Tips voor culturele aanbieders

Kinderen in het speciaal onderwijs hebben een veilige omgeving nodig. De verschillende beperkingen vragen echter ook een andere aanpak bij het ontwikkelen van het aanbod. Daarom een overzicht van aandachtspunten die voor elke doelgroep wenselijk zijn, en specifieke tips voor kinderen met een specifieke beperking.

Bron: Zicht op… Speciaal onderwijs en cultuureducatie 

Voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs gelden algemene aandachtspunten op pedagogisch, didactisch en organisatorisch vlak. 

Pedagogische aanpak 

  • Kinderen in het speciaal onderwijs hebben een veilige omgeving nodig. Pas daarvoor simpele basiscommunicatieve aspecten toe, zoals aandacht geven, aankijken, juiste taal gebruiken en met een open blik een boodschap ontvangen en initiatieven bevestigen. Dit zijn belangrijke voorwaarden. 
  • Kinderen met zo'n ontvankelijke houding hebben ook structuur nodig. Doel, werkwijze en wat wel en niet mag moet vooraf duidelijk zijn. Stel duidelijke regels op in de vorm van een wensen- en grenzenlijstjes: Wat wordt van jou verwacht? Wat kan echt niet? Wat is handig om te vragen? Hoe doe je dat? 
  • Zorg voor een prikkelarme omgeving, zodat de aandacht alleen gericht is op die prikkels waar het juist om gaat. 

Didactische aanpak

  • De duur, intensiteit en aard van de activiteiten moeten afgestemd worden op leeftijd, niveau, interesse, belangstelling, taalniveau en tempo van de beoogde doelgroep. 
  • Inhoudelijk is het van belang te doseren, zowel in hoeveelheid als moeilijkheidsgraad, snelheid en het moment van aanbieden. Vraag of het kind begrijpt wat gezegd is of laat het herhalen. 
  • Ook kan een andere manier van presenteren al helpen. Bijvoorbeeld schematisch, logisch, beeldend, concreet, met variatie in taal- en woordkeuze, door een beroep te doen op andere zintuigen (visueel, auditief, kinesthetisch). 

Organisatorische aanpak 

  • Organisatie heeft te maken met mens, materiaal, tijd en ruimte. 
  • Denk aan de hoeveelheid mensen met wie de activiteit plaatsvindt, de geboden ondersteuning per deelnemer en het 'type' kind. Inventariseer of er ondersteuning is van leerkrachten, onderwijsassistenten en klassenassistenten. 
  • Elk kind heeft de voorkeur voor bepaald materiaal of wil en/of mag niet werken met bepaalde materialen. Houd bij informatief materiaal rekening met taalkeuze, lettertype en moeilijkheidsgraad. 
  • Houd rekening met het tijdstip van de dag, de duur van de totale activiteit en de mo-menten van afwisseling van instructie en zelfstandige verwerking. 
  • Zorg voor een geschikte ruimte. Daarbij gaat het om de plaats, inrichting en voorzie-ningen als licht en geluid. 

Ontwikkelstoornissen

ADHD, ADD, Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD) en Gilles de la Tourette

  • Bij informatieverwerking hebben deze kinderen behoefte aan een stap-voor-stapvoorbereiding, duidelijke en korte opdrachten met visuele ondersteuning die overzichtelijk zijn in tijd en materiaalgebruik, aan extra ondersteuning bij de start en aan snelle feedback op hun tussentijdse prestaties. 
  • Bij hun gedrag is de stop-(voel)-denk-doe-strategie effectief, waarbij vooral adequaat gedrag nadrukkelijk wordt beloond, niet-adequaat gedrag soms wordt genegeerd of indien noodzakelijk gecorrigeerd. In enkele gevallen kan een time-out als prettig rust- of 'ventilatie'-moment worden ingezet om de overdadigheid aan prikkels of onrust in gedrag te kanaliseren.  

Autistische Spectrum Stoornissen (ASS)

  • Al deze kinderen vragen goede begeleiding en extra begeleiders. Een verstandelijke, feitelijke benadering werkt goed. Bereid de activiteit voor met een voorspelbare, routinematig, overzichtelijke en logische agenda (liefst tot op de minuut en qua tijd ingeschatte opdrachten met tijdslimiet). Voorbereiding met vragen als wat, waar, hoe en wanneer met daarbij gebruik van pictogrammen zijn ook belangrijk. Gebruik bij de voorbereiding van de activiteit veel herhaling, inprogrammeren en voorzeggen. 
  • Benoem gewenst gedrag en beloon goed gedrag op zakelijke 'emotieloze' manier. 
  • Vermijd grapjes, zinspelingen of gezegden. Gebruik korte zinnen en concrete eenduidige taal. Ga niet in discussie (vooral bij syndroom van Asperger) en check vooraf en tijdens de uitvoering van de activiteit of informatie begrepen wordt. 
  • Talenten hebben kinderen met PDD-NOS en het syndroom van Asperger zeker. Start bij wat ze weten en stuur van daaruit indirect naar het eigen thema of onderwerp. 

Verstandelijk en leerbeperkte kinderen 

Voor kinderen die verstandelijk beperkt zijn, gediagnostiseerd zijn met dyslexie of een non-verbale leerstoornis is een visuele benadering belangrijk. Per beperking staan de specifieke aandachtspunten onder elkaar. 

