Feiten en cijfers sport en cultuur

Kennisdossier sport en cultuur

Nederlanders van 12 jaar en ouder besteden na mediagebruik (20,9 uur per week) het grootste deel van hun vrije tijd aan zogenaamde 'recreatieve activiteiten', zoals uitgaan, uitstapjes, sport- en cultuurdeelname en het beoefenen van hobby's. Hiervoor reserveren zij 13,5 uur per week. (Bron: TBO 2011, SCP en CBS)

Sport- en cultuur: bezoek en/of participatie

Het SCP stelt dat sport meer beoefenaars telt dan cultuur, en cultuur meer bezoekers heeft dan sport. Dat staat in de factsheet 'Wie doen er aan sport en cultuur?' (2013), met gegevens uit de Vrijetijdsomnibus (2012). 

Evenveel mannen als vrouwen doen aan cultuur (40% 12x per jaar), maar sportbeoefening is iets meer het terrein van mannen. Ondanks deze verschillen zijn actieve en passieve sport- en cultuurparticipatie niet uitsluitend voorbehouden aan één van de seksen.

73% van de volwassenen (12 t/m 80 jaar) sport twaalf keer per jaar. En 40% van de groep volwassenen beoefent twaalf keer per jaar een (of meer) van de cultuurdisciplines. De populairste disciplines zijn beeldende kunst (20%) en muziek (18%). 

Weinig verschil zien we tussen de sportdeelname en geslacht. Mannen (74%) en vrouwen (71%) voldoen in dezelfde mate aan de norm van ‘twaalf keer per jaar sporten’. De verdeling bij cultuurdeelname loopt meer uiteen: 35% van de beoefenaars is man; 45% is vrouw. Beoefening van en bezoek aan sport en cultuur is blijkbaar weinig aan sekse gebonden. De deelname eraan is wel hoger onder jongeren en hogeropgeleiden dan onder ouderen en lager opgeleiden. Dit patroon hebben sport en cultuur met elkaar gemeen.

Hebben sporters wat met cultuur, en andersom? Of ander geformuleerd: in hoeverre gaat het bij liefhebbers van sport en liefhebbers van cultuur over dezelfde personen? Bijna de helft van de bevolking (48%) brengt minstens één keer per jaar een bezoek aan sport en aan cultuur. Bij toeval is ook 48% minstens één keer per jaar beoefenaar van zowel sport als cultuur.

Minder mensen geven regelmatig uiting aan hun interesse in sport én cultuur. Een derde van de bevolking beoefent minstens twaalf keer per jaar zowel sport als cultuur.

Gaan sporten en kunstbeoefening hand in hand?

Het LKCA onderzocht in april 2014 of georganiseerde kunstbeoefening samengaat met georganiseerde sport (Vinken, 2014). Uit een peiling onder ruim 750 amateurkunstbeoefenaars blijkt dat mensen die individueel aan kunst doen, vaker individueel sporten en dat mensen die in verenigingsverband kunst beoefenen vaker sporten bij een vereniging. Toch is het verband tussen de vormen van georganiseerde kunst en sport niet sterk genoeg om conclusies te kunnen trekken over de overlap tussen de verschillende vormen van kunst- en sportbeoefening. (Bron: Samen Scoren!, LKCA, 2014).

De publicatie 'Samen Scoren' van het LKCA gaat dieper in op de zoektocht naar de verbinding tussen de twee beleidsterreinen. In het hoofdstuk over financiën bijvoorbeeld, worden gemeentelijke en -rijksuitgaven voor sport en cultuur naast elkaar gezet.

Meer informatie

Factsheet Wie doen er aan sport en cultuur? (SCP, 2013) 
Sport en cultuur: samen scoren! (LKCA, 2014)