Hoe organiseer je in jouw gemeente een creatieve zomerweek?

Hoe organiseer je samen met gemeente, welzijn, sport, onderwijs en andere partijen een creatieve zomerweek voor kinderen en jongeren? Lees de de tips en voorbeelden uit het project Kinderen aan Zee.
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

De zomerweek Kinderen aan Zee, dat al in 7 gemeenten wordt uitgevoerd. is gericht op kinderen (9-12) en jongeren (12-15) die niet op vakantie kunnen, zoals kinderen uit arme gezinnen of van statushouders, of uit pleeggezinnen, of van ouders die ziek zijn. Projectleiders Tamara Roos (landelijk), Pauline van der Mark (Alkmaar) en Sjors van der Vlugt (Hoofddorp) vertellen over hun ervaringen.

Hoe vul je de zomerweek in?

Tamara: ‘Nieuwe steden verwachten vaak dat ik uitleg hoe het werkt. Maar het is jullie project, zeg ik dan. Er is geen blauwdruk. We hebben wel speerpunten: er is ruimte voor 50 kinderen, met een groep van 10 tot 15 begeleiders: kunstdocenten, welzijnswerkers, technici, sportdocenten en leerkrachten. Het creatieve proces staat centraal: kinderen krijgen de tijd en ruimte om hun eigen creatieve ideeën vorm te geven.’

‘De begeleiders bedenken het thema, zoals een filmpremière, ‘de stad van de toekomst’ of ‘droomwereld’. En ze leveren de materialen, camera’s, kwasten, verf, bouwmaterialen, 3D-printers, noem maar op. Dat bepaalt of de kinderen muziek maken, filmen, schilderen of bouwen. De week werkt toe naar een eindpresentatie, dat geeft enige houvast. Elke dag heeft een vast startmoment en einde, bijvoorbeeld met korte presentaties in groepjes.’

Pauline: ‘Het moeilijkst voor de begeleiders is om een kind zijn eigen ding te laten doen, terwijl je toch ondersteuning biedt. Het is belangrijk om open vragen te stellen. Wat ga je maken? Hoe zie je dat voor je? En dan steeds gerichter. Pas als ze er echt niet uitkomen, vraag je ‘Heb je hulp nodig?’.

‘Halverwege de week zakt het meestal een beetje in, dan moet je als begeleiders wel ingrijpen. Zo ontvingen we de kinderen een keer op een rode loper en interviewden ze alsof ze filmsterren waren. Dat gaf ze weer een boost.’

Sjors: In ons eerste jaar was het thema ‘Droompark’, omdat naast ons terrein een nieuw stadspark in ontwikkeling was. De kinderen maakten wat zij erin wilden, zoals schommels, hangmatten en limonadestands. Het tweede jaar richtten de kinderen hun eigen ‘Kindermuseum’ in. Hadden we een opnamestudio staan, waar ze hun eigen nummer konden produceren. En werkten ze met 3D-printers. Ergens anders stond dan een Syrisch jongetje een vogelhuisje in elkaar te timmeren. Prachtig om al die variatie te zien.’

Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

Hoe bereik je kinderen en jongeren uit achterstandssituaties?

Tamara: ‘Betrek de welzijnsorganisaties vanaf het begin. Die kennen de gezinnen waar het om gaat. En de gemeente kent de statushouders. Ook leerkrachten van scholen zijn goede tussenpersonen, die kennen alle leerlingen. Veel gaat via via, dus de netwerken die je hebt zijn cruciaal. Als mensen eenmaal betrokken zijn, blijven ze vaak heel trouw.’

Pauline: ‘Vorig jaar lukte het om de helft van de deelnemers uit de doelgroepen te werven. Ik ga dan langs bij scholen om presentaties en workshops te geven. Ook voor de ouders, want die denken vaak niet direct aan cultuur. Dat warme contact is essentieel, een flyer verdwijnt vaak in de prullenbak. We werken ook samen met het Jeugdcultuurfonds, de opvoedpoli en de voedselbank. Zo bouw je een netwerk op van ambassadeurs, waaronder de oud-deelnemers. Het is iets van de lange adem.’

