We hebben geen budget, maar…

Gastblog

Derek Otte
auteur
Derek Otte
datum
14 juni 2017

‘Er komen zeker 100 mensen, dus het is goed voor je naamsbekendheid. Natuurlijk nemen we je ook mee in de online promotie van ons event en je mag iemand meenemen.’ Een paar jaar geleden waren zulke mailtjes geen uitzondering in de mailbox van spokenword-artiest Derek Otte. Hij vond het niet erg: hij greep iedere gelegenheid om op te treden met beide handen aan.

Ik kan mij de jaren dat ik mijn eigen reiskosten betaalde om na anderhalf uur rijden ergens in Lutjebroek voor tientallen mensen op te treden, goed herinneren. Vaak was zo’n evenement supersympathiek, georganiseerd door mensen die oprecht fan van mijn werk waren en er zelf ook geen stuiver aan overhielden. Ik krijg zulke mailtjes niet vaak meer, maar als ik ze krijg, pik ik dit soort ‘lieve’ aanvragen eruit. Voldoening is ook een vergoeding, al ben ik inmiddels al een hele tijd ZZP’er. Dus: naast artiest, ook ondernemer. Dan helpen mailtjes als die aan het begin van mijn verhaal niet.

Mijn kunst kost

Vaak zijn ze ook afkomstig van organisaties of individuen met hele mooie maar oneerlijke verhalen. Organisatoren die zelf een bedrag met drie nullen overhouden en jou ‘geboekt’ hebben voor het astronomische bedrag van €50,- bijvoorbeeld. Gerenommeerde organisaties met miljoenen aan subsidie, die jou inhuren voor €25,- per uur en je daarna ook nog eens opzadelen met onnodig ingewikkelde administratieve ellende. Ik ben -op z’n Rotterdams- vaak genaaid. Niet erg, leer je van, maar ik heb vaak op (veel te weinig) geld moeten wachten of er achteraf om moeten bedelen.

Geld is niet alles en kunst komt uit je hart, dat weet ik ook wel, maar de keren dat ik dat mijn huisbaas vertelde, ging er toch echt niets van mijn huur af. Met andere woorden: mijn kunst kost. Mij tijd en energie, jou (als je me inhuurt) geld. Behalve als je zelf artiest bent en ook amper verdient. Behalve als je een goed doel hebt. Behalve als de klus portfolio-matig interessant is. Een bevriende collega zei laatst: is er geen poen, kunnen plezier en prestige nog altijd het verschil maken. Dat dus. 

Spoken word: breed toepasbare kunstvorm

Gaandeweg heb ook ik ontdekt dat het in de kunst- en cultuurwereld doorgaans moeilijk is om geld te verdienen. Helemáál in spokenword-land, waar mensen vaak met een hele fijne intentie (maar ook met extreem weinig middelen) podia opzetten. Vandaar dat ik besloten heb om mijn woordenschat ook aan te boren voor commerciële klussen. Ik kan ze niet allemaal aannemen (ik eis volledige vrijheid in de invulling, ik moet een gevoel bij het onderwerp hebben en er zijn dingen die ik gewoon niet doe) maar de lijst met samenwerkingspartners groeit gestaag. Niet alleen kan ik op die manier zelfstandig voorzien in mijn levensonderhoud; het zijn vaak uitdagende opdrachten, buiten m’n eigen kaders (dus mijn netwerk groeit ermee), het maakt -ook voor andere artiesten handig!- duidelijk dat de kunstvorm breed toepasbaar is en: ik ‘bewaak’ er mijn ‘eigen’ kunst mee. 

De p’s van plezier en prestige 

Door een evenwicht tussen werk in opdracht en werk vanuit hart en ziel (het vrije werk voor op podium of papier en mijn andere activiteiten), kan ik namelijk leven van mijn talent en tegelijkertijd maken wat ik ook mooi vind maar wat minder goed verdient. Het plaatsen van gratis werk op social media. Het optreden met eigen werk. Het maken en verkopen van boek(en) via Uitgeverij Rorschach die goede vriend, mentor en collega Manu van Kersbergen en ik oprichtten. Het organiseren van mijn eigen podium Paginagroots en het verzorgen van taallessen: het is net zo hard (of zelfs harder) werken maar het zijn meer de p’s van plezier en prestige dan de p van poen. Moet dit in mijn ogen de oplossing zijn voor iedereen? Natuurlijk niet. Het grotere plaatje kan echt veel beter. 

Uitdaging voor de toekomst

Ik daag de vaak verouderde en weinig diverse subsidiekolossen uit om met nieuwe ogen te kijken naar de huidige generatie artiesten en organisatoren. Waar kun jij van ze leren, waar kun jij ze faciliteren? Waarom bereiken zij de jongere doelgroepen wél? Durf je de gelijkwaardige samenwerking aan? Jouw kennis, netwerk en budgetten te delen? 

Tegelijkertijd daag ik de makers van nu uit. Ben je bereid om nog meer tijd en energie te steken in je business? Durf je daar vervolgens ook eigen geld in te steken? Of is subsidie-denken voor jou de enige manier? Bemoei jij je middels adviesorganen en debatten tegen de huidige stand van zaken aan, ook in het voordeel van collega’s? De antwoorden geven onze toekomst vorm (en inhoud).

vt