‘Sport en cultuur mogen niet stoppen om 3 uur.’

Interview

foto Jasmine Wolf
auteur
Marian van Miert
datum
17 januari 2017

Via het programma Special Heroes Sport hebben inmiddels al meer dan 40.000 kinderen in het (voortgezet) speciaal onderwijs op een laagdrempelige wijze kennisgemaakt met sport- en beweegaanbod op school dat, wanneer een kind dat wil, een vervolg kan krijgen in de vrije tijd. Een succes dat vraagt om een kunst- en cultuurvariant.

Na een aantal pilots is Special Heroes Art, onder regie van Special Heroes landelijk, in het najaar van 2016 echt van start gegaan. Nico Teunissen, hoofd sport en cultuur bij De Onderwijsspecialisten is een van de initiators van het programma. Hoe is hij destijds met het programma begonnen, hoe loopt het programma en wat kunnen sport en cultuur van elkaar leren?

Nico Teunissen‘Wij hebben de taak om leerlingen toe te leiden naar een zinvolle toekomst binnen de domeinen wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Kunst en cultuur, sport en bewegen zijn zulke belangrijke pijlers voor de ontwikkeling van een kind, dat mag om 3 uur niet stoppen. Het sociale leven van deze jongeren speelt zich voor een groot deel af op het sportveld. We moeten de leerlingen dus kennis laten maken met die vrijetijdsbesteding. Wil je leerlingen toeleiden naar een structurele vrijetijdsbesteding dan heb je volume nodig. Met de kinderen van één school kun je geen hockeyteam vormen, dus daar heb je meer scholen voor nodig en én iemand die dat coördineert.’

Waarom ben je gestart met Special Heroes? 

‘Ik zag dat het (voortgezet) speciaal onderwijs bestond uit een schoolgebouw met een muur eromheen. In dat gebouw gebeurde het. Soms ligt zo'n school ver in de bossen en weet niemand van het bestaan ervan. Al onze speciaal onderwijsscholen hebben vakdocenten lichamelijke opvoeding. Die waren de hele dag aan het werk in een gymzaal die soms ver buiten de school lag. Die docent integreerde nauwelijks met de rest van het schoolteam. Incidenteel werd er weleens een sportclinic gegeven door een externe partij. Die kwam een keer langs en ging weer weg. Heel erg hapsnap. Met Special Heroes brachten we verregaande structuur en continuïteit.’ 

Wat wilde je bereiken?

‘Wij wilden bewegingsonderwijs een belangrijkere plek geven binnen het onderwijs en wilden daarnaast samenwerkingen aangaan met  sportverenigingen, omdat we zagen dat onze leerlingen daar geen lid van werden. We zijn gestart met sportclinics op de scholen. De sportverenigingen leerden zo onze kinderen kennen en onze vakdocenten leerden de trainers hoe ze met onze leerlingen moesten omgaan. Wat we vanaf het begin met de sportvereniging afspraken was dat, als leerlingen na afloop door wilden gaan bij een vereniging, dat wel moest kunnen. Wij zorgden vervolgens voor combinatiefunctionarissen die de kinderen en jongeren op school en bij de vereniging konden begeleiden. Die combinatiefunctionarissen waren een belangrijke schakel in het succes; dat waren namelijk onze eigen vakdocenten die uitbreiding in uren kregen om het buitenschoolse sporten vorm te geven. In het begin was er de nodige koudwatervrees maar het pakte heel goed uit. De sportparticipatiecijfers stegen.’ 

Na het succes van de sport, waren kunst en cultuur aan de beurt? Kon je het programma 1 op 1 overzetten?

‘Net als de trainers moesten ook de kunstvakdocenten van de centra voor de kunsten leren omgaan met onze doelgroepen. Logisch want onze leerlingen kwamen daar maar mondjesmaat  in hun vrije tijd. En ik, als nieuweling binnen de kunst- en cultuurwereld, moest erg wennen aan het voor mij nieuwe netwerk, die vond ik heel diffuus. Wat me ook opviel is misschien het beste te duiden met het woord ‘projectdiarree’: is er ergens geld te halen, dan rent iedereen daar achteraan, is het geld op dan stort alles weer in. Subsidiestromen zijn goed maar denk ook vooral aan de verankering van de initiatieven en programma’s. ‘ 

Is het een voordeel dat je zowel sport als cultuur doet?

‘Ja, het kunstje is hetzelfde maar de bloedgroepen kunnen nog veel van elkaar leren. Kunst en cultuur blijven soms te veel hangen in het creatieve proces en sport is soms te pragmatisch. Wat ik nu ga doen is wat vrijages organiseren tussen de bovenschoolse vakgroep kunst en cultuur en de vakgroep sport & bewegen zodat ze van elkaar gaan leren.’ 

Welke wensen heb je voor de nabije toekomst?

‘We zijn nu bezig met het vijf gelijke dagen model, ook wel continurooster genoemd. Dat we als school een aanbod hebben van half 9 tot een uur of half 3. Wat mij betreft mag er ook een uitloop komen naar 5 uur. Dat gaan we niet gelijk morgen doen, maar we zijn het aan het opbouwen. Vroeger speelden kunst & cultuur en sport & bewegen zich vooral afspeelden in de gymzaal en in het handvaardigheidslokaal maar we willen die vakken nu veel meer integreren in het totale onderwijsproces. Neem als voorbeeld een cluster 4 leerling, die –net als ik- de hele dag zit te wiebelen. Wat gebeurt er nu als dit kind op school komt? Hij moet gaan zitten en een boek lezen. Straks kan dit kind beginnen met een half uur bewegen. En kinderen en jongeren die moeilijk kunnen samenwerken starten dan bijvoorbeeld met een les drama van een dramadocent want die heeft misschien een aantal tools waarmee het samenwerken wel gaat lukken. Betrek die docent er dan bij! Kunst  en sport kun je binnen een continurooster in het totale onderwijsproces inbedden. Ik voer daar nu gesprekken over met schooldirecteuren. Als ik naast de inbedding van sport & cultuurstimulering ook dat voor elkaar heb, dan ben ik hier klaar.’

Extra informatie

Meer informatie over de onderwijsspecialisten:
http://www.deonderwijsspecialisten.nl
Kijk bij initiatieven voor meer informatie over kunst en cultuur en special heroes.

Special Heroes Art wordt inmiddels landelijk uitgerold. 
Zie voor meer informatie:
http://www.lkca.nl/nl-nl/nieuws/nieuwsoverzicht/special-heroes-art-van-start
http://specialheroes.nl/

Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen in Kunstzone: http://kunstzone.nl/editiesenartikelen/huidige-editie/item/229-speciaal-voor-het-reguliere-onderwijs

Foto
Voor de voorstelling Bal Spécial werkten 150 leerlingen van de onderwijsspecialisten samen met choreograaf Adriaan Luteijn en het docententeam van Introdans. Foto: Jasmine Wolf