‘Maar het is ook een voordeel dat het zo’n gemengde groep is. Want op het terrein maakt het niet uit wie je bent, of je vluchteling bent, of op een flat 3-hoog woont, of in een villa in Bergen. Iedereen is gelijk, en zo leren kinderen uit verschillende groepen elkaar ook kennen.’

Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

Hoe krijg je de financiering rond?

Tamara: ‘Je hebt de gemeente nodig als subsidiegever. Zeker omdat de doelgroep zelf geen geld kan inleggen. En dan niet de cultuurambtenaar in eerste instantie, maar de afdeling armoede, jeugd of welzijn, via gemeenschappelijke doelen als armoedebestrijding en participatie. We hebben ook landelijke sponsors, zoals het ministerie van VWS, Fonds21 en het VSBfonds.’

‘Voor de lokale financiering is het ‘ieder voor zich’, zoals een lokaal fonds of sponsors als de Rotary, een supermarkt of andere lokale bedrijven. Het probleem is dat die lokale fondsenwerving veel tijd kost. Daarom zoeken we nog een grote landelijke sponsor. Bijvoorbeeld een grote reisorganisatie, die klanten kunnen vragen om een kleine bijdrage voor mensen die niet op vakantie kunnen. Elk goed idee is welkom!’

Pauline: ‘Geld is elk jaar weer een uitdaging, zeker na een aantal jaar. Fondsen willen vernieuwende projecten, terwijl wij juist willen verduurzamen. En gemeenten geven ook vaak ook maar twee of drie jaar subsidie. Daarna moet je zelf je hoofd boven water houden. Dan gaat het om sponsors werven. Gelukkig geeft de gemeente Alkmaar ons wel structurele subsidie.’

Sjors: ‘Helaas gaat 50% van mijn tijd op aan financiering. Die bestaat uit vier vlakken: subsidie, sponsoring, deelnemersbijdragen (ondersteund door Stichting Leergeld) en fondsen. Daar moet je een goede mix tussen vinden.’

‘Onze gemeente is positief en ziet het belang, maar speelt geen actieve rol. Ze is geen financier, maar heeft wel een ondersteunende rol. We kunnen bijvoorbeeld kosteloos vergunningen aanvragen en de gemeente brengt partijen bij elkaar.’

Hoe werk je samen met welzijn, sport, onderwijs of bedrijven?

Tamara: ‘In veel gemeenten bestaat de behoefte om samen te werken tussen cultuur, sport, welzijn, jeugd en onderwijs. In een concreet project werkt dat beter dan algemene afspraken maken. De bedoeling van Kinderen aan Zee is dat deze organisaties daarna blijven samenwerken.’

‘Het is van belang om de verschillende partijen zo snel mogelijk aan tafel te krijgen, en dat ze samen de doelen bepalen. Het kan ook helpen als iemand van buiten zoals ik ‘boven’ de partijen staat. Elke organisatie brengt zijn eigen expertise in. Welzijn vooral de werving, en kunstencentra de kennis van kunst en kunstenaars.’

Pauline: ‘We hadden vorig jaar een aantal zij-instromers van de pabo die bij ons stage liepen. De samenwerking met de pabo vond ik interessant en wil ik verstevigen. Voor komend jaar zijn we aan het onderzoeken of we kunnen samen werken met sport.’

Sjors: ‘Het begin van de samenwerking is erg zoeken en veel uitleggen. Het is vaak moeilijk om over je eigen schaduw te stappen en buiten je organisatie te denken. Maar zodra ze een keer meedoen en het ervaren zijn ze om. Een goed voorbeeld was een jongerenwerker die eerst erg sceptisch was, maar vanaf het moment dat hij het terrein opliep zich ontpopte tot grote gangmaker.’

‘Het is goed om mogelijke partners zo open mogelijk te benaderen. Niet ‘help ons’, maar ‘wat wil jij bijdragen’. Ik merk wel een steeds grotere welwillendheid om samen te werken. Kinderen aan Zee verbeeldt die tijdgeest goed.’

Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

Hoe slecht je taal- en cultuurbarrières tussen de kinderen?