Verstandelijke beperkingen

  • Bied naast gesproken taal vooral veelvuldig visuele ondersteuning. Maak gebruik van voordoen gevolgd door laten nadoen. Benader deze kinderen met 'concreet' taalgebruik. 
  • Consequent gedrag, een vaste volgorde van activiteiten met concrete gedragsaanwijzingen, gepaard met beloning kort nadat ze de juiste activiteit gedaan hebben, werken goed. 
  • Kies voor overzichtelijke ruimtes en voorzie deze van pictogrammen (plaatjes met wat, waar en hoe), veilig materiaal (geen scherpe voorwerpen) dat aangepast is aan het niveau (bijvoorbeeld cognitief makkelijk te begrijpen en motorisch te gebruiken). 

Leerbeperkingen

  • Dyslexie
    Bij dyslexie gaat het om tempo en accuraatheid van lezen en spellen. Om zorgvuldig te lezen hebben kinderen met dyslexie meer tijd nodig, lezen ze graag korte teksten in een groter bepaald lettertype en beluisteren ze liever teksten dan dat ze deze lezen. Bij het maken van opdrachten willen ze het liefst niet schrijven. Moet er wel geschreven worden, geef dan extra tijd en let niet al te veel op spelfouten, maar meer op de verhaallijn of de kernwoorden en laat ze een tekstcorrector (via de computer) gebruiken.  
  • Non-verbale leerstoornis (NLD)
    In het sociale verkeer hebben kinderen met non-verbale leerstoornis last van het niet kunnen snappen wat bedoeld wordt. Ze hebben ook moeite met tekstbegrip en woordbetekenissen. Toch lijkt het alsof ze verbaal zeer vaardig zijn. Auditieve informatie wordt wel beter verwerkt dan informatie die ze zien of voelen, maar veelal begrijpen ze niet echt waar het over gaat of voelen ze situaties niet aan. Verder zijn deze kinderen motorisch onhandig, hebben ze moeite met ruimtelijk inzicht en met inzicht in oorzaak-gevolg-relaties. Hun werktempo is laag en rekenen en schrijven gaat ze niet makkelijk af. Zeker bij deze kinderen is een stap-voor-stapaanpak essentieel en zijn herhaling en feedback nodig. Voorspelbaarheid, hulp bij het ordenen en verbanden leggen is noodzakelijk om te bevorderen dat deze kinderen zich veiliger voelen en wat meer initiatieven nemen. 

Zintuigelijk en lichamelijk beperkte kinderen

Tips en aandachtspunten om de kansen op een geslaagd aanbod afgestemd op kinderen met een visuele, auditieve of fysieke beperking te verhogen. 

Visuele beperking

  • Verbale informatie zal duidelijk moeten zijn en afgestemd worden op de beleving van de blinde of slechtziende en waar nodig in braille. Aanwijzingen met ruimtelijke begrippen en zichtbare aanwijzingen als 'hier' en 'daar' worden uiteraard niet begrepen. 
  • Tijdsbesef op basis van daglicht is niet aanwezig of gaat moeizaam. Hanteer voor blinden steeds dezelfde inrichting van ruimtes en breng voor slechtzienden signalering met contrasten aan. 

Auditieve beperkingen en spraakstoornissen

  • Ga bij de voorbereiding van een activiteit goed na om welke kinderen het precies gaat. Vaak zijn er begeleiders nodig die gesproken informatie voor de kinderen vertalen in gebaren of andere bewoordingen. Een activiteit kan daardoor twee keer zo lang duren. 
  • Mondbewegingen moeten goed te zien zijn. Bij slechthorende kinderen is het tevens van belang om duidelijk gearticuleerd te spreken. 
  • De ruimte moet rustig zijn met een goede akoestiek. 
  • De spreker moet zichtbaar op afstand in het licht staan, zodat 'spraakafzien' kan plaatsvinden. 
  • Visuele ondersteuning is onmisbaar en maak gebruik van bord, gebaren, beweging, tekens, pictogrammen. 
  • Gebruik een mimiek die past bij de betekenis van het verhaal. 
  • Gebruik korte zinnen, herhalingen in andere bewoordingen, trefwoorden op het bord en controlevragen. 
  • Maak liever geen zinspelingen of grapjes.  

Fysieke beperkingen

  • Bij activiteiten is het van belang lichamelijk beperkte kinderen zoveel mogelijk ruimte te geven om zelf initiatief te kunnen nemen en opdrachten uit te voeren. Een zowel stimulerende als veilige omgeving werkt exploratiebevorderend. 
  • Deze kinderen wordt geleerd om mondig en weerbaar te zijn. Ze kunnen vaak goed aangeven wat ze nodig hebben. Dat is positief. Hun manier van uitdrukken hoeft niet altijd acceptabel te zijn, maar breng het niet te snel in verband met brutaliteit of eigenwijsheid. 
  • De omgeving vraagt de nodige aanpassingen: denk aan brede doorgangen voor rolstoelen, rustplekken, liften/oprijpaden, toiletten en extra voorzieningen als een verzorg- of 'medische' ruimte. 

Downloads

De Speciaal Onderwijs gids van Mocca [pdf]
Publicatie Pedagogische didactisch handelen van St Leerorkest [pdf]