zetten en dat studenten dat proces kunnen begeleiden. Dat ze de tools hebben om de koppeling te maken tussen beweging en beleving want het gaat natuurlijk wel om beweging. Daar moeten ze in thuisraken.’ 

Waarom zou ieder kind met dans in aanraking moeten komen?

‘Doel van het onderwijs is kinderen te vormen tot volwassenen die actief kunnen deelnemen en bijdragen aan de maatschappij. Dat is een hele brede doelstelling en dat moet ook. Kunst hoort daarbij. Dans is ook een instrument dat je kunt gebruiken om je uit te drukken; om contact te hebben met anderen en om te leren.’
‘We krijgen steeds meer oog voor de verschillen wijzen waarop kinderen leren; over embodied knowledge bijvoorbeeld. Ook in Pabo’s is meer aandacht voor een andere manier van reflecteren en interactie met de leerlingen. We worden ons meer bewust van het feit dat we soms voorbijgaan aan onder andere het voelen en ervaren. Voor de klas staan en je fysiek bewust worden van de manier waarop je contact maakt met de kinderen. Bij dans werken we daar vanzelfsprekend mee. Er komen tv-spotjes langs die vertellen dat jongens meer moeten bewegen. Voor zoveel kinderen is het fysieke een zo vanzelfsprekende taal om je mee uit te drukken. Dat leren we ze af in het onderwijs. Dat is toch heel vreemd.’

Je neemt deel aan een leergemeenschap dans in het PO. Een vraag waar jullie mee aan de slag gaan is vakoverstijgend werken of vakkenintegratie en de positie van dans daarin. Welke vragen spelen bij jou rondom die thema?

‘Ik denk dat het heel erg goed is dat we in het onderwijs actiever over muurtjes heen gaan kijken bij andere gebieden. Waar zitten de overeenkomsten? Waar zit de samenhang? De praktische uitwerking op de vloer met allerlei werkvormen; daar komen we wel uit. Ik zou de discussie willen voeren over de meer fundamentele vraag: welke rol vervult dans in dat opzicht? Hebben we het over vakintegratie? En bedoelen we dan: het ene vak is een middel om doelen van het andere vak te behalen? Of bedoelen we: de vakken zijn gelijkwaardig aan elkaar? Of bedoelen we: we willen werken aan onderzoekend vermogen en het maakt eigenlijk niet uit met welke leerinhouden je dat doet. Dus dans als doel, middel of gelijkwaardige partner? Dat is een hele fundamentele vraag in het onderwijs.’ 

‘En als het bij vakoverstijgend werken gaat over het aanleren van allerlei 21e-eeuwse vaardigheden;  dan moet je loslaten dat je zegt: “Ja maar … de kinderen moeten voor de volgende toets wel weten wanneer Napoleon enzovoort...” Dan richt je je onderwijs heel anders in. Dat is wel een interessante discussie want wat gaat er gebeuren in Curriculum.nu? We gaan daar ontwikkelteams krijgen met heel diverse (vak)leerkrachten -wat ik heel goed vind- die gaan werken aan het opnieuw tegen het licht houden van de onderwijsinhouden. Ook voor de kunstvakken en dus ook voor dans, en zeker in samenhang met andere leergebieden.’ 

Wat zou je (toekomstige) leerkrachten willen meegeven als het gaat over dans in de klas?

‘Sowieso zou ik heel praktisch beginnen: ga het gewoon doen. Je kan het en je doet er je leerlingen zo’n groot plezier mee. En met je klas kom je dan wel verder. Ik denk dat dat stap 1 is.’ 

Anouk van Nunen is betrokken bij de organisatie van de dansconferentie Danseducatie met kwaliteit in het PO op 28 november waar zij de presentatie verzorgt over de kennisbasis Dans in de praktijk: nieuwe ontwikkelingen in beeld.