Tamara: ‘Hoe kun je met elkaar communiceren ook al spreek je elkaars taal niet? Hoe zorg je dat kinderen uit verschillende culturen elkaar beter leren kennen? Dat zijn ook belangrijke doelstellingen. De week begint niet met een mondelinge toelichting, maar wordt bijvoorbeeld verbeeld in een korte voorstelling. Of de materialen liggen klaar, zoals verf en grote doeken, zodat de kinderen zelf aan de gang kunnen, op hun eigen tempo. Zo ontstaat vanzelf interactie tussen de kinderen onderling en met de begeleiders. Culturele verschillen komen bijvoorbeeld naar voren bij verschillende ritmes in de muziek, dan zie je dat de kinderen die van elkaar overnemen.’

Sjors: ‘Ze merken dat ze allemaal kinderen zijn, hoe verschillend ook. Ze zijn alleen bezig met het samen maken, en dan vallen alle verschillen weg. Zo ontdekken ze dat ze vrij mogen zijn. Dat ze zichzelf mogen zijn. Niemand zit ook op zijn mobieltje die hele week. Niet omdat telefoons verboden zijn, maar omdat ze te druk bezig zijn.’

Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

Hoe zorg je dat de kinderen doorgaan met kunst en cultuur?

Tamara: ‘Een week in de zomervakantie is niet genoeg. We willen dat de kinderen doorstromen in reguliere culturele activiteiten en hun talenten blijven ontwikkelen. Een flyer of website is daarvoor niet genoeg. Je moet een persoonlijke band opbouwen met kinderen én ouders. We organiseren nu terugkomdagen, zo snel mogelijk na de week, als de herinneringen nog vers zijn. Daar geven lokale aanbieders workshops en kunnen kinderen zich direct inschrijven. Ook helpen we ouders om financiële hulp te kunnen krijgen.’

Pauline: ‘We hebben nu een aantal kinderen gevraagd die Kinderen aan Zee hebben gedaan om mee te denken over activiteiten het hele jaar door. Wat zouden zij willen doen? Welke vriendjes en vriendinnetje willen ze uitnodigen? En vertel je het door op school? We gaan nu workshops geven vanuit het gedachtegoed van Kinderen aan Zee. En het Jeugdcultuurfonds biedt dan direct financiële ondersteuning voor geïnteresseerde kinderen.’

Sjors: ‘Dat is tot nu toe nog matig gelukt. We hebben drie terugkomdagen georganiseerd met workshops, en daar kwamen 8 van de 32 jongeren naar toe. Twee daarvan heb ik daarna teruggezien bij de reguliere lessen. Volgend jaar organiseren we twee weken na de zomerweek een grote afsluiting met presentaties van verschillende partijen, met de mogelijkheid voor kinderen om zich in te schrijven. Ook willen we de doorstroom beter gaan monitoren, zodat we het effect van onze activiteiten beter in kaart hebben.’

Kinderen aan Zee
© Kinderen aan Zee

Hoe zorg je voor landelijke kennisdeling?

Tamara: ‘Twee dagen per jaar komen alle betrokken organisaties en gemeenten bij elkaar om te evalueren. Dan bespreken we ook nieuwe ontwikkelingen en thema’s, de doorstroming en de financiering. En we hebben een intern communicatiekanaal waarop we in contact blijven.’

Achtergrond Kinderen aan Zee

Tamara: ‘In 2015 werd Alkmaar aan Zee voor het eerst georganiseerd. Verschillende partijen uit cultuur, sport, welzijn en onderwijs hadden de behoefte om samen te werken. De gemeente wilde een zomerschool organiseren en dat bood kansen. Scholen waren enthousiast met de kans om kinderen anders te laten leren. Niet vanuit de schoolbankjes, maar door dingen te doen, door te ontdekken en experimenteren. De eerste editie was een succes. Het Jeugdcultuurfonds zag de potentie en adviseerde om andere gemeenten te betrekken. Zo ontstond de stichting Kinderen aan Zee.’

‘Purmerend en Arnhem waren de eerstvolgende gemeenten. Ook daar bestond de behoefte om samen te werken tussen cultuur, sport, welzijn en onderwijs. We kregen subsidie van het ministerie van VWS voor onderlinge kennisdeling. Hoe meer gemeenten en organisaties meededen, hoe rijker worden die opbrengsten. We verwelkomen elke nieuwe gemeente met open armen!’
Download ‘Kinderen aan Zee in het kort’

Geïnspireerd? Zelf meedoen aan Kinderen aan Zee?

Neem contact op met Tamara Roos: info@kinderenaanzee.nl

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder