Cultureel Vermogen: cultuur als communicatieproces

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 29 oktober
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Cultureel vermogen is een nieuwe manier van kijken. Daarbij draait het niet om de vraag wat cultuur is, maar wat cultuur doet. Voor professionals in cultuureducatie en -participatie kan dat een nieuwe invalshoek op hun werk zijn.

‘Als je niet weet hoe een kaleidoscoop werkt, zie je maar één beeld. Maar als je weet dat je eraan kunt draaien, zie je onbeschrijflijk veel beelden.’ Weten op welke manieren je allemaal naar de wereld om je heen kunt kijken, dat is in een notendop Cultureel Vermogen.

Cultuur als proces

Geert Drion is extern (co)projectleider van de landelijke Proeftuin Cultureel Vermogen. In de inleiding van alweer het vijfde LKCAtelier licht hij het begrip Cultureel Vermogen toe. ‘Het gaat niet om de vraag wat cultuur is, maar om wat cultuur doet. Dus om cultuur als proces.’ Meer specifiek gaat het om een communicatieproces. Het is de manier waarop mensen cultureel vorm geven aan hun omgeving en aan samen leven. Dat doen ze met het voor cultuur kenmerkende communicatiemiddel van de verbeelding.

Om vorm te geven aan cultureel samenleven, heb je cultureel vermogen nodig. Anders gezegd: mensen moeten de taal van de verbeelding leren spreken en verstaan. ‘En dat gebeurt alleen als ze te maken krijgen met iets wat ze nog niet kennen. Als ze worden verrast en uitgedaagd door iets wat ze niet verwachten. Iets wat prikkelt om dingen anders te bekijken’, vertelt Drion. Dus alles wat even de maat der dingen opschudt. Pascal Gielen, hoogleraar cultuursociologie, noemt het daarom onmaat.

Vier elementen in Cultureel Vermogen

Het stimuleren van cultureel vermogen zou de inzet moeten zijn van cultuureducatie en cultuurparticipatie, stelt Drion. ‘Doel van ons werk wordt het arrangeren van uitdagende ontmoetingen die de verbeelding aanspreken.’ In die ontmoetingen zijn vier elementen belangrijk:

  1. cultuur begrijpen: cultuur (zelf)bewust waarnemen en begrijpen hoe je daar zelf door bent gevormd;
  2. ervaren van culturele verschillen en daar speels mee omgaan;
  3. maken en eigen maken van uitingsvormen; en
  4. deelnemen aan het culturele leven en samen nieuwe uitingsvormen maken.

Deze vier ingrediënten houden elkaar voortdurend in beweging. ‘Er is geen vaste volgorde. Je kunt op elk punt starten of eindigen, in een eindeloze loop.’

Werk vernieuwen en legitimeren

Cultureel Vermogen leert niet alleen mensen op een nieuwe manier kijken. Het helpt ook professionals in cultuureducatie en cultuurparticipatie hun werk te vernieuwen en (nog) beter te legitimeren. Bovendien bevordert het co-creatie: via de vier elementen geef je samen invulling aan de lemniscaat.

Van begin 2020 tot eind 2021 lopen met subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie vier proeftuinen. In die proeftuinen proberen instellingen het werken vanuit het concept Cultureel Vermogen uit. Ze arrangeren ontmoetingen (uitvoerend niveau), lichten hun eigen organisatie door vanuit deze nieuwe bril (organisatieniveau) en proberen tot agendavorming te komen (beleidsniveau).

Noord (Kunst & Cultuur) verkent alle drie niveaus en werkt onder meer aan een cursus voor cultuurambtenaren en bestuurders. Cultuur Oost richt zich op ontmoetingen tussen inwoners en cultuurbeleid voor jongeren. Zuid (Kumulus, Universiteit Maastricht en Huis voor de Kunsten Limburg) heeft deelprojecten voor deelnemers en visievorming. West ten slotte werkt aan muziekmaakplaatsen (Muziekschool Amsterdam en De Waag) en een leergemeenschap inclusie (Mocca).

Alle proeftuinen worden gemonitord en onderzocht. Daarbij ligt de focus meer op de professional dan de deelnemers: groeit hun reflectief vermogen en helpt deze aanpak om het aanbod te verbeteren?

Een kader om in gesprek te gaan

Wat doen we eigenlijk en waarom leggen we juist op deze elementen zoveel nadruk? Wil je die handhaven of juist aanpassen? Met die vragen in het achterhoofd leggen deelnemers hun eigen aanbod langs de lat van de lemniscaat. Dat blijkt nog een lastige klus. De elementen begrijpen en ervaren vinden ze eenvoudig te herkennen. Maar waar leg je precies de grens tussen maken en deelnemen?

Leerlingen ideeën laten uitwerken in een zelfgekozen discipline, is dat nou vakje 3 of 4? En jongeren hun kunsten laten presenteren aan een breder publiek, hoort dat wel of niet onder deelnemen aan het culturele leven?

‘Om het model te leren hanteren, helpt het als er uitgewerkte praktijkvoorbeelden bij komen’, menen de deelnemers. Ze vinden het een nuttig instrument om je als professional bewuster te maken van wat je doet en waarom. Het kan de blik op je eigen aanbod scherpen. Niet alleen achteraf, maar ook al in de ontwerpfase.

‘Zie het vooral als een kader om met elkaar in gesprek te gaan’, adviseert Drion. ‘Elk van de vier elementen wordt versterkt door ze te koppelen met een van de andere drie. Gebruik de lemniscaat dus niet zozeer als een checklist, maar juist als toolkit om samen met anderen je product of proces te versterken.’

Lees- en kijktips

Verdiepende literatuur

Interessante websites

A.N.D.
A New Direction: inspirerende website van deze Londense ‘vliegwielorganisatie’, met een rijke bron aan best practices, innovatieve methodieken en voorbeeldmateriaal.

Demos
Vlaams ‘nomadisch kenniscentrum’ rond brede participatieve cultuurprojecten; inspirerende bron van praktijkvoorbeelden en beschouwing.

Over LKCAtelier

Iedere donderdag tussen 15.00 en 17.00 uur openen wij het online atelier om kennis op te doen, kennis te delen, te discussiëren over actuele issues. Check www.lkca.nl/lkcatelier voor alle data, thema’s en inhoudelijke terugkoppelingen.


Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 2

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Jan van den Eijnden
Jan van den Eijnden
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: cultuurparticipatie,voortgezet onderwijs
janvandeneijnden@lkca.nl
030 - 711 51 58
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel