Hedendaagse kunst als inspiratie voor het basisonderwijs

Cultuurcoördinator Jillis Verbeek
auteur
Eeke Wervers
datum
4 september 2015

Waarom zou je als kunstenaar de pabo gaan doen? En wat voor lessen en projecten ontwerp je dan? Een kijkje in de keuken bij Jillis Verbeek, kunstenaar en sinds kort leerkracht basisonderwijs.

Waarom Jillis het onderwijs is ingegaan? Hij gaf op de kunstacademie al les aan de eerstejaars en keek de kunst af van zijn eigen docenten. Een tijdje verdween het lesgeven naar de achtergrond, maar het bleef trekken. Toen hij zelf vader werd, was de keuze snel gemaakt. ‘Ik kreeg daardoor een directe link met de ontwikkeling van kinderen. Dus de pabo lag zeer voor de hand. Ik vind het basisonderwijs erg leuk. Ik had van tevoren veel ideeën over wat ik zelf wilde in de klas. Dat was soms lastig omdat je rekening moet houden met het curriculum van de pabo en van de school. Op de school waar ik een groot project heb gedaan was er bijvoorbeeld weinig tijd en weinig ruimte voor kunst en cultuur. Het is een school zoals vele scholen in Nederland. Toch ontstond er gedurende het project veel ruimte voor creativiteit.’ Er ontwaakte iets bij de leerlingen. Alleen de tijd om deze ruimte blijvend ‘in te richten’ bleef helaas ontbreken.

Rollen

Jillis vindt het belangrijk om uit te gaan van de leerlingen zelf , om les te geven met ruimte voor de eigen ontwikkeling van kinderen. ‘Je moet een visie op onderwijs hebben, net als een afgestudeerde architect een visie op architectuur heeft. Ik heb voor mijn afstudeerproject bijvoorbeeld een vakoverstijgende lessencyclus ontworpen, waarbij kinderen werken vanuit een bepaalde rol. De zeven rollen die ik heb gekozen zijn journalist, onderzoeker, beschouwer, architect, uitvinder, schrijver en kunstenaar. Elke les kreeg een kind een andere rol. Dat was ter introductie, maar naar verloop van tijd werden meerdere rollen tegelijkertijd aangesproken gedurende een les naar aanleiding van eigen inbreng van leerlingen.’

‘De rollen hangen samen met beroepsrollen die ik vereenvoudigd en met een eigen jargon heb geïntroduceerd. De journalist bijvoorbeeld maakt een verslag van de les. De les daarop leest hij zijn verslag voor. Dat levert een reflectie op de les op en tegelijkertijd leert dat kind presenteren. Ik zie de kunstenaar daarbij als de ultieme rol, de kunstenaar integreert al die andere rollen. De basis van Zo’n project werk ik van tevoren uit. Gaandeweg verwerk ik de opmerkingen en vragen van leerlingen in volgende stappen binnen het project. Uiteindelijk werkt ieder kind aan een eigen kunstwerk in de rol van kunstenaar.’

Haren omhoog

‘Ik gebruik graag kunstwerken van hedendaagse kunstenaars on kinderen te inspireren en uit te dagen. Ik heb bijvoorbeeld het filmpje Air Bear van Joshua Allen Harris laten zien. Dat filmpje gaat over een beer gemaakt van plastic zakken aan een rooster boven de ondergrondse metro. Iedere keer als er een metro langskomt, neemt de beer zijn vorm aan.’

‘Heel bijzonder om te zien, daardoor gaan de haren op hun armen recht omhoog staan.’ Naar aanleiding van dat filmpje schrijven de leerlingen gedichten over de beer en doen proefjes met buizen, lucht en knikkers. Naar aanleiding van de vraag van een leerling of je een metro naar de andere kant van de aarde kunt maken, kwam de les op aardlagen. Dat resulteerde in een kunstwerk met aardlagen van snoep. ‘Dit soort lessen sluit aan bij de belangstelling van kinderen en nodigt hen uit om met creatieve oplossingen te komen.’

Kaders

Jillis vindt het belangrijk kinderen binnen bepaalde kaders iets nieuws te laten bedenken. ‘Dat heb ik mijn eigen opleiding ook gedaan. Ik heb monumentale kunst gestudeerd en maak kunst voor openbare ruimtes. Dat is geen autonoom werk, er is altijd een relatie met de wijk en de omgeving. Je werkt vanuit een vraag uit de maatschappij, daar geef je als kunstenaar invulling aan. Die manier van werken pas ik nu toe in het onderwijs in combinatie met de rollen. Ik zou het liefste werken met een praktijkbureau op school, waar opdrachten van buiten binnenkomen en waar je dan met de leerlingen antwoorden op zoekt.’

Jillis raadt leerkrachten aan mee te doen aan wedstrijden die leerlingen uitdagen creatief te zijn. Een voorbeeld daarvan is de FIRST LEGO League. Leerlingen ontwerpen naar aanleiding van een thema een robot. Een thema was bijvoorbeeld natuurrampen. Dan ga je op onderzoek. Het blijkt dat er steeds meer natuurrampen voorkomen. Komt dat door wat wij de aarde aandoen? Welke rampen zijn er eigenlijk? Daarbinnen gaan kinderen creëren en ontwerpen een robot die kan worden ingezet tijdens een natuurramp. Er worden prachtige schetsen gemaakt waarmee je een tentoonstelling in een galerie zou kunnen vullen. Zo had een leerling bijvoorbeeld een ziekenhuisbed ontworpen, die aardbevingsbestendig was. Hij koos geen doorsnee A4’tje om het bed en de kamer eromheen te tekenen, maar een lang geel papier. Hij hield het verticaal en tekende helemaal onderin het bed. Prachtig, want het lange papier versterkt het gevoel van een aardbeving en de gevolgen die het kan hebben voor een bed op die plek.

Hedendaags

Jillis onderzoekt welke rol hedendaagse kunst in het onderwijs kan spelen. Hij vertelde zijn leerlingen bijvoorbeeld het verhaal van een kunstenaar die met zijn werk de herkomst van al die goedkope spijkerbroeken die wij in het Westen dragen beeldend onder de aandacht wist te brengen. Die spijkerbroeken worden in China tegen hele lage lonen en met veel vervuiling geproduceerd. De kunstenaar heeft heel veel van die goedkope ‘made in China’ spijkerbroeken opgekocht en ze vervolgens met een vliegtuig weer teruggegeven aan de Chinese mensen door ze boven hun land uit het vliegtuig te strooien. Die performance is met een mooie film en veel foto’s vastgelegd.

Leerlingen Jillis observeren

‘Kinderen snappen goed waar dat over gaat. Kinderen zijn sterk met het hier en nu verbonden en maken daardoor gemakkelijk een connectie met hedendaagse kunst. Vanuit een zelfde energie gaan de leerlingen aan de slag met lastige vragen en creatieve antwoorden. Ook kunst uit eerdere eeuwen kan een antwoord geven op je vraag en kan dus ook hedendaags zijn of weer worden. Daardoor verbind je die kunst ook met het heden. Daar leren kinderen toch veel meer van dan van een lesmethode van meer dan vijf jaar oud?’

Cultuurcoördinator

Jillis is cultuurcoördinator omdat hij op de pabo de minor kunst en cultuur volgde. ‘Ik zie als rol van de cultuurcoördinator niet zozeer het in kaart brengen van de culturele omgeving, maar veel meer kijken naar de inspiratie en belangstelling van je collega’s. Een collega die bijvoorbeeld in mode geïnteresseerd is, kan daar een educatief programma omheen ontwikkelen, met lessen, een bezoek aan modeatelier of museum. Dan werkt hij of zij vanuit persoonlijke belangstelling en zal enthousiast voor de groep staan. Wanneer diezelfde leerkracht vanuit het thema architectuur moet werken, missen zijn of haar lessen die kracht.’

Bij de samenstelling van een schoolteam zou je de verschillende talenten moeten inzetten en combineren. Dan kun je samen echt vernieuwend onderwijs maken. Helaas is het vaak zo dat een schoolbestuur gaat over de plaatsing van leerkrachten, en niet zozeer de directeur van de school. Jillis: ‘Ik merk overigens wel dat onderwijs zoals je dat vroeger zelf hebt ervaren, diep geworteld zit. Ouders en ook leraren vinden een school vaak goed als die lijkt op de school waar ze vroeger zelf op hebben gezeten. Dat staat vernieuwing vaak in de weg.’

Lesideeën

Bij Jillis borrelen de lesideeën omhoog. Hij vindt dat leren teveel in de klas wordt gedaan. Hij ziet liever een relatie met het echte leven en de omgeving waarin kinderen opgroeien. ‘Een mooi voorbeeld vind ik het opheffen van een buslijn in een landelijk gebied. Het opheffen van zo’n dorpsbus betekent vaak dat oudere mensen niet meer naar de stad kunnen. Op de plaatselijke dorpsschool kan dit nieuws aanleiding zijn tot mooi educatief onderwijs. Onderwijs waarbij het kan zijn dat je de volgende dag met de leerlingen posters in de bushokjes aan het ophangen bent, die pleiten voor het behoud van de bus. Inclusief een voorstel voor een oplossing voor dit probleem. De leerlingen uit dit voorbeeld hadden bedacht om heel veel reclame op de zijkant en op het dak van de bus te plaatsen om de kosten te dekken. Dus moesten ze op zoek naar adverteerders. Dat vind ik dat een mooi en eenvoudig voorbeeld van educatie.’ Onderwijs dat nooit meer hoeft te stoppen. Zo’n project kan alleen maar groeien en groeien. Voor je het weet maken ze hun eigen website.

Naast meer aandacht voor kunst en cultuur zou ook Oriëntatie op jezelf en de wereld meer aandacht moeten krijgen. Jillis: ‘Ik hoorde in het nieuws dat de steur weer in de Rijn uitgezet is. Die vis kan heel groot worden, wel zes meter. Het is echt een monster dat kinderen beslist tot de verbeelding spreekt en vroeger ook al gedaan heeft. Je zult zo’n vis maar op de kant zien liggen als je klein bent. Daar kun je zowel bij de kunstvakken als bij OJW veel mee doen. Ook de 21e eeuwse vaardigheden kun je erbij inzetten. Want die horen natuurlijk niet alleen bij de kunstvakken, maar juist ook bij OJW. Bij zo’n voorbeeld van de steur kun je allerlei opdrachten bedenken en aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen, dat is het uitgangspunt. Er ontstaat zo een nieuwe vorm van creatieve wetenschap die past bij deze tijd.’