Een plafond voor talent

Poernima Gobardhan
auteur
Finn Minke
datum
17 oktober 2017

Je zou het niet zeggen als je haar jonge koppie ziet, maar Poernima Gobardhan richtte tien jaar geleden al haar eigen Indiase dansschool op. Ze was toen 15 jaar. Ik ontmoet Poernima in haar rol als cultuuradviseur voor het Haagse stadsdeel Segbroek. Dat werk doet ze ‘erbij’ – omdat het bepaald niet eenvoudig is om met Indiaas dansen je brood te verdienen. Zelfs niet als je jong, vernieuwend en talentvol bent.

‘Ik geloof niet in KAN NIET, dus er komt vast een weg.’

Het Indiase dansveld in Nederland is klein. Het bestaat vooral uit dansdocenten, hun leerlingen en een handvol semiprofessionele dansers, die tegelijk vaak ook docent zijn. Slechts een zeer klein aantal dansers maakt ook eigen stukken. Poernima Gobardhan is er een van. Daarnaast is ze ook dansdocent en adviseur Werelddans bij CultuurSchakel. Ze vertelt: ‘Er zijn veel goede Indiase dansers in Nederland die niet verder komen dan werken als docent. Er zijn geen mogelijkheden. Er is nauwelijks een professioneel veld.’

Beperkte doorgroei

Klassiek Indiaas dansen leren doe je niet zomaar. Het vraagt een enorme investering in tijd en energie. Wie zich deze kunstvorm werkelijk eigen maakt, leert niet alleen dansen, maar ook zingen, muzikale ritmes en de beheersing van een scala aan emoties. Poernima: ‘Indiase dans is een mooie kunstvorm, maar ook eentje die bijzonder diep is gegrond in traditie. Het is meer dan dans alleen: het heeft een hele muzikale kant en dat vergeten veel mensen [docenten, red.]. In India zijn zang en ritme automatisch bij de les inbegrepen.’

Binnen de meeste Indiase dansscholen in Nederland blijft het onderwijs beperkt tot letterlijk dansen. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat dansles over het algemeen betekent dat leerlingen een uurtje of twee per week naar een dansschool gaan. Daar is niks mis mee, maar zo’n tijdsinvestering is verre van genoeg om de gelaagdheid en de verschillende dimensies van Indiase dans echt te leren beheersen. Terwijl een diepere kennis van de dans wel nodig is om zelf choreografieën en dansstukken te kunnen maken. 

Hobby en hoge kunst

Poernima vindt het noodzakelijk om in haar lessen diepgang aan te brengen. Als ze lesgeeft, praat ze soms meer dan dat ze danst met haar leerlingen. ‘In Nederland is Indiase dans vooral een hobby; in India is het een vorm van hoge kunst. Als danslessen meer inhoud krijgen en leerlingen triggeren in de mogelijkheden om iets aan hun publiek over te brengen, dan krijgt de dans een veel hoger niveau. Kennis van en over de dans geeft een prikkel om verder te leren.’ 

Overigens geeft internet hierbij een impuls die de dansvorm goed doet. Hindoestaanse Nederlanders hebben via filmpjes en vlogs meer contact met (beroepsmatige) dansers in India en laten zich hierdoor inspireren. Rukmini Vijayakumar bijvoorbeeld is een internationaal beroemd danser/choreograaf die via Instagram duizenden volgers wereldwijd laat meekijken in haar leven. Daarin heeft gedisciplineerde, zeer serieuze dansbeoefening een vanzelfsprekende plaats – maar tegelijkertijd zie je haar als heel herkenbaar en toegankelijk persoon bijvoorbeeld een straatbeeld omhelzen (All the dumb things we do when traveling). Poernima: ‘Een paar generaties terug was Indiase dans nog uitsluitend ontzettend precies en traditiegetrouw. Rukmini maakt het luchtiger. Ze haalt het naar de moderne tijd en is voor veel jongeren inspirerend. Jongeren die vervolgens meer lessen gaan volgen en meer willen leren over de kunstvorm.’ 
Rukmini Vijayakumar op Instagram

Moderne mengvormen

Ook in dansscholen wordt de klassieke stijl vaak gecombineerd met andere, gemakkelijker aan te leren dansen. Veel dansdocenten verruimen hun klassieke aanbod met stijlen die een minder intensieve training vragen. Mengvormen met moderne- en musicaldans zijn een goede manier om meer mensen aan te trekken – die in tweede instantie ook geïnteresseerd kunnen raken in de klassieke stijlen. 

Vooral in de grootstedelijke Hindoestaanse cultuur is Bollywood-filmdans populair. Wie kent niet de vrolijke kleuren, de gekke danspasjes en de eindeloos lachende gezichten uit de Indiase musicals? Lekker over de top, veel glitters en veel sexappeal. Dat trekt jongeren die, ook zonder professionele podiumambities, plezier beleven aan dansen. Overigens is de Bollywood-dans op zichzelf al een smeltkroes van stijlen. In de allereerste Bollywood-films werd vooral gedanst in India’s klassieke- en volksdansstijlen. In de jaren tachtig veranderde dit, mede onder invloed van westerse invloeden, de discocultuur en de komst van MTV. Inmiddels heeft Bollywood zich ontwikkeld tot een fusion waarin elementen van klassiek, folk, jazz, hiphop, oriëntaalse (buik)dans en latin zijn terug te vinden.  

Professionalisering

Als adviseur werelddans bij een regionale steunfunctie heeft Poernima veel contacten en zicht op de vragen die leven in ‘het veld’. Vanuit CultuurSchakel ondersteunt ze docenten door hen actief op te zoeken in de wijk en zichzelf kenbaar te maken als vraagbaak en spiegel op hun blinde vlekken. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om subsidie aan te vragen. ‘Dansdocenten zijn harde werkers die zich inzetten vanuit passie. Geld is dan bijzaak. Maar natuurlijk moet er ook brood op de plank komen, anders kun je dit werk niet blijven doen. Soms vallen lesgroepjes uit elkaar omdat docenten de kosten voor zaalhuur niet kunnen opbrengen. Ze weten niet dat ze bij ons terecht kunnen met vragen over hoe je kunt professionaliseren.’ 

Wanneer de randvoorwaarden voor lessen onvoldoende geregeld zijn of telkens een uitdaging vormen, is er weinig ruimte voor ontwikkeling. Op die manier vervlakt het veld. Docenten hebben soms jarenlange ervaring zonder te groeien in hun vak. Dat geldt ook voor dansers. Poernima: ‘Ik merk dat dansers zich artistiek niet ontwikkelen. Ze zijn hard bezig en fysiek in goede conditie, maar innovatief gezien blijven ze op hetzelfde niveau.’ Er zijn veel dertigers-dansers met een voorbeeldrol voor de jongere generatie, alleen er is nauwelijks coaching of uitwisseling onderling. 

Uitwisseling en inspiratie

Ook samenwerken met andere disciplines gebeurt weinig. Traditioneel dansen klassieke dansers op live muziek, maar in Nederland zijn nauwelijks Zuid-Indiase muzikanten te vinden – of ze zijn te duur. ‘Uitwisseling tussen dansers en muzikanten zou het veld inspireren.’ In haar eigen dansschool heeft Poernima veel aandacht voor verschillende invalshoeken en stijlen om haar leerlingen te inspireren. Ze zoekt samenwerking met choreografen, dansers en muzikanten uit andere dansdisciplines. Bollywood en bharatanatyam vormen de basis, maar lessen worden verrijkt met moderne dans, ballet en hiphop. Daarbij neemt Poernima de academische regels graag een beetje ruim. Net zo belangrijk zijn experimenten met kostuums, bewegingspatronen en muziek. 

Ondanks haar goed lopende dansschool, zou Poernima het liefst fulltime dansen en haar eigen stukken maken. ‘Later als ik oud ben, wil ik wel docent worden, maar nu nog niet!’ Toch is ze optimistisch en vol vertrouwen in de toekomst: ‘Ik geloof niet in kan niet, dus er komt vast een weg.’ 

Dansschool Pretima Ke Dewashrie van Poernima Gobardhan

Lees ook Finn's andere blog In de schatkamers van Indiase